Opdracht 1: Een aantal meerkeuze vragen
1A: Welk zin is juist?
a. een afferente impuls is aanvoerend en loopt van het perifere zenuwstelsel
naar het centrale zenuwstelsel
b. Een afferente impuls is afvoerend en loopt van het centrale zenuwstelsel naar
het perifere zenuwstelsel
c. Een efferente impuls is aanvoerend en loopt van het centrale zenuwstelsel
naar het perifere zenuwstelsel
1B: Welke zin is juist?
a. De schede van Schwann voorziet een axon van myeline, een witachtige stof
b. De schede van Schwann voorziet een dendriet van myeline, een witachtige
stof.
c. De insnoering van Ranvier voorziet een dendriet van myeline, een witachtige
stof.
1C: Wat doet een dendriet?
a. Neuronen voorzien van voedingsstoffen en zuurstof
b. Ontvangen van impulsen van andere zenuwen en vervoeren naar cellichaam
toe
c. Impulsen van het cellichaam afvoeren