Fitheidstest: geeft een indicatie over je fitheid. Geeft informatie over beginsituatie en intensiteit.
Tussentijds en aan het einde van een trainingstraject kan je weer een fitheidstest doen.
Conditie: de door fysieke en psychische factoren gekenmerkte toestand van lichamelijk
presentatievermogen.
Fitheid: het algemene vermogen om lichamelijke prestaties te leveren.
Grondmotorische eigenschappen (cluks)
- Coördinatie: de organisatie en besturing van het motorische systeem
- Lenigheid: de mate van bewegingsuitslagen en de gewrichten = flexibiliteit
- Uithoudingsvermogen: het vermogen om een lichamelijke belasting vol te houden. Aeroob
(met zuurstof) of anaeroob (zonder zuurstof)
- Kracht: het vermogen om door spierwerking een bepaalde weerstand te overwinnen, tegen
te werken of te weerstaan.
- Snelheid: de afstand die per tijdseenheid wordt afgelegd (m/s of km/u)
Antropometrische eigenschappen: (kunnen ook worden getest)
- Lengte
- Gewicht
- Huidplooien
- Bloeddruk
Voorwaarden fitheidtest:
- Rekening houden met de validiteit meetinstrument
- De test onder dezelfde omstandigheden uitvoeren buiten, tijdstip, weer, ondergrond
- Hetzelfde meetinstrument gebruiken
- Het testinstrument op dezelfde wijze gebruiken
Trainingsdoel opstellen (SMART)
- Specifiek: doelstelling moet duidelijk en concreet zijn
- Meetbaar: onder welke (meetbare/observeerbare)
voorwaarden of vorm is het doel bereikt?
- Acceptabel
- Realistisch: moet haalbaar zijn
- Tijdsgebonden: wanneer moet het doel bereikt zijn?
Testbatterijen: combinatietesten waarbij alle grondmotorische eigenschappen getest worden en je
meer te weten komt over je algemene fitheid.
- De eurofittest:
1. Shuttleruntest maximale aerobe uithoudingsvermogen
2. Fietsergometertest submaximale aerobe uithoudingsvermogen