Inleiding:
Problematische opvoedingssituaties: opvoeders/buitenstaanders menen dat ontwikkeling
als gevolg van de opvoeding wordt geschaad // gewenste opvoeding wordt niet bereikt,
wat als probleem ervaren wordt.
- Intern gedefinieerd
- Extern gedefinieerd
Interne problematische opvoedingssituaties:
1) Opvoeder acht dat opvoeding in bepaalde richting gaat
2) Opvoeder denkt dat ontwikkeling niet gunstig gaat/zal gaan
3) Opvoeder ziet geen bevredigende middelen zodat de ontwikkeling nog gunstig zal
gaan
4) Gunstige middelen niet binnen een bepaald termijn te vinden
Externe problematische opvoedingssituaties:
1) Buitenstaander vindt gunstig verloop ontwikkeling belangrijk
2) Constateert/verwacht geen gunstig verloop van de ontwikkeling
o Persoonlijke waarden/(voor)oordelen maatstaaf van afweging
o Afweging gebaseerd op waarden en opvoedingsdoelen
3) Ongewenste ontwikkeling door de opvoeding
4) Gedrag zal niet in positieve zin in acceptabel termijn veranderen (van opvoeder)
Oorzaken problematische opvoeding:
1) Hoe opvoeders opvoeden
2) Kenmerken kind/ouders/context
3) Interactie tussen 1 en 2
Primaire opvoedingsproblemen: opvoeding die nodig is gaat mis of wordt verkeerd
geschat. Pedagogische vraag wordt verkeerd ingeschat.
Secundaire opvoedingsproblemen: kenmerken van kind/ouders/context
Belangrijk: er is sprake van wederzijdse beïnvloeding (Dus ouders<-->kind)
Orthopedagogiek:
- Studie van het handelen in als problematisch omschreven opvoedingssituaties
- Handelingswetenschap
- Streven naar zo hoog mogelijke mate participatie in samenleving
Laatste hoofdstuk:
Waarom POS niet meer centraal is:
- Onderzoeksterrein niet meer scherp genoeg afgegrensd
- Ouders als schuldigen
- Niet internationaal ingeburgerd
DSM-5:
- Sluiten aan bij internationale strekking
- Beperkingen
o Onderscheid ziek/gezond of wel/niet problematisch houdt geen verband
met waarheid
o Heterogeniteit binnen een klasse van problemen
o Beperkte bruikbaarheid predictie
o Dynamiek over hoofd gezien
o Weinig handvatten van de aanpak van problemen
,Handboek jeugdhulpverlening
ICF:
- Perspectieven:
1) Mens als organisme (inclusief afwijkingen/stoornissen)
2) Het menselijk handelen
3) Deelname aan samenleving
- Combineert medisch en sociaal in een model
- Functioneren van ieder persoon classificeren
- Niet gebaseerd op defectmodel
- Geen onderscheid tussen lichamelijk en psychisch functioneren
- Legt sterk nadruk op gelijke aandoening zeer verschillende beperkingen
Hoofdstuk 1: Gedrags- en emotionele problemen:
Kinderen met gedrags- en/of emotionele problemen: abnormaal/ongewoon emotie of
gedrag vertonen ook kinderen met lichamelijke klachten wat niet verklaard kan worden
met ziekten
Voordat men gedrag/emoties problematisch te noemt:
- Ontwikkelingsperspectief
- Continuumgedachte: ieder heeft zoiets wel eens (koppig, opstandig etc.)
- Context: gedrag & emotie niet los van elkaar zien
- Informant: ouders schatten gedrag anders in
Classificeren: systematisch ordenen en groeperen
- Gemeenschappelijke taal voor communicatie
- Op eigenschappen
Diagnostiek: inzicht in de individuele problematiek
Classificatiesystemen:
- Klinisch-psychisch
- Empirisch-statistische
Klinisch-psychische classificatiesysteem:
- Stoornissen: onafhankelijk en duidelijke afgelijnde ziekte-entiteiten
o Elk heeft diagnostisch en differentiaal-diagnostische criteria
o ICD- en DSM-systeem:
Doel: problematiek beschrijven en classificeren
Uitgebreid overzicht klinische geestelijke gezondheidsstoornissen
Leeftijdsbereik onbegrensd
Leunen op medisch model (iedere stoornis aparte oorzaak)
Alles-of-niets karakter
Niet zeker of valide in andere culturen
Empirisch-statistische classificatiesysteem:
- Psychometrische invalshoek
- Directe afleiding uit empirie
- ASEBA
o Gedragsvragenlijsten
CBCL: ouders van 6-18 jaar (1,5-5 jaar aparte versie)
TRF: leraren van 6-18 jaar (1,5-5 jaar aparte versie)
YSR: door jongeren zelf 11+ jaar
o Wordt gekeken ten opzichte van anderen
o Dimensionaal
o Resultaten: niet nodig om nieuwe normen te ontwikkelen
o Dimensioneel + comorbiditeit tussen schalen minder scherpe
diagnosestelling
,Handboek jeugdhulpverlening
Epidemiologie: systematische studie naar de prevalentie en verspreiding
- Prevalentie specifiek > algemeen
- Problemen hangen nauw samen met demografische variabelen
- Problemen stabiel
Ontwikkelingspathalogie: problemen (waar men hulp voor zoekt) hebben een lange
voorgeschiedenis, factoren beïnvloeden elkaar continu
Soorten verklaringsmodellen:
- Ecologisch
- Multifactoriële risicomodellen
- Cumulatieve
Uitgangspunten:
- Multicausaliteit van gedragsproblemen (vroeger monocausaliteit)
- Operationalisering in termen van risicofactoren
- Cumulatiehypothese meer risicofactoren leidt tot meer gedragsproblemen
Niveaus protectieve- en risicofactoren
- Kind, gezin en bredere omgeving
Factoren ter verklaring van de problemen: biologisch & leerervaringen
Biologisch:
- Invalshoeken:
o Gedragsgenetica
Recent: identificatie van genen die betrokken zijn bij problemen
Pathofysiologische kennis (risicogenen en aanwezigheid van
de problemen)
Genoomwijde associatiestudies: hypothesevrij een verband
opzoeken
o Neuroanatomisch
Disfuncties op niveau van de structuur van hersenen
o Neurofunctioneel
Niet optimale activatie van bepaalde hersenregio’s
o Neurochemisch
Chemische processen in hersenen en gedrag (bv. hormonen)
- Vooruitgang biologisch paradigma:
o Technologische ontwikkeling van ingenieuze beeldvormingstechnieken
o Uitdaging om modellen uite te werken zodat validiteit vergroot
Leerervaringen:
- Centrale leermechanismen binnen leerproces
o Klassieke conditionering: twee gebeurtenissen gekoppeld + verwacht)
o Operante conditionering: hoe mensen leren te reageren op bepaalde
stimuli
- Patterson’s theorie over agressie:
o Agressief gedrag: vrucht van leerproces tussen opvoeder en kind
o Vaste patronen
o The child runs the familie (coërcief)
Schreeuwen voor zin zodat moeder toegeeft
- Belangrijke opvoedingsgedragingen:
o Monitoring: op hoogte van de activiteiten
o Consequent straffen
o Duidelijke regels
o Positieve betrokkenheid
o Positieve bekrachtiging
o Relatie binnen gezin ook belangrijk
, Handboek jeugdhulpverlening
Chaotisch pathologisch-
Te gehecht (kluwengezinnen) disfunctioneel
Gehechtheidstheorie:
- Veilig hechten: ouders proberen consistent op ondersteunende en zorgende
manier het kind te helpen
o Kinderen zoeken daardoor sneller hulp bij hen
- Onveilig hechten: verliezen van vertrouwen in ouderlijke zorg
o Ligt aan hoe de kinderen ermee omgaan
- Angstig hechten: wel zorg willen, maar bang voor afwijzing zijn
Soorten diagnostiek:
- Classificerend
1) Emotioneel- of gedragsprobleem bepalen
2) Problematiek bepalen
Communicatie tussen hulpverleners makkelijker
Wegnemen schuldgevoel bij ouders en kind
- Verklarend
o Waar probleem ontstaat
o De factoren eerder benoemd (biologisch & leerervaringen)
- (be)handelingsgericht
o Doel: inzicht in verschillende factoren die samenhangen met problemen +
achterhalen hoe probleem verminderen/elimineren
o Stap ver dan de andere soorten
o Verschillende benaderingen
Kwaliteit van interventie? effectladder
1) Descriptief
2) Theoretisch
3) Eerst empirisch
4) Goed empirisch
5) Sterk empirisch
Meervoudige of multimodale behandeling oorzaak:
- Behoefte
- Paradigmaverschuivingen vruchtbaar samengaan
Theoretische perspectieven op behandeling:
- Psychodynamische visie: intrapsychische conflicten uit verleden
o Spel- en gespreksanalytische technieken
Kleine hans (Freud)
Intensief, langdurig, duur
Weinig rekening met verandering omgevingsfactoren
Weinig gecontroleerde studies
- Cognitieve gedrastherapeutische behandelingsmodel
o Problemen: tekort aan gedrag
Te weinig/verkeerde ervaringen
o Tegenwoordig gebaseerd op sociale leertheorie
o Programma’s Patterson: ouderlijke disciplinering herstellen op niet-
dwingende manier
o Programma’s Webster-Stratton: positieve ouder-kind interactie, stimuleren
sociale competenties en positief gezinsklimaat (+warme relatie)
- Systeem- of gezinstherapeutische benadering
o Gezin staat centraal
o Relationeel
o Elk gezinslid is cliënt
o Met gehele gezin moet wat gebeuren
o Verleden minder belangrijk
- Orthopedagogische behandeling
o Directe betrokkenheid