Hoofdstuk 1 Introductie
1.1 1.1 Inleiding
Wat is bestuurskunde?
De discipline (de studie) die de overheid centraal stelt heet bestuurskunde
Als we het woord ‘bestuurskunde’ wat nader bekijken dan zien we ook het woord bestuur erin
zitten. De betekenis hiervan is ‘de kunde van het besturen’
Wat zijn bestuurders?
Een bestuurder is ‘iemand die stuurt’, die richting geeft. /
Denk aan bestuurders van auto’s
Als we het hebben over overheden, dan zijn de bestuurders de politici; bijvoorbeeld de
wethouders (gemeente), de gedeputeerden (provincie) of de ministers (rijksoverheid)
Als er in Nederland wordt gesproken over bestuurskunde, dan gaat het over de discipline die zich
bezighoudt met de voorbereiding, de bepaling, de uitvoering en de evaluatie van overheidsbeleid.
Beleidskunde is hetzelfde.
Het is nuttig om je in bestuurskunde te verdiepen, omdat bestuurskunde helpt de overheid zelf om
effectiever te werken en het helpt bestuurskunde anderen om doelgerichter met een overheid om
te gaan.
, Hoofdstuk 2 Enkele begrippen
2.2 Geschiedenis van bestuur
Er wordt van een staat gesproken als er aan de volgende drie criteria is voldaan:
Er is sprake van een (afgegrensd) grondgebied
Het aanwezig zijn van een (geaccepteerd) bestuursgezag
Er moet een (te onderscheiden) staatsvolk zijn
Staatsvorming;
De minimale staat (tot 19e eeuw)- Nachtwakerstaat: beperkte overheidsbemoeienis,
beschermen landsgrenzen en openbare orde
Rechtsstaat (vanaf 19e eeuw): aanpak grote maatschappelijke problemen zoals armoede en
huisvesting door de overheid. (codificatie)
Verzorgingsstaat (Na WO11): de burger wordt van de wieg tot aan het graf verzorgd door de
overheid: armenwet, opkomst vakbonden, bijstandswet (modificatie)
Participatiesamenleving (heden): zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid terug bij de burger
Trias Politica
1. De wetgevende macht; (1e en 2e kamer)
2. De uitvoerende macht; (ministers) =horizontale werking (ze hebben evenveel macht)
3. De rechterlijke macht (onafhankelijke rechters)
De ambtenarenapparaat (of de bureaucratie) wordt aangeduid als de ‘vierde macht’.
Zij ondersteunen de ministers in hun beleidsadviezen.
De media, lobbyisten en adviesbureaus worden elk ook machten genoemd.
Kenmerkend voor al deze machten is dat zij, soms achter de schermen, de politieke besluitvorming
beïnvloeden.
Stroming Kernwoord
Liberalisme Vrijheidsbeginsel
Christendemocratie Christelijke beginselen
Socialisme Gelijkheidsbeginsel
Het liberalisme staat voor de vrijheid van het individu, streeft naar een overheid met een beperkte
omvang en kent aan ‘de markt’ als zelfregulerend mechanisme een belangrijke rol toe.
Het socialisme ziet juist een belangrijke rol weggelegd voor de overheid. Het socialisme staat voor een
rechtvaardige samenleving met meer sociale gelijkheid.
De christendemocraten zitten tussen beide andere stromingen in. Centraal in het
christendemocratisch denken staan naastenliefde en solidariteit. Deze stroming ziet een belangrijke
rol weggelegd voor maatschappelijke organisaties of het maatschappelijk middenveld. Particulier
initiatief speelt hierbij een belangrijke rol.
2.3 Het begrip overheid
Je kan niet spreken over één overheid, omdat er niet één overheid is.
De overheid is opgebouwd uit een gecompliceerd geheel van verschillende actoren, met soms
tegenstrijdige belangen en doelstellingen.
De overheid is ‘het geheel van bestuurders en bestuurlijke colleges in een staatsverband en het
daarbij horende ambtelijke apparaat.’
1.1 1.1 Inleiding
Wat is bestuurskunde?
De discipline (de studie) die de overheid centraal stelt heet bestuurskunde
Als we het woord ‘bestuurskunde’ wat nader bekijken dan zien we ook het woord bestuur erin
zitten. De betekenis hiervan is ‘de kunde van het besturen’
Wat zijn bestuurders?
Een bestuurder is ‘iemand die stuurt’, die richting geeft. /
Denk aan bestuurders van auto’s
Als we het hebben over overheden, dan zijn de bestuurders de politici; bijvoorbeeld de
wethouders (gemeente), de gedeputeerden (provincie) of de ministers (rijksoverheid)
Als er in Nederland wordt gesproken over bestuurskunde, dan gaat het over de discipline die zich
bezighoudt met de voorbereiding, de bepaling, de uitvoering en de evaluatie van overheidsbeleid.
Beleidskunde is hetzelfde.
Het is nuttig om je in bestuurskunde te verdiepen, omdat bestuurskunde helpt de overheid zelf om
effectiever te werken en het helpt bestuurskunde anderen om doelgerichter met een overheid om
te gaan.
, Hoofdstuk 2 Enkele begrippen
2.2 Geschiedenis van bestuur
Er wordt van een staat gesproken als er aan de volgende drie criteria is voldaan:
Er is sprake van een (afgegrensd) grondgebied
Het aanwezig zijn van een (geaccepteerd) bestuursgezag
Er moet een (te onderscheiden) staatsvolk zijn
Staatsvorming;
De minimale staat (tot 19e eeuw)- Nachtwakerstaat: beperkte overheidsbemoeienis,
beschermen landsgrenzen en openbare orde
Rechtsstaat (vanaf 19e eeuw): aanpak grote maatschappelijke problemen zoals armoede en
huisvesting door de overheid. (codificatie)
Verzorgingsstaat (Na WO11): de burger wordt van de wieg tot aan het graf verzorgd door de
overheid: armenwet, opkomst vakbonden, bijstandswet (modificatie)
Participatiesamenleving (heden): zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid terug bij de burger
Trias Politica
1. De wetgevende macht; (1e en 2e kamer)
2. De uitvoerende macht; (ministers) =horizontale werking (ze hebben evenveel macht)
3. De rechterlijke macht (onafhankelijke rechters)
De ambtenarenapparaat (of de bureaucratie) wordt aangeduid als de ‘vierde macht’.
Zij ondersteunen de ministers in hun beleidsadviezen.
De media, lobbyisten en adviesbureaus worden elk ook machten genoemd.
Kenmerkend voor al deze machten is dat zij, soms achter de schermen, de politieke besluitvorming
beïnvloeden.
Stroming Kernwoord
Liberalisme Vrijheidsbeginsel
Christendemocratie Christelijke beginselen
Socialisme Gelijkheidsbeginsel
Het liberalisme staat voor de vrijheid van het individu, streeft naar een overheid met een beperkte
omvang en kent aan ‘de markt’ als zelfregulerend mechanisme een belangrijke rol toe.
Het socialisme ziet juist een belangrijke rol weggelegd voor de overheid. Het socialisme staat voor een
rechtvaardige samenleving met meer sociale gelijkheid.
De christendemocraten zitten tussen beide andere stromingen in. Centraal in het
christendemocratisch denken staan naastenliefde en solidariteit. Deze stroming ziet een belangrijke
rol weggelegd voor maatschappelijke organisaties of het maatschappelijk middenveld. Particulier
initiatief speelt hierbij een belangrijke rol.
2.3 Het begrip overheid
Je kan niet spreken over één overheid, omdat er niet één overheid is.
De overheid is opgebouwd uit een gecompliceerd geheel van verschillende actoren, met soms
tegenstrijdige belangen en doelstellingen.
De overheid is ‘het geheel van bestuurders en bestuurlijke colleges in een staatsverband en het
daarbij horende ambtelijke apparaat.’