Studentennummer
Naam Docent
3829 woorden
Inleiding
Lucas de Ruwe een 25-jarige man, ging 7 juli 2018 na het uitgaan met zijn twee vrienden naar een
eetgelegenheid aan de Amsterdamsestraatweg in Utrecht. Toen Lucas de Ruwe en zijn vrienden bij
de eetgelegenheid aankwamen ontstond er een woordenwisseling met een 26-jarige man die de
eetgelegenheid verliet. De beveiliger van de eetgelegenheid greep in waardoor er een einde kwam
aan de woordenwisseling. De beveiliger verzocht Lucas de Ruwe en zijn twee vrienden naar binnen
te gaan bij de eetgelegenheid en de 26-jarige man te vertrekken. De 26-jarige man liep scheldend
weg richting de Mimosastraat en kwam 2,5 minuut later terug naar de eetgelegenheid. Bij
binnenkomst deelt de 26-jarige man onverwachts Lucas de Ruwe twee harde klappen op zijn hoofd
uit. Lucas de Ruwe verliest zijn evenwicht en valt. De 26-jarige man probeert ook daarna Lucas de
Ruwe te trappen en slaan, maar wordt door omstanders onder bedwang gehouden. Lucas de Ruwe is
diezelfde dag, 7 juli 2018, overgebracht naar de spoedeisende hulpafdeling van het UMC Utrecht.
Op 12 juli 2018, 5 dagen na de twee klappen, komt er een einde aan het leven van Lucas de Ruwe.1
Dit was voor de Officier van Justitie (OvJ) de aanleiding om de 26-jarige man te vervolgen. De OvJ
heeft primair opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven beroven en subsidiair
opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toebrengen, met de dood tot gevolg
en meer subsidiair mishandeling met de dood tot gevolg gevorderd. Volgens de OvJ heeft de 26-
jarige man rustig nagedacht over de twee klappen die hij ging uitdelen.2 De advocaat van de 26-
jarige man heeft hier een ander standpunt over en bepleit vrijspraak. Volgens haar zou er geen
sprake zijn van voorbedachte rade, omdat de tijdspanne van 2,5 minuut die de verdachte heeft
gehad voordat hij slachtoffer aanviel niet voldoende is om zich te beraden. Ook heeft het slaan met
een vuist tegen het hoofd van een ander niet het kenmerk iemand van het leven te willen beroven.
De 26-jarige man was zich daar ook geen moment van bewust en heeft niet bewust de kans daarop
aanvaard. De besluitvorming en uitvoering van de mishandeling lijkt meer in plotselinge drift te
hebben plaatsgevonden.3 Dit leidde tot de rechtsvraag: Is in gevallen als in casu sprake van
‘voorbedachten rade’ in de zin van art. 303 Sr.4?5
De rechtbank overweegt dat er wel indicaties zijn die kunnen duiden op voorbedachten raad, maar
overweegt ook dat er sprake is van een contra-indicatie. Er heeft namelijk een hevige
woordenwisseling plaatsgevonden tussen de verdachte en de groep jongens, welke geleid zou
kunnen hebben tot een hevige gemoedstoestand. De manier van binnenstormen van verdachte en het
door blijven trappen en slaan kunnen duiden op een hevige opwelling en/of hevige drift. Dit ziet de
rechtbank als een contra-indicatie. De rechter spreekt de 26-jarige man vrij van voorbedachten rade
en moord. Wel vindt de rechtbank bewezen dat de 26-jarige man schuldig bevonden wordt aan
zware mishandeling met de dood tot gevolg en wordt veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf.6 De
vraag die in deze annotatie centraal staat is: Heeft de rechtbank Midden-Nederland de juiste
beslissing genomen? Dit wordt onderzocht op grond van wetsgeschiedenis, jurisprudentie en
rechtswetenschappelijk literatuur.
Wet en wetsgeschiedenis
Juridisch gezien is het begrip ‘voorbedachte rade’ vrij ingewikkeld. Om het ons nog ingewikkelder
te maken, heeft de wetgever het begrip niet in de wet gedefinieerd. We moeten het daarom doen
1 Rb. Midden-Nederland 1 februari 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:363, r.o. 5 & 6.
2 Rb. Midden-Nederland 1 februari 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:363, r.o. 5.1.
3 Rb. Midden-Nederland 1 februari 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:363, r.o. 5.2.
4 Smidt Artikel 303 Wetboek van Strafrecht, 2019
5 Rb. Midden-Nederland 1 februari 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:363, r.o. 5.
6 Rb. Midden-Nederland 1 februari 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:363, r.o. 5.3.
1