Nierziekten (ookwel nierfalen / nierinsufficiëntie) kunnen onderverdeeld worden in:
- Acuut nierfalen (plots ontstaan binnen 24 uur)
- Chronisch nierfalen (geleidelijk ontstaan in weken/maanden/jaren)
Acuut nierfalen heeft vrijwel altijd een betere prognose dan chronisch nierfalen.
Oorzaken acuut nierfalen:
- Prerenaal: afgenomen doorbloeding
- Renaal: (tijdelijke/reversibele) beschadiging van nefronen
- Postrenaal: occlusie/opstopping van urinewegen
Prerenale oorzaken:
Verminderde doorbloeding (MAP < 50-60 mmHg) door:
- Dehydratie
- Bloeding met veel bloedverlies
- Lage bloeddruk bij sepsis/shock
Renale oorzaken:
- Ischemie
- Intoxicaties; NSAID’s, gentamycine (=antibioticum)
- Hemolyse Hb in nefronen
- Spierafbraak myoglobine in nefronen
- Glomerulonefritis (= vaak reactie op doorgemaakte
streptococceninfectie) (zie plaatje)
- Jodiumhoudende contrastvloeistof (bij reeds verminderde nierfunctie)
Postrenale oorzaken:
- Nierstenen
- Prostaathyperplasie
- Tumoren bv blaascarcinoom
Glomerulaire filtratie rate eGFR
eGFR kan berekend (geschat)
worden op basis van de kreatinine
waarde in het bloed, want dit is
een maat van hoe de nieren
werken.
• (Hoe meer kreatinine in
het bloed hoe slechter de
nieren het bloed zuiveren)
1
,Pathologie / ziekteleer TLP4
• Bij een niet te oude gezonde volwassene is de GFR waarde 90-100 ml/min
• Naarmate men ouder wordt neemt de waarde af
• Bij een bejaarde kan een waarde van 30-45 ml/min nog normaal zijn
Creatinine is een afbraakproduct van de spieren. Het wordt continu door de nieren uit het
bloed gefilterd en uitgescheiden in de urine. De concentratie van creatinine in het bloed is
daarom een goede parameter voor het functioneren van de nieren. Hoe minder ze werken,
hoe meer creatinine in het bloed.
Verschijnselen acuut nierfalen:
- Oligurie (10-30 cc/hr) of anurie < 10 cc/hr
- Hypertensie door H2O en Na retentie
- Oedeem door meer extracellulair vocht en daardoor hogere capillaire Filtratiedruk
- Proteïnurie wat ook oedeem veroorzaakt (nefrotisch syndroom)
- Uremie (niervergiftiging) moeheid, sufheid en coma (door hyperosmolariteit)
- Pericarditis
- misselijkheid en diarree
- jeuk, neuritis
- Ontstaan van metabole acidose; door onvoldoende H+ uitscheiding en onvoldoende
bicarbonaat afgifte aan bloed
- Stollingsstoornissen; trombocyten werken niet goed
- Kussmaul ademhaling; om metabole acidose te voorkomen
- Hartritmestoornissen; door hyperkaliëmie
oligurie = verminderde urineproductie
anurie = (bijna) geen urineproductie
Onderzoek:
- Anamnese vochtintake, mictie (plassen)
- Lichamelijk onderzoek RR, slijmvliezen-huidturgor
- 24-uurs vochtbalans bijhouden
- Lab: bloed en urine
- Echo nieren
- Evt MRI of CT-scan (met of zonder contrast)
- Nierbiopsie
Therapie is afhankelijk van de oorzaak!:
- Bij shock; nierdoorbloeding verbeteren door NaCl iv en bv dopamine
- Bij nierparenchymbeschadiging; diuretica
- Bij postrenale obstructie; katheterisatie en evt operatie
Dopamine nodig om (nor)adrenaline aan te maken verhoging RR
2
, Pathologie / ziekteleer TLP4
Chronisch nierfalen
Oorzaken; ook weer prerenaal, renaal en postrenaal
Maar geleidelijker ontstaan dus andere oorzaken op voorgrond en meeste oorzaken toch
renaal
Prerenale oorzaken:
- Atherosclerose van nierarterie ischemie en beschadiging van nierparenchym
Parenchym = werkzame deel van weefsel van een orgaan.
Renale oorzaken:
- Hypertensie bindweefselvorming verstoort filtratie
- Diabetes hyperglycemie veroorzaakt afwijkingen van kleine vaatjes in glomeruli
- Polycysteuze nieren; erfelijke afwijking steeds meer cysten verdrukken normale
nierweefsel
- Glomerulonefritis autoimmuunontsteking van nierweefsel
Postrenale oorzaak:
- Pyelonefritis door opstijgende urineweginfectie
- Prostaathypertrofie
Verschijnselen chronisch nierfalen zijn grotendeels identiek aan symptomen van acuut
nierfalen maar door langere duur ook andere symptomen;
- - Anemie want erytropoëtine daalt
- - Renale osteodystrofie (metabole botafwijking) omzetting inactief actief vit D is
gestoord
- Fosfaatuitscheiding daalt Ca-spiegel in bloed daalt
- ->botafbraak
Erytropoëtine = (epo) is een hormoon dat door de nieren wordt geproduceerd, hoewel ook
de lever en macrofagen kleine bijdragen leveren. Erytropoëtine werkt in op het beenmerg
waar het de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert.
Onderzoek:
- Nadruk ligt hier op bloedonderzoek; Hb, Na+, K+, kreat, eGFR, ureum, Ca en fosfaat
en kreatinineklaring (in 24-uurs urine).
Belangrijkste doelen bij therapie:
1. Voorkomen van verder nierfunctieverlies
2. De kans op hart-en vaatziekten verkleinen; door de bijna altijd aanwezige hypertensie bij
nierfalen.
3