Antwoorden hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3
Hoofdstuk 2
Vraag 2
a. Halverwege de jaren 70 van de vorige eeuw neemt men aan dat de belangrijkste
‘klimaatsrollen’ worden gespeeld door de zon(nekracht), het CO2-gehalte en de
neerslag(verdeling).
b. In de jaren 80 komen daar bewolking, ijsbedekking en de eigenschappen van het
landoppervlak bij.
c. In het eerste IPCC-rapport voegt men daar het opnamevermogen van de oceanen
aan toe.
d. In het tweede IPCC-rapport komen daar vulkanische activiteit, uitstoot van
zwavelverbindingen en veranderingen in het patroon van zeestromen bij.
e. Het derde rapport vult dit aan met de koolstofcyclus, aërosolen, stromingen in de
diepzee en rivieren.
f. In het vierde rapport wordt dit verder aangevuld met de rol van scheikundige
processen in de dampkring, de invloed van fijnstof en roetdeeltjes en de
wisselwerking tussen vegetatie en CO2-gehalte.
De achterliggende gedachte bij deze vraag is, dat leerlingen zien dat de
klimaatwetenschap, door voortschrijdend inzicht, steeds complexere modellen opstelt.
Opdracht 3
a. De Polaire klimaten (ET en EF) enerzijds met de Continentale klimaten (Df en Dw) of
de Maritieme klimaten van de gematigde zone (Cf) anderzijds.
b. De toendra met de taiga (Noordelijk naaldwouden).
c. De toendra op permafrost of toendra op interfrost met de Boreale zone.
Opdracht 4
Aanwijzingen over het weer: koud en nat voorjaar; zeer veel regen op Maria Hemelvaart;
de onrijpe korenaren, het hooi dat verloren ging en de slechte graan- en appeloogst
wijzen ook op een koele en natte zomer.
De opmerking over de wijnoogst wijst echter op een klimaatskenmerk, namelijk dat in
het begin van de 13e eeuw druiventeelt tot in Groningen mogelijk was; kennelijk was het
klimaat in de late Middeleeuwen tamelijk warm. (Opmerkelijk is dat enige eeuwen later
de Kleine IJstijd volgt).
De achterliggende gedachte bij deze opdracht is dat leerlingen het verschil inzien tussen
weer en klimaat.
Opdracht 5
(komt uit: http://www.pbs.org/wgbh/nova/teachers/activities/pdf/2817_methusel_01.pdf
)
Op deze manier kan men 35 jaar teruggaan in de tijd.
, Opdracht 6
Taiga (daar staan lariks, berk, zeggen en jeneverbes bij elkaar). Vooral de lariks geeft de
doorslag, anders zou het ook zandgrond in Nederland kunnen zijn.
Opdracht 7
Antwoord: http://www.mackenziedelta.ca/ 68º NB in Noordwest Canada.
http://www.wunderground.com of http://www.worldclimate.com
Aklavik of Inuvik, Northwest Territories
Januari: gemiddeld -24 (max) en -34 (min)
Juli: gemiddeld 20 (max ) en 8 (min)
Blijkbaar zijn de condities in Nederland ooit gelijk geweest!
Opdracht 8
Rond 750 miljoen jaar geleden veranderde de samenstelling van de dampkring sterk: het
CO2-gehalte daalde enorm. Dit kwam door het uitregenen van CO2, dat gebonden werd in
de vorm van kalksteen of kiezel.
Het proces werd versterkt door het scheuren van het oercontinent Rodinia. Hierdoor nam
het vulkanisme sterk toe en werden ‘maagdelijke’ basaltuitvloeiingen gevormd.
Daarnaast veranderden het patroon van zeestromen en de positie van de grote
landoppervlakten.
Zie ook: http://noorderlicht.vpro.nl/dossiers/21297853/hoofdstuk/21298348/
Vraag 9
a. Sinds de Industriële Revolutie worden enorme hoeveelheden fossiele brandstoffen
verstookt, waarbij zeer veel CO2 vrijkomt. Ondanks het Kyoto-protocol en het Bali-
akkoord zijn de verwachtingen somber. Deels komt dit door het niet voldoende
naleven van afspraken over uitstootreductie door de Rijke Westerse landen en
daarnaast de zeer spectaculaire economische ontwikkeling van China, India en
Brazilië.
b. Het CO2-gehalte in de dampkring bij Hawaï is gestegen van 320 ppm in 1960 tot 380
ppm in 2007. Omdat de dampkring gekenmerkt wordt door ‘vrije’ circulatiepatronen,
mag aangenomen worden dat deze cijfers wereldwijd geldig zijn.
c. Hawaï ligt midden in de Grote Oceaan en daardoor zeer ver van dichtbevolkte
gebieden en industriële centra. Stijging van het CO2-gehalte bij Hawaï geeft daardoor
een indicatie voor de ‘gehele’ dampkring.
d. Het Noordelijk Halfrond bevat veel meer landoppervlak dan het Zuidelijk Halfrond en
daardoor een veel grotere biomassa. Als in het voorjaar de plantengroei weer op
gang komt, worden grote hoeveelheden CO2 vastgelegd als bomen en struiken weer
in blad komen. Hierdoor daalt het CO2-gehalte tijdelijk. In de zomer komt de opname
geleidelijk tot stilstand en stijgt het CO2-gehalte weer. De biomassa op het Zuidelijk
Halfrond is niet groot genoeg om ditzelfde te veroorzaken als daar het voorjaar
aanbreekt.
Vraag 10
Een koelkastwereld kan zich voordoen als er grote landoppervlakken op één of beide
polen liggen en uitwisseling van de warmte van de tropen aan deze landmassa op de pool
wordt beperkt (geen open verbinding via de oceaan). Dat zijn de werelden van 350 en
260 miljoen jaar, en die van vandaag en in mindere mate 420.
Extra: de Nederlandse geoloog Jan Smit is een van de experts die in de Duitse ZDF
documentaire Armageddon –der Einschlag analyseert wat er zou gebeuren als de komeet
die 65 miljoen jaar geleden insloeg, op dit moment zou inslaan. De documentaire is
online te bekijken op http://www.zdf.de/ZDFde/inhalt/7/0,1872,7002599,00.html
Opdracht 11
Hoofdstuk 2
Vraag 2
a. Halverwege de jaren 70 van de vorige eeuw neemt men aan dat de belangrijkste
‘klimaatsrollen’ worden gespeeld door de zon(nekracht), het CO2-gehalte en de
neerslag(verdeling).
b. In de jaren 80 komen daar bewolking, ijsbedekking en de eigenschappen van het
landoppervlak bij.
c. In het eerste IPCC-rapport voegt men daar het opnamevermogen van de oceanen
aan toe.
d. In het tweede IPCC-rapport komen daar vulkanische activiteit, uitstoot van
zwavelverbindingen en veranderingen in het patroon van zeestromen bij.
e. Het derde rapport vult dit aan met de koolstofcyclus, aërosolen, stromingen in de
diepzee en rivieren.
f. In het vierde rapport wordt dit verder aangevuld met de rol van scheikundige
processen in de dampkring, de invloed van fijnstof en roetdeeltjes en de
wisselwerking tussen vegetatie en CO2-gehalte.
De achterliggende gedachte bij deze vraag is, dat leerlingen zien dat de
klimaatwetenschap, door voortschrijdend inzicht, steeds complexere modellen opstelt.
Opdracht 3
a. De Polaire klimaten (ET en EF) enerzijds met de Continentale klimaten (Df en Dw) of
de Maritieme klimaten van de gematigde zone (Cf) anderzijds.
b. De toendra met de taiga (Noordelijk naaldwouden).
c. De toendra op permafrost of toendra op interfrost met de Boreale zone.
Opdracht 4
Aanwijzingen over het weer: koud en nat voorjaar; zeer veel regen op Maria Hemelvaart;
de onrijpe korenaren, het hooi dat verloren ging en de slechte graan- en appeloogst
wijzen ook op een koele en natte zomer.
De opmerking over de wijnoogst wijst echter op een klimaatskenmerk, namelijk dat in
het begin van de 13e eeuw druiventeelt tot in Groningen mogelijk was; kennelijk was het
klimaat in de late Middeleeuwen tamelijk warm. (Opmerkelijk is dat enige eeuwen later
de Kleine IJstijd volgt).
De achterliggende gedachte bij deze opdracht is dat leerlingen het verschil inzien tussen
weer en klimaat.
Opdracht 5
(komt uit: http://www.pbs.org/wgbh/nova/teachers/activities/pdf/2817_methusel_01.pdf
)
Op deze manier kan men 35 jaar teruggaan in de tijd.
, Opdracht 6
Taiga (daar staan lariks, berk, zeggen en jeneverbes bij elkaar). Vooral de lariks geeft de
doorslag, anders zou het ook zandgrond in Nederland kunnen zijn.
Opdracht 7
Antwoord: http://www.mackenziedelta.ca/ 68º NB in Noordwest Canada.
http://www.wunderground.com of http://www.worldclimate.com
Aklavik of Inuvik, Northwest Territories
Januari: gemiddeld -24 (max) en -34 (min)
Juli: gemiddeld 20 (max ) en 8 (min)
Blijkbaar zijn de condities in Nederland ooit gelijk geweest!
Opdracht 8
Rond 750 miljoen jaar geleden veranderde de samenstelling van de dampkring sterk: het
CO2-gehalte daalde enorm. Dit kwam door het uitregenen van CO2, dat gebonden werd in
de vorm van kalksteen of kiezel.
Het proces werd versterkt door het scheuren van het oercontinent Rodinia. Hierdoor nam
het vulkanisme sterk toe en werden ‘maagdelijke’ basaltuitvloeiingen gevormd.
Daarnaast veranderden het patroon van zeestromen en de positie van de grote
landoppervlakten.
Zie ook: http://noorderlicht.vpro.nl/dossiers/21297853/hoofdstuk/21298348/
Vraag 9
a. Sinds de Industriële Revolutie worden enorme hoeveelheden fossiele brandstoffen
verstookt, waarbij zeer veel CO2 vrijkomt. Ondanks het Kyoto-protocol en het Bali-
akkoord zijn de verwachtingen somber. Deels komt dit door het niet voldoende
naleven van afspraken over uitstootreductie door de Rijke Westerse landen en
daarnaast de zeer spectaculaire economische ontwikkeling van China, India en
Brazilië.
b. Het CO2-gehalte in de dampkring bij Hawaï is gestegen van 320 ppm in 1960 tot 380
ppm in 2007. Omdat de dampkring gekenmerkt wordt door ‘vrije’ circulatiepatronen,
mag aangenomen worden dat deze cijfers wereldwijd geldig zijn.
c. Hawaï ligt midden in de Grote Oceaan en daardoor zeer ver van dichtbevolkte
gebieden en industriële centra. Stijging van het CO2-gehalte bij Hawaï geeft daardoor
een indicatie voor de ‘gehele’ dampkring.
d. Het Noordelijk Halfrond bevat veel meer landoppervlak dan het Zuidelijk Halfrond en
daardoor een veel grotere biomassa. Als in het voorjaar de plantengroei weer op
gang komt, worden grote hoeveelheden CO2 vastgelegd als bomen en struiken weer
in blad komen. Hierdoor daalt het CO2-gehalte tijdelijk. In de zomer komt de opname
geleidelijk tot stilstand en stijgt het CO2-gehalte weer. De biomassa op het Zuidelijk
Halfrond is niet groot genoeg om ditzelfde te veroorzaken als daar het voorjaar
aanbreekt.
Vraag 10
Een koelkastwereld kan zich voordoen als er grote landoppervlakken op één of beide
polen liggen en uitwisseling van de warmte van de tropen aan deze landmassa op de pool
wordt beperkt (geen open verbinding via de oceaan). Dat zijn de werelden van 350 en
260 miljoen jaar, en die van vandaag en in mindere mate 420.
Extra: de Nederlandse geoloog Jan Smit is een van de experts die in de Duitse ZDF
documentaire Armageddon –der Einschlag analyseert wat er zou gebeuren als de komeet
die 65 miljoen jaar geleden insloeg, op dit moment zou inslaan. De documentaire is
online te bekijken op http://www.zdf.de/ZDFde/inhalt/7/0,1872,7002599,00.html
Opdracht 11