Beginselen van de democratische rechtsstaat
Literatuur HC 1
H1,2,3 en 17.1 en 17.2 van Beginselen van het Nederlandse staatsrecht
Reader: Beginselen van de democratische rechtsstaat. Inleiding tot de grondslagen van het
Nederlandse staats- en bestuursrecht.
Reader: De rechtsstaat in het antropoceen, over de dubbele erfenis van Montesquieu
HC 1 – Staatsrecht en rechtsstaat
Staatsrecht = Regels over de organisatie van de overheid en fundamentele normen over de
verhouding met de overheid.
Functies van het staatsrecht:
Constitueren: Bepalen hoe dat er een ambt of institutie is
Attribueren: Er wordt een bevoegdheid aan toegekend
Reguleren: Regulerende voorschriften/procedures koppelen aan de bevoegdheid
Recept voor een staat:
- Afgebakend stukje grond (duidelijke grenzen) Territoir
- Gemeenschap die een zekere eenheid vormt Natie
- Effectief gezag uitoefenen over de gemeenschap Interne Soevereiniteit
- Erkenning door andere staten Externe soevereiniteit
Micro states = hele kleine staatjes, veel micro states worden niet geaccepteerd door
buurlanden geen externe soevereiniteit en gaan ten onder
Fragile states = staten die in meer of mindere maten geen intern gezag meer hebben, fragile
states lopen het risico af te glijden naar failed states
Failed states = niet meer effectief functionerende staten
Macht is feitelijk: de mogelijkheid om anderen te dwingen = dwang
Gezag is gelegitimeerde macht: macht die wordt geaccepteerd door degenen over wie het
wordt uitgeoefend
Maar hoe krijg je burgers zo ver? : (Machtsuitoefening bereikt meer dan dwingen)
Waarom wel democratie?
Traditie iets is aanvaardbaar omdat het altijd al zo was
De koning, minister-president of burgemeester heeft charisma (= sterke persoonlijke
aantrekkingskracht die iemand uitoefent op andere mensen, die wordt ervaren als een
bepaalde uitstraling)
‘Het werkt’: het beschermt onze vrijheid het beste (en vult het liefst ook onze zakken)
Je wilt zo min mogelijk macht omzetten in zo min mogelijk gezag minimale macht,
maximaal gezag
Of het nou iets oplevert of niet, een democratie is iets wat je moreel moet zijn
Constitutie = het totaalpakket aan regels over de inrichting van de staat, een land kan
bestaan zonder Grondwet maar niet zonder constitutie
Materiele constitutie = Grondwet, statuut, organieke wetten, algemene maatregelen van
bestuur, ongeschreven staatrechts, reglementen van orde en conventies
,Formele constitutie = alleen Grondwet (zegt niet zo veel)
In Nederland is er een grote kloof tussen de materiele constitutie en de formele constitutie,
omdat we een hele oude grondwet hebben die lastig te wijzigen is.
Organieke wetten = wetten die betrekking hebben op de organisatie van de staat en
waarvan de basis in de Grondwet is geregeld (bijvoorbeeld Gemeentewet en Provinciewet)
Rechtsstaat = machtsuitoefening in niet meer persoonlijk, maar onpersoonlijk en volgt uit
procedures (we hebben tegenwoordig een koning omdat de grondwet dat bepaald)
Tenminste deze kernelementen:
- Legaliteit: u mag geen willekeur uitoefenen, grondslag moet in Grondwet of wet
liggen
- Machtenscheiding: één iemand oefent nooit alle macht uit om machtsmisbruik te
voorkomen
- Grondrechten: zonder het respecteren van de grondrechten ben je geen
rechtsstaat meer, beschermen de minderheid tegen een tirannieke meerderheid
- Rechtsbescherming: onafhankelijke en onpartijdige rechters
Statuut voor het Koninkrijk: het Statuut geldt voor het Koninkrijk (Nederland, Aruba,
Curaçao en Sint-Maarten) en dus niet alleen voor Nederland zoals de Grondwet, het Statuut
staat boven de Grondwet
Trias Politica
- Scheiding in functies wetgeven, besturen en rechtspreken
- Scheiding in instituties wetgever, bestuur en rechterlijke macht
- Scheiding in personen Kamerleden, minister en rechters
Scheiding in personen treedt steeds meer op de voorgrond en scheiding in functies en
instituties steeds meer op de achtergrond.
Kwetsbare mensen elkaar laten corrigeren, doe je door: constitutional means and personal
motives te combineren
De vier beginselen van week 1
- Een staat heeft gezag, de maffia heeft macht
- Een mooie Grondwet is nog geen goede constitutie
- Democratische rechtsstaat: maximaal gezag organiseren met minimale macht
- Goede motieven zijn mooi, slechte motieven zijn betrouwbaar
Europese Unie Raad van Europa
27 47
Europese Raad EVRM en EHRM
Raad van de Europese Unie
, Literatuur HC 2
H5,6,8 en 9.9 van Beginselen van het Nederlands staatsrecht
Reader: De vertrouwensregel en het parlementaire stelsel
Reader: Kiesstelsels en coalitievorming
HC 2 – Politiek staatsrecht
Democratie = Het volk regeert
Democratische rechtsstaat
De bevolking oefent op verschillende manieren beslissende invloed uit op het beleid:
- Door verkiezing van de regering
- En/of van een vertegenwoordigd orgaan (parlement) = representatieve democratie
- En/of door direct zelf beslissingen te nemen = directe democratie
Democratische voorwaarden:
Invloed
- Actief en passief kiesrecht in vrije en geheime verkiezingen
Deliberatie (mogelijkheid om iets te overleggen)
- Politieke grondrechten:
Vrijheid van meningsuiting (7 Gw)
Vrijheid van vergadering (8 Gw)
Vrijheid van betoging (9 Gw)
Inclusie (alle groepen moeten meedoen)
- Gelijke rechten voor iedereen (1 Gw)
Transparantie (informatie moet beschikbaar zijn)
- Openbaarheid van informatie en transparantie (110 Gw, Wob, Woo)
Waarom zou je geen democratie willen zijn?
- Elke vier jaar verandert het beleid dus lange termijn doelen zijn erg lastig te
verwezenlijken
- Kost heel veel geld (er wordt heel veel geld gestopt in projecten die nooit worden
uitgevoerd en verkiezingen kosten 100 miljoen)
- Is het volk de juiste groep om sommige dingen te beslissen? Voor veel dingen is
deskundigheid nodig
Parlementair stelsel
Koning speelt geen zinvolle rol meer in het parlement
Hoewel de macht van de koning steeds meer afnam, nam de ceremonie op Prinsjesdag toe
De inhoud is volledig naar de volksvertegenwoordiging gegaan
Een regeervorm waarmee je een democratie organiseert
Parlementair stelsel
Koning oefent macht uit over het volk en schakelt ministers in om hem daarbij te helpen
Volk krijgt via kiesrecht de kans om parlement te kiezen
- Ministeriële verantwoordelijkheid, koning is onschendbaar ministers zijn
verantwoordelijk
Politiek = opportuniteit, ministers zijn (tot op een bepaalde hoogte) verantwoordelijk
voor het gedrag van hun ambtenaren – minister kan weggestuurd worden door slecht
beleid
Valt het binnen de bevoegdheid van de rechtspersoon? – uitzonderingen art. 42 lid 2
Gw en art. 44 lid 1 Gw
Literatuur HC 1
H1,2,3 en 17.1 en 17.2 van Beginselen van het Nederlandse staatsrecht
Reader: Beginselen van de democratische rechtsstaat. Inleiding tot de grondslagen van het
Nederlandse staats- en bestuursrecht.
Reader: De rechtsstaat in het antropoceen, over de dubbele erfenis van Montesquieu
HC 1 – Staatsrecht en rechtsstaat
Staatsrecht = Regels over de organisatie van de overheid en fundamentele normen over de
verhouding met de overheid.
Functies van het staatsrecht:
Constitueren: Bepalen hoe dat er een ambt of institutie is
Attribueren: Er wordt een bevoegdheid aan toegekend
Reguleren: Regulerende voorschriften/procedures koppelen aan de bevoegdheid
Recept voor een staat:
- Afgebakend stukje grond (duidelijke grenzen) Territoir
- Gemeenschap die een zekere eenheid vormt Natie
- Effectief gezag uitoefenen over de gemeenschap Interne Soevereiniteit
- Erkenning door andere staten Externe soevereiniteit
Micro states = hele kleine staatjes, veel micro states worden niet geaccepteerd door
buurlanden geen externe soevereiniteit en gaan ten onder
Fragile states = staten die in meer of mindere maten geen intern gezag meer hebben, fragile
states lopen het risico af te glijden naar failed states
Failed states = niet meer effectief functionerende staten
Macht is feitelijk: de mogelijkheid om anderen te dwingen = dwang
Gezag is gelegitimeerde macht: macht die wordt geaccepteerd door degenen over wie het
wordt uitgeoefend
Maar hoe krijg je burgers zo ver? : (Machtsuitoefening bereikt meer dan dwingen)
Waarom wel democratie?
Traditie iets is aanvaardbaar omdat het altijd al zo was
De koning, minister-president of burgemeester heeft charisma (= sterke persoonlijke
aantrekkingskracht die iemand uitoefent op andere mensen, die wordt ervaren als een
bepaalde uitstraling)
‘Het werkt’: het beschermt onze vrijheid het beste (en vult het liefst ook onze zakken)
Je wilt zo min mogelijk macht omzetten in zo min mogelijk gezag minimale macht,
maximaal gezag
Of het nou iets oplevert of niet, een democratie is iets wat je moreel moet zijn
Constitutie = het totaalpakket aan regels over de inrichting van de staat, een land kan
bestaan zonder Grondwet maar niet zonder constitutie
Materiele constitutie = Grondwet, statuut, organieke wetten, algemene maatregelen van
bestuur, ongeschreven staatrechts, reglementen van orde en conventies
,Formele constitutie = alleen Grondwet (zegt niet zo veel)
In Nederland is er een grote kloof tussen de materiele constitutie en de formele constitutie,
omdat we een hele oude grondwet hebben die lastig te wijzigen is.
Organieke wetten = wetten die betrekking hebben op de organisatie van de staat en
waarvan de basis in de Grondwet is geregeld (bijvoorbeeld Gemeentewet en Provinciewet)
Rechtsstaat = machtsuitoefening in niet meer persoonlijk, maar onpersoonlijk en volgt uit
procedures (we hebben tegenwoordig een koning omdat de grondwet dat bepaald)
Tenminste deze kernelementen:
- Legaliteit: u mag geen willekeur uitoefenen, grondslag moet in Grondwet of wet
liggen
- Machtenscheiding: één iemand oefent nooit alle macht uit om machtsmisbruik te
voorkomen
- Grondrechten: zonder het respecteren van de grondrechten ben je geen
rechtsstaat meer, beschermen de minderheid tegen een tirannieke meerderheid
- Rechtsbescherming: onafhankelijke en onpartijdige rechters
Statuut voor het Koninkrijk: het Statuut geldt voor het Koninkrijk (Nederland, Aruba,
Curaçao en Sint-Maarten) en dus niet alleen voor Nederland zoals de Grondwet, het Statuut
staat boven de Grondwet
Trias Politica
- Scheiding in functies wetgeven, besturen en rechtspreken
- Scheiding in instituties wetgever, bestuur en rechterlijke macht
- Scheiding in personen Kamerleden, minister en rechters
Scheiding in personen treedt steeds meer op de voorgrond en scheiding in functies en
instituties steeds meer op de achtergrond.
Kwetsbare mensen elkaar laten corrigeren, doe je door: constitutional means and personal
motives te combineren
De vier beginselen van week 1
- Een staat heeft gezag, de maffia heeft macht
- Een mooie Grondwet is nog geen goede constitutie
- Democratische rechtsstaat: maximaal gezag organiseren met minimale macht
- Goede motieven zijn mooi, slechte motieven zijn betrouwbaar
Europese Unie Raad van Europa
27 47
Europese Raad EVRM en EHRM
Raad van de Europese Unie
, Literatuur HC 2
H5,6,8 en 9.9 van Beginselen van het Nederlands staatsrecht
Reader: De vertrouwensregel en het parlementaire stelsel
Reader: Kiesstelsels en coalitievorming
HC 2 – Politiek staatsrecht
Democratie = Het volk regeert
Democratische rechtsstaat
De bevolking oefent op verschillende manieren beslissende invloed uit op het beleid:
- Door verkiezing van de regering
- En/of van een vertegenwoordigd orgaan (parlement) = representatieve democratie
- En/of door direct zelf beslissingen te nemen = directe democratie
Democratische voorwaarden:
Invloed
- Actief en passief kiesrecht in vrije en geheime verkiezingen
Deliberatie (mogelijkheid om iets te overleggen)
- Politieke grondrechten:
Vrijheid van meningsuiting (7 Gw)
Vrijheid van vergadering (8 Gw)
Vrijheid van betoging (9 Gw)
Inclusie (alle groepen moeten meedoen)
- Gelijke rechten voor iedereen (1 Gw)
Transparantie (informatie moet beschikbaar zijn)
- Openbaarheid van informatie en transparantie (110 Gw, Wob, Woo)
Waarom zou je geen democratie willen zijn?
- Elke vier jaar verandert het beleid dus lange termijn doelen zijn erg lastig te
verwezenlijken
- Kost heel veel geld (er wordt heel veel geld gestopt in projecten die nooit worden
uitgevoerd en verkiezingen kosten 100 miljoen)
- Is het volk de juiste groep om sommige dingen te beslissen? Voor veel dingen is
deskundigheid nodig
Parlementair stelsel
Koning speelt geen zinvolle rol meer in het parlement
Hoewel de macht van de koning steeds meer afnam, nam de ceremonie op Prinsjesdag toe
De inhoud is volledig naar de volksvertegenwoordiging gegaan
Een regeervorm waarmee je een democratie organiseert
Parlementair stelsel
Koning oefent macht uit over het volk en schakelt ministers in om hem daarbij te helpen
Volk krijgt via kiesrecht de kans om parlement te kiezen
- Ministeriële verantwoordelijkheid, koning is onschendbaar ministers zijn
verantwoordelijk
Politiek = opportuniteit, ministers zijn (tot op een bepaalde hoogte) verantwoordelijk
voor het gedrag van hun ambtenaren – minister kan weggestuurd worden door slecht
beleid
Valt het binnen de bevoegdheid van de rechtspersoon? – uitzonderingen art. 42 lid 2
Gw en art. 44 lid 1 Gw