Inleiding:
Een geoloog kan door de opbouw (lagen van de grond) zien wat er allemaal door de jaren
heen is gebeurd met de aarde. Voorbeelden: Jarenlange bosbranden, moesson klimaat en
overstromingen,
2.1 Het gezicht van de aarde veranderd
● Het ontstaan van de aarde:
1. De aarde was gloeiend heet en alles was gesmolten.
2. De aarde koelde af, zo ontstonden de aardkern, aardmantel en aardkorst.
3. Door vulkanen kwam er waterdamp en zuurstof (CO2) in de atmosfeer.
4. Waterdamp condenseerde tot water (oceanen en rivieren) en daar ontstond
het eerste leven zoals bacteriën, deze waren microscopisch klein.
● De geologische geschiedenis, dit is de indeling van de geschiedenis van de aarde in
verschillende perioden. De Aarde is ongeveer 4.5 miljard jaar geleden ontstaan.
● Precambrium:
○ Tijdperk van de bacteriën.
○ Tussen 550 miljoen tot 4600 miljoen jaar geleden .
○ In deze periode is de aarde mogelijk meerdere keren bevroren
geweest. Het landoppervlak was kaal en er was alleen leven onder
water.
● Paleozoïcum:
○ Tijdperk van de trilobieten.
○ Tussen 250 tot 550 miljoen jaar geleden.:
■ Perm: 250 tot 290 miljoen jaar geleden.
■ Carboon: 290 tot 350 miljoen jaar geleden.
■ Devoon: 350 tot 420 miljoen jaar geleden.
■ Siluur: 420 tot 445 miljoen jaar geleden.
■ Ordovicium: 445 tot 495 miljoen jaar geleden.
■ Cambrium: 495 tot 550 miljoen jaar geleden.
○ In deze periode bewogen de continenten uit elkaar, maar ze voegden
zich ook weer samen tot het supercontinent Pangea.
● Mesozoïcum:
○ Tijdperk van de dinosauriërs en ammonieten.
○ Tussen 65 tot 250 miljoen jaar geleden:
■ Krijt: 65 tot 140 miljoen jaar geleden.
■ Jura: 140 tot 205 miljoen jaar geleden.
■ Trias: 205 tot 250 miljoen jaar geleden.
○ In deze periode viel Pangea uit elkaar en de huidige continenten
ontstonden. De dieren en planten wereld veranderden.
● Kenozoïcum:
○ Tijdperk van de zoogdieren.
○ Tussen nu tot 65 miljoen jaar geleden.
■ Kwartair: Nu tot 2.5 miljoen jaar geleden
■ Tertiair: 2.5 tot 65 miljoen jaar geleden.
○ In de periode ontstond het leven zoals we het nu kennen. Met de
laatste jaren de mens.
○ Warme en koude klimaten wisselen elkaar af.