Globalisering H.1 - H.4
Hoofdstuk 1. De wereld: een mozaïek van regio’s
1.1 DE WERELD INDELEN
Global village (mondiaal dorp) = door de talrijke wereldwijde sociale netwerken zijn mensen van verschillende sociale
en culturele achtergronden en uit allerlei landen nauw met elkaar verbonden
Globalisering = de toenemende vervlechting van de sociale economische, politieke en culturele relaties
→ verschillen in globalisering per land
Regio’s = op grond van overeenkomsten tussen bewoners en gebieden delen we de wereld in in gebieden met
soortgelijke kenmerken
→ macroregio’s zijn regio’s die zich strekken over grote delen van de wereld
→ cultuurgebieden = regio’s met een gemeenschappelijke cultuur
→ in een cultuurgebied heeft zich gaandeweg een eigen cultureel bepaalde identiteit ontwikkeld
→ taalverschil tussen volken is soms zo groot, dat communicatie alleen via een derde taal mogelijk is (lingua
franca)
→ godsdienst drukt een grote stempel op de normen en waarden van een samenleving
Democratie-index = een eenheid waarvan de waarde tussen 0 en 10 ligt
→ meet het democratische gehalte
→ mensenrechten = de rechten die iedere wereldburger heeft
Bruto binnenlands product per inwoner (bbp/inw) = het bbp is de waarde van alle goederen en diensten die in een land
worden geproduceerd
→ bruto regionaal product per inwoner (brp/inw) = als je het bbp bekijkt voor een groter of kleiner gebied
→ opletten: 1) betrouwbaarheid van de cijfers, 2) informele sector en zelfvoorziening niet opgenomen in bbp,
3) prijsverschillen, 4) regionale ongelijkheid en 5) sociale ongelijkheid wordt door het landelijk gemiddelde verborgen
→ koopkracht = wat je met je inkomen kan kopen
→ regionale ongelijkheid = onrechtvaardig grote welvaartsverschillen voorkomen tussen gebieden
→ sociale ongelijkheid = grote inkomensverschillen tussen sociale groepen binnen de bevolking van een land
De samenstelling van de beroepsbevolking verandert naarmate het ontwikkelingspeil toeneemt
→ het aandeel dat in de tertiaire sector werkt is de beste indicator
Bevolkingsspreiding
Bevolkingsdichtheid = het gemiddelde aantal inwoners per km2
→ verstedelijkingsgraad/urbanisatiegraad = hoeveel mensen er in de steden wonen
→ verstedelijkingstempo = de snelheid waarmee het percentage stadsbewoners toeneemt
Indelen op basis van … Bepalen aan de hand van …
Cultuurgebieden Taal en religie
Godsdienst
Politieke kenmerken Democratie-index
Economische ontwikkeling Bbp/inw
Brp/inw
Samenstelling beroepsbevolking
1.2 SCHEIDSLIJNEN IN EUROPA
Diffusie = verspreiding van een bepaald kenmerk
→ alleen het Hongaars en het Fins behoren niet tot Indo-Europese talen in Eurazië
1
, Invloed op het ontbreken van staatkundige stabiliteit:
1. Geopolitiek = term wordt gebruikt om de machtsverhoudingen tussen (groepen) landen te beschrijven
2. Culturele verscheidenheid
→ regionalisme (= het streven naar een vorm van zelfbestuur of een soevereine staat) wanneer volken actief
weerstand bieden tegen natievorming
3. Economische factoren
Blokvorming → door globalisering is dit samenwerkingsverband sterk toegenomen
→ economische blokvorming is sterker dan politieke blokvorming
→ landen willen vaak hun soevereiniteit niet kwijt op politiek gebied
Kleine bevolkingsgroei = hoog ontwikkelingspeil = laatste fase van de demografische transitie
Sociale bevolkingsgroei → wat is het migratiesaldo?
Leeftijdsopbouw is belangrijk demografisch kenmerk
Demografische druk = het aantal mensen van de niet-
actieve bevolking (0-20 jaar en 65+) uitgedrukt als
percentage van de productieve bevolking
2