HOOFDSTUK 16 SPIJSVERTERINGSSTELSEL
Geraedts, Maartje (2102923)
HOGESCHOOL ZUYD |
, Inhoud
16 Het spijsverteringsstelsel...................................................................................................................2
16.1 Het spijsverteringskanaal en de bijbehorende organen verrichten verschillende functies ten
behoeve van voedingsmiddelen.........................................................................................................2
16.2 De mondholte bevat de tong, de speekselklieren en de gebitselementen, elk met een
specifieke functie................................................................................................................................3
16.3 De farynx is de overgang van de mondholte naar de oesophagus..............................................3
16.4 In de J-vormige maag komt de spijsbrij aan vanuit de oesophagus; de maag draagt bij aan de
chemische en mechanische vertering.................................................................................................4
16.5 De dunne darm zorgt voor de chemische vertering en opname van voedingsstoffen................4
16.6 De pancreas, lever en galblaas zijn accessoire organen die nodig zijn voor de spijsvertering in
de dunne darm...................................................................................................................................6
16.7 De dikke darm heeft drie gespecialiseerde gedeelten................................................................8
16.8 Vertering is de mechanische en chemische omzetting van voedsel waardoor voedingsstoffen
kunnen worden opgenomen en benut...............................................................................................8
16.9 Veel leeftijd gerelateerde veranderingen zijn van invloed op de vertering en opname.............9
16.10 Het spijsverteringsstelsel is sterk met andere orgaanstelsels geïntegreerd............................9
1