Samenvatting
kennistoets
2021
Psychologie
Opleiding Fysiotherapie Hogeschool
Saxion Enschede
Susan Beuving
,Chronische aandoening: psychosociale gevolgen
Leerdoel 1: Wat een chronische aandoening is (definitie) en het verschil tussen een
langlopende – en levensbedreigende chronische aandoening.
Wat is een chronische aandoening:
Ziekte dat lang duurt en steeds slechter wordt in een lange tijd.
- Irreversible
- Instable
- Long-lasting, seldom cause of death (duurt je hele leven, maar is vaak niet de
oorzaak van de dood)
In 2012 had 26% van de populatie een chronische aandoening en in 2016 zelfs
58%. Wel vrij brede definitie, een bril is al een chronische aandoening.
33% hiervan heeft serieuze problemen, dus onder behandeling bij een
arts/fysiotherapeut/ziekenhuis.
Meest voorkomende chronische aandoeningen:
- Reumatische aandoeningen
- COPD, astma
- Diabetes
- CND centraal neurologische aandoeningen (MS, Parkinson, stroke)
- Cardiovasculaire aandoeningen (hart en vaat)
- Depressie
- Dementie
Aandoening (objectief) en ziekte (subjectief)
- Aandoening = wat is er mis in het lichaam (‘damage of the body’)
- Ziekte = klachten (complaints)
Consequenties chronische aandoening:
- Somatisch (lichamelijk)
- Psychologisch
Cognitie, emotie, gedrag (CEB cognitions, emotions, behaviour)
- Sociaal (SCEBS-model)
Wat heeft CND als extra probleem in vergelijking met andere chronische
aandoeningen?
- Somatische consequenties
- Psychologisch (reactie op de aandoening)
- Pyscho-neurologische problemen (onhandigheid, niet goed meer uit je
woorden komen, niet meer goed snappen wat er van je verwacht wordt,
anders reageren) komt door de schade in je hersenen.
, Leerdoel 2: Welke modellen gehanteerd worden als er blijvende gezondheids-
problemen blijken te zijn (fasemodel en taakmodel).
Hoe reageren mensen op een chronische aandoening?
Fases:
- Schrikken (denial)
- Anger (boosheid)
- Schipperen, denken dat het over gaat, nog wat aan willen doen (bargaining)
- Dit gaat niet meer over, somberheid (depression)
- Accepteren (acceptance)
‘phase-model’ van Kubler-Ros
Volgorde is soms anders en sommige patiënten slaan fases over.
Nadelen van het fase model:
- Patiënt is passief
- Wordt verstaan als een format voor de patiënt en de sociale omgeving.
Task-model
- De patiënt moest zich aanpassen aan veranderingen en heeft te maken met
de adaptieve taken.
- Crisis theory is een task-model
Leerdoel 3: Welke factoren van invloed zijn op het omgaan met (coping) een crisis in
iemands gezondheid (crisistheory van Moos).
Leerdoel 4: Wat het coping proces inhoudt (adaptieve opgaven en coping
vaardigheden) (crisistheory van Moos).
kennistoets
2021
Psychologie
Opleiding Fysiotherapie Hogeschool
Saxion Enschede
Susan Beuving
,Chronische aandoening: psychosociale gevolgen
Leerdoel 1: Wat een chronische aandoening is (definitie) en het verschil tussen een
langlopende – en levensbedreigende chronische aandoening.
Wat is een chronische aandoening:
Ziekte dat lang duurt en steeds slechter wordt in een lange tijd.
- Irreversible
- Instable
- Long-lasting, seldom cause of death (duurt je hele leven, maar is vaak niet de
oorzaak van de dood)
In 2012 had 26% van de populatie een chronische aandoening en in 2016 zelfs
58%. Wel vrij brede definitie, een bril is al een chronische aandoening.
33% hiervan heeft serieuze problemen, dus onder behandeling bij een
arts/fysiotherapeut/ziekenhuis.
Meest voorkomende chronische aandoeningen:
- Reumatische aandoeningen
- COPD, astma
- Diabetes
- CND centraal neurologische aandoeningen (MS, Parkinson, stroke)
- Cardiovasculaire aandoeningen (hart en vaat)
- Depressie
- Dementie
Aandoening (objectief) en ziekte (subjectief)
- Aandoening = wat is er mis in het lichaam (‘damage of the body’)
- Ziekte = klachten (complaints)
Consequenties chronische aandoening:
- Somatisch (lichamelijk)
- Psychologisch
Cognitie, emotie, gedrag (CEB cognitions, emotions, behaviour)
- Sociaal (SCEBS-model)
Wat heeft CND als extra probleem in vergelijking met andere chronische
aandoeningen?
- Somatische consequenties
- Psychologisch (reactie op de aandoening)
- Pyscho-neurologische problemen (onhandigheid, niet goed meer uit je
woorden komen, niet meer goed snappen wat er van je verwacht wordt,
anders reageren) komt door de schade in je hersenen.
, Leerdoel 2: Welke modellen gehanteerd worden als er blijvende gezondheids-
problemen blijken te zijn (fasemodel en taakmodel).
Hoe reageren mensen op een chronische aandoening?
Fases:
- Schrikken (denial)
- Anger (boosheid)
- Schipperen, denken dat het over gaat, nog wat aan willen doen (bargaining)
- Dit gaat niet meer over, somberheid (depression)
- Accepteren (acceptance)
‘phase-model’ van Kubler-Ros
Volgorde is soms anders en sommige patiënten slaan fases over.
Nadelen van het fase model:
- Patiënt is passief
- Wordt verstaan als een format voor de patiënt en de sociale omgeving.
Task-model
- De patiënt moest zich aanpassen aan veranderingen en heeft te maken met
de adaptieve taken.
- Crisis theory is een task-model
Leerdoel 3: Welke factoren van invloed zijn op het omgaan met (coping) een crisis in
iemands gezondheid (crisistheory van Moos).
Leerdoel 4: Wat het coping proces inhoudt (adaptieve opgaven en coping
vaardigheden) (crisistheory van Moos).