Cellen zijn
• de bouwstenen van het menselijk lichaam
• zijn de kleinst functionerende eenheden van leven
• worden gevormd door deling van eerder bestaande cellen
• in elke cel wordt de homeostase (stabiel intern milieu) gehandhaafd.
Plasmamembraan met daarin de organellen:
Functie van het plasmamembraan (celmembraan)
eiwit
Plasmamembraan bestaat uit 2 lagen fosfolipiden. lipiden
Dit is een vettige stof die zorgt voor een waterafstotend membraan.
Lipiden zijn in water onoplosbare moleculen, die vetten, oliën en wassen omvatten . Fosfolipiden zijn
de meest voorkomende bouwstenen van celmembranen
Voornaamste functie van de eiwitten (en dus het celmembraan/plasmamembraan):
• Immunologische identiteit: kunnen aangeven dat de cel lichaamseigen is
• Receptoren: kunnen berichtjes herkennen
• Enzymen: kunnen een chemische reactie versnellen
• Transport eiwitten: kunnen stoffen door het membraan vervoeren
Structurele stabiliteit: door verbindingen tussen celmembranen en extracellulaire stoffen krijgen weefsels
een stabiele structuur.
, Celkern (Nucleus):
Hierin ligt het genetisch materiaal (DNA) opgeslagen.
Functie celkern: opslag en verwerking genetische
informatie (DNA) en regulatie van proteïnesynthese
Mitochondrien
Zijn de energiefabriekjes die het stofje ATP maken.
ATP is een energierijke verbinding. Als er energie nodig is
wordt ATP afgebroken tot ADP + fosfaat.
Leveren energie voor de cel
Ribosomen
Maken eiwitten; het kopie van RNA gebruiken ze als
recept om losse aminozuren aan elkaar te knopen
tot een eiwit
Endoplasmatisch reticulum bestaat uit 2 delen:
• Glad endoplasmatisch reticulum: maakt
lipiden zoals fosfolipiden voor het
plasmamembraan en steroïdhormonen
• Ruw endoplasmatisch reticulum (R.E.R)
bestaat uit eiwitten bestemd voor buiten
de cel. De eiwitpakketjes worden verzameld
en richting het Golgi apparaat gestuurd
Het Golgi apparaat krijgt eiwit pakketje van het
R.E.R. Hier worden ze verpakt in blaasjes de
secretoire granula en in de voorraadkast gezet en
wanneer het nodig is smelten de blaasjes samen
met het celmembraan en komt de inhoud vrij
buiten de cel
Lysosomen, dat is een type secretore granula
waarin eiwitten zitten die grote moleculen kunnen
opbreken. Lysosomen zie je dan ook veel in onze
afweercellen zodat de eiwitten de bacteriën kapot
kunnen maken
Blaasje met verteringsenzym zorgt voor het opruimen en
hergebruiken van stoffen binnen de cel
Cytoskelet bestaat uit een netwerk van kleine
vezels die zorgen voor:
• De vorm van een cel
• Bewegen van een cel
• Bewegen van organellen
Celdeling:
Cellulaire voortplanting. Is de ontwikkeling voltooid dan blijft er toch celdeling plaatsvinden oude en
beschadigde cellen worden zo vervangen