Naar: (Flokstra, et al., 2018)
Energie en warmtetransport
Trillingsenergie = deeltjes worden verwarmd en gaan heftiger trillen, ze kunnen dit
doorgeven aan andere deeltjes
Bij verdamping ontsnappen toevallig extra snelle deeltjes aan de aantrekkende
krachten van de andere deeltjes. Hoe hoger de temperatuur, hoe hoger de
verdamping.
Condensatie van damp vindt plaats aan het vloeistofoppervlak.
Bewegingsenergie = een bewegend deeltje bevat bewegingsenergie
Warmte = de totale som van alle bewegingsenergie van de deeltjes van dat
voorwerp
De temperatuur is een maat voor de gemiddelde bewegingsenergie per deeltje van
dat materiaal
Alle deeltjes van elk materiaal hebben bij een bepaalde temperatuur van het
materiaal gemiddeld evenveel bewegingsenergie
Geleiding = warmte-energie wordt via een vaste of vloeibare stof verplaatst
Stroming = een verzameling deeltjes neemt bewegingsenergie mee naar een
koelere omgeving
Straling = bij straling is geen tussenstof nodig om warmte te transporteren
Er zijn drie vormen van warmtetransport: geleiding, stroming en straling
Warmtegeleiding kun je in het deeltjesmodel van een vaste stof verklaren doordat de
deeltjes op hun vaste posities elkaar kunnen aanstoten en zo extra trilling energie
kunnen doorgeven
Dat bij een groter temperatuurverschil de warmtegeleiding groter is, verklaart het
deeltjesmodel doordat de deeltjes heftiger trillen en harder tegen nabije deeltjes
botsen naarmate de temperatuur van de stof hoger is
Bij metalen vindt warmtegeleiding eveneens plaats door vrije elektronen
Bij warmtetransport door stroming bewegen de deeltjes met extra energie
gezamenlijk naar een koelere omgeving
Bij warmtetransport door straling is geen materie betrokken
Soortelijke warmte = de hoeveelheid energie die nodig is om één kilo van die stof op te
warmen
Omgekeerd is de soortelijke warmte de hoeveelheid energie die vrijkomt per kg per
graad temperatuurdaling dat de stof afkoelt.