Inhoudsopgave
Vakinformatie:............................................................................................................................................... 1
Bookmarkers in wettenbundel....................................................................................................................... 1
Hoofdstuk 1 Kennismaking met het internationaal recht................................................................................2
Hoofdstuk 2 Internationale rechtssubjecten................................................................................................... 4
Hoofdstuk 3 Jurisdictie................................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 4 Rechtsbronnen........................................................................................................................... 8
Hoofdstuk 5 Verdragenrecht.......................................................................................................................... 9
Hoofdstuk 6 Internationale organisaties....................................................................................................... 11
Hoofdstuk 7 De Europese Unie..................................................................................................................... 13
Vakinformatie:
Boek: praktisch internationaal recht, 2e druk
Leerstof: Hoofdstuk 1 tot en met 7
Tentamen: 20 multiplechoicevragen internationaal recht
Leerdoelen:
- Kan de relevantie van de EU en het internationaal recht voor de studie Integrale
Veiligheidskunde benoemen.
- Kan de belangrijkste taken en bevoegdheden van instellingen, die betrokken zijn bij
de voorbereiding, de totstandkoming en uitvoering van internationaal- en Europees
Recht benoemen, beschrijven en onderscheiden.
- Kan de belangrijkste soorten wet- en regelgeving in het Internationaal en Europees
Recht benoemen, onderscheiden en aangeven van welke instellingen deze afkomstig
zijn.
- Kan benoemen op welke manier internationaal recht doorwerkt in het Nederlandse
rechtssysteem.
- Kan wet- en regelgeving opzoeken en op de voorgeschreven wijze weergeven.
Bookmarkers in wettenbundel
1
, Wet/Verdrag Artikel Inhoud Blz. Kulwer
Grondwet Art. Doorwerking verdragen in Blz. 2908
93&94 Nederlandse rechtsorde.
Handvest van de VN Doelstellingen(art. 1), Blz. 5467
Beginselen(art.2) &
Hoofdorganen(art.7)
Verdrag van Wenen Het verdragenverdrag, art.26 pacta Blz. 5541
sunt servanda
Internationaal verdrag inzake Bijv. zelfbeschikkingsrecht volken, Blz. 5567
burgerrechten en politieke discriminatieverbod & gelijke
rechten rechten mannen-vrouwen
Verdrag betreffende de Beginselen, waarden & Blz. 5663
Europese Unie(VEU) doelstellingen. Art. 13 noemt
organen van de EU
Verdrag betreffende de Een nadere uitwerking van het Blz. 5683
werking van de EU (VWEU) VEU, noemt bevoegdheden van EU
Hoofdstuk 1 Kennismaking met het internationaal recht
Het internationaal recht is van oudsher het recht tussen staten onderling.
2
, Volkenrecht= Een term die vaak terugkomt in wetgeving en andere literatuur. Deze term is
minder passend dan internationaal recht omdat het internationaalrecht niet alleen over
volkeren gaat. Zo gaat het bijvoorbeeld ook over internationale organisaties en individuen.
Internationaal versus nationaal:
In het nationale recht creëert de soevereine overheid wetten en regels voor burgers op het
eigen grondgebied. Bij het internationale recht is er sprake van regelgeving die staten
waardevol vinden om daadwerkelijk na te komen, zoals verdragen en internationaal
gewoonte recht.
Publiek versus privaat:
Bij internationaal publiekrecht gaat het dus om het openbare gezag dat regelgeving bedenkt
om internationale problemen op te lossen. Internationaal privaatrecht richt zich met name
op geschillen tussen natuurlijke personen en rechtspersonen onderling. Dit is bijvoorbeeld
bij online aankopen (consument en bedrijf hebben geschil).
In dit vak wordt bij de term internationaalrecht internationaal publiekrecht bedoelt.
Kenmerken van de internationale rechtsorde:
1. Decentraal: Er ontbreekt 1 centraal systeem dat van uitvoerende, wetgevende en
handhavende macht in het internationale systeem. Het gevolg hiervan is dat er dus
niet 1 centraal orgaan aan is te wijzen dat de wetten of regels maakt. Staten zijn
soeverein en zijn zelfstandig bevoegd om rechtsbetrekkingen met elkaar aan te gaan.
Soeverein betekent letterlijk hoogste macht/gezag.
2. Gelijkheid: min of meer alle staten zijn (juridisch) gelijk aan elkaar. Hier is dan ook
sprake van een horizontale rechtsorde (in tegenstelling tot de Nederlandse verticale
rechtsorde).
3. Afhankelijkheid: Er is sprake van onderlinge afhankelijkheid tussen staten ook wel
interdependentie genoemd.
4. Invloed van politiek factoren en machtsverhoudingen: De internationale rechtsorde
kan niet los gezien worden van het politieke klimaat. Door politieke wisselingen in de
nationale politiek veranderen internationale verhoudingen en dit heeft direct invloed
op het internationale recht.
Monisme= Internationaal recht is automatisch deel van de nationale rechtsorde, er is geen
aparte omzetting van internationale wetten naar nationale wetten.
Dualisme= Internationaalrecht moet omgezet of getransformeerd worden naar het nationale
recht door middel van een aparte wet.
Gematigd monistisch stelsel= Het stelsel dat Nederland heeft gekozen. De voorwaarden
hiervoor zijn vastgelegd in artikel 93 grondwet en stelt dat de internationale wet of regel een
eenieder verbindende bepaling moet zijn en dat pas na de publicatie van de internationale
wetten of regels deze geldig zijn. Er hoeft dus geen aparte wet voor gemaakt te worden,
maar ze moeten wel publiekelijk bekend gemaakt worden in het tractatenblad.
Eenieder verbindende bepaling= regels waaruit duidelijk een recht, plicht, een moeten
handelen of een nalaten kan worden afgeleid.
3