Economie
Mobiliteit H.1 – H.4
Hoofdstuk 1. Schaarste en ruil
Vervoer heeft een belangrijke rol in de economie, benodigdheden:
- Aanleg van infrastructuur
- Productie van vervoermiddelen
- Productie van brandstof als energiebron voor de vervoermiddelen
- Productie van ruwe grondstoffen
- Productie van aanvullende goederen en diensten (tankstations, wegenonderhoud, ...)
Door ontwikkeling van steeds betere communicatiemiddelen neemt de behoefte aan vervoer toe
® Betere vervoersmogelijkheden lokken nieuwe vraag naar vervoer uit: reizen
® Het aandeel van de vervoersuitgaven in het totaal van de uitgaven stijgt voortdurend
Economie bestudeert de behoeften die mensen hebben en de manier waarop ze in die behoeften
voorzien
® Om in behoeften te voorzien zijn middelen nodig
® Schaarste = de spanning tussen oneindige behoefte en beperkte middelen
® Een product is schaars als er middelen moeten worden opgeofferd om het te
maken
® Absolute schaarste = als er een tekort is aan dat product
stoffelijk: goederen
producten
onstoffelijk: diensten
Om de schaarste te verminderen, produceren mensen producten:
Vrije goederen = als producten niet schaars zijn en er dus geen offers nodig zijn
De middelen waarover mensen beschikken, kunnen op verschillende maneiren worden ingezet
® Economen zeggen dan dat middelen alternatief wendbaar zijn
Ruil in natura / directe ruil = ruil van goederen tegen goederen
® Arbeidsdeling = mensen specialiseren zich door zich toe te leggen op één activiteit
® Door arbeidsdeling en specialisatie ontstaan verschillende beroepen producenten maken
meer dan eigen behoefte ruilen om in ieder zijn verschillende behoeften te voorzien win-
winsituatie
Transactiekosten = alle kosten die gemaakt worden om een ruil tot stand te brengen
® Door de hoge transactiekosten is directe ruil verdrongen door indirecte ruil
® Indirecte ruil = een algemeen begeerd goed fungeert als ruilmiddel
® Munten werden op den duur het overheersende ruilmiddel
Geld fungeert niet alleen als ruilmiddel of betaalmiddel, ook als rekenmiddel: de waarde van
producten drukken we in geld uit
Op een markt worden producten aangeboden door de producent (verkoper) en gevraagd door de
consument (koper)
® Spelen een dominante rol in de huidige economie
® Op de markt wordt de prijs bepaald door vraag en aanbod, waarbij geld als rekenmiddel
dient
Als de geldontvanger besluit een deel van zijn inkomen niet te consumeren, vervult het geld de
functie van spaarmiddel
Zwarte circuit: sommige transacties worden verzwegen voor de belastingdienst waardoor de
productie van deze goederen of diensten niet wordt geregistreerd
® Hoort bij de informele sector
De activiteiten van de overheid en de non-profitsector rekenen we tot de niet-marktsector omdat
er voor de overheidsdiensten geen marktprijs wordt berekend of omdat de prijs niet bepaald wordt
door vraag en aanbod
1
Mobiliteit H.1 – H.4
Hoofdstuk 1. Schaarste en ruil
Vervoer heeft een belangrijke rol in de economie, benodigdheden:
- Aanleg van infrastructuur
- Productie van vervoermiddelen
- Productie van brandstof als energiebron voor de vervoermiddelen
- Productie van ruwe grondstoffen
- Productie van aanvullende goederen en diensten (tankstations, wegenonderhoud, ...)
Door ontwikkeling van steeds betere communicatiemiddelen neemt de behoefte aan vervoer toe
® Betere vervoersmogelijkheden lokken nieuwe vraag naar vervoer uit: reizen
® Het aandeel van de vervoersuitgaven in het totaal van de uitgaven stijgt voortdurend
Economie bestudeert de behoeften die mensen hebben en de manier waarop ze in die behoeften
voorzien
® Om in behoeften te voorzien zijn middelen nodig
® Schaarste = de spanning tussen oneindige behoefte en beperkte middelen
® Een product is schaars als er middelen moeten worden opgeofferd om het te
maken
® Absolute schaarste = als er een tekort is aan dat product
stoffelijk: goederen
producten
onstoffelijk: diensten
Om de schaarste te verminderen, produceren mensen producten:
Vrije goederen = als producten niet schaars zijn en er dus geen offers nodig zijn
De middelen waarover mensen beschikken, kunnen op verschillende maneiren worden ingezet
® Economen zeggen dan dat middelen alternatief wendbaar zijn
Ruil in natura / directe ruil = ruil van goederen tegen goederen
® Arbeidsdeling = mensen specialiseren zich door zich toe te leggen op één activiteit
® Door arbeidsdeling en specialisatie ontstaan verschillende beroepen producenten maken
meer dan eigen behoefte ruilen om in ieder zijn verschillende behoeften te voorzien win-
winsituatie
Transactiekosten = alle kosten die gemaakt worden om een ruil tot stand te brengen
® Door de hoge transactiekosten is directe ruil verdrongen door indirecte ruil
® Indirecte ruil = een algemeen begeerd goed fungeert als ruilmiddel
® Munten werden op den duur het overheersende ruilmiddel
Geld fungeert niet alleen als ruilmiddel of betaalmiddel, ook als rekenmiddel: de waarde van
producten drukken we in geld uit
Op een markt worden producten aangeboden door de producent (verkoper) en gevraagd door de
consument (koper)
® Spelen een dominante rol in de huidige economie
® Op de markt wordt de prijs bepaald door vraag en aanbod, waarbij geld als rekenmiddel
dient
Als de geldontvanger besluit een deel van zijn inkomen niet te consumeren, vervult het geld de
functie van spaarmiddel
Zwarte circuit: sommige transacties worden verzwegen voor de belastingdienst waardoor de
productie van deze goederen of diensten niet wordt geregistreerd
® Hoort bij de informele sector
De activiteiten van de overheid en de non-profitsector rekenen we tot de niet-marktsector omdat
er voor de overheidsdiensten geen marktprijs wordt berekend of omdat de prijs niet bepaald wordt
door vraag en aanbod
1