DNA-onderzoek
Inleiding
Hannah Hoogendoorn is vermoord. En door onderzoeken te doen proberen wij erachter te komen
wie de moord heeft gepleegd. Een van deze onderzoeken is het DNA -onderzoek. Op plaats delict
zijn er meerdere DNA-sporen sporen gevonden namelijk op: een stukje stof in de struiken, een hoed
in de bosjes en een haar naast het lichaam. Het DNA op het stukje stof en de hoed is niet bruikbaar
dus voor dit onderzoek hebben we het DNA van de haar gebruikt. We proberen met dit onderzoek te
achterhalen wie er op het plaats delict is geweest. Onze onderzoeksvraag is dus: van wie is de haar
die naast het slachtoffer lag?
Materiaal en methode
Materiaal:
● DNA van de 4 verdachten
● DNA van het plaats delict (de haar)
● 5 PCR tubes
● 5 capless tubes
● Master Mix met primers
● 20 μL pipet
● 11 Pipetpuntjes voor de 20 μL pipet
● 10 μL pipet
● 5 Pipetpuntjes voor de 10 μL pipet
● PCR-cycler
● Foam rekje voor 6 tubes
● Centrifuge
● Orange G
● Gelelektroforese opstelling
● Allelenladder
● Fast Blast DNA kleurstof
● Pincet
● Bakje met spoelwater
Methode:
1. Neem 5 PCR tubes en label deze met PD, A, B, C, D.
2. Plaats de gelabelde PCR tubes in een eigen capless tube.
3. Neem de gelabelde PCR tubes en plaats deze in de capless tubes in het foam rekje.
4. Voeg aan elke PCR tube 20 μL Mastermix met primer toe. Het is nu niet nodig om telkens het
pipetpuntje te verwisselen.
5. Voeg aan elke PCR tube 20 μL van het bijbehorende DNA toe, dus PCR tube A krijgt 20 μL
DNA A en PCR tube PD krijgt 20 μL van het DNA van het PD. Let op dat je elke keer een
schoon pipetpuntje gebruikt.
6. Tik 6 keer met je vinger tegen de tubes zodat het DNA en de Mastermix met primers mengt.
7. Doe de dop op de tubes.
Inleiding
Hannah Hoogendoorn is vermoord. En door onderzoeken te doen proberen wij erachter te komen
wie de moord heeft gepleegd. Een van deze onderzoeken is het DNA -onderzoek. Op plaats delict
zijn er meerdere DNA-sporen sporen gevonden namelijk op: een stukje stof in de struiken, een hoed
in de bosjes en een haar naast het lichaam. Het DNA op het stukje stof en de hoed is niet bruikbaar
dus voor dit onderzoek hebben we het DNA van de haar gebruikt. We proberen met dit onderzoek te
achterhalen wie er op het plaats delict is geweest. Onze onderzoeksvraag is dus: van wie is de haar
die naast het slachtoffer lag?
Materiaal en methode
Materiaal:
● DNA van de 4 verdachten
● DNA van het plaats delict (de haar)
● 5 PCR tubes
● 5 capless tubes
● Master Mix met primers
● 20 μL pipet
● 11 Pipetpuntjes voor de 20 μL pipet
● 10 μL pipet
● 5 Pipetpuntjes voor de 10 μL pipet
● PCR-cycler
● Foam rekje voor 6 tubes
● Centrifuge
● Orange G
● Gelelektroforese opstelling
● Allelenladder
● Fast Blast DNA kleurstof
● Pincet
● Bakje met spoelwater
Methode:
1. Neem 5 PCR tubes en label deze met PD, A, B, C, D.
2. Plaats de gelabelde PCR tubes in een eigen capless tube.
3. Neem de gelabelde PCR tubes en plaats deze in de capless tubes in het foam rekje.
4. Voeg aan elke PCR tube 20 μL Mastermix met primer toe. Het is nu niet nodig om telkens het
pipetpuntje te verwisselen.
5. Voeg aan elke PCR tube 20 μL van het bijbehorende DNA toe, dus PCR tube A krijgt 20 μL
DNA A en PCR tube PD krijgt 20 μL van het DNA van het PD. Let op dat je elke keer een
schoon pipetpuntje gebruikt.
6. Tik 6 keer met je vinger tegen de tubes zodat het DNA en de Mastermix met primers mengt.
7. Doe de dop op de tubes.