Orgaanstelsels
2 orgaanstelsels coordineren alle andere orgaanstels:
1. het zenuwstelsel (snelle response, korte duur)
2. het hormoonstelsel (lange response, lange duur)
Het zenuwstelsel resgisteert het interne en externe mileu, verwerkt zintuigelijke informatie en
coördineert gewilde en ongewidle acties. Dit alles gedaan door neuronen
Neuronen zijn cellen van een zenuwstelsel. Zij geven impulsen door
De dendriet ontvangt een impuls en geeft dit door aan het cellichaam.
(het cellichaam bevat organellen. De organellen zorgen dat de cel goed kan functioneren)
Het Axon geeft het impuls vanuit de celkern door aan de synaps.
De synaps zorgt dat het impuls door wordt gegeven aan een andere cel.
De impulsgeleiding gaat met sprongen waardoor de snelheid verhoogd wordt.
pag. 1
, Cellen van Schwann
axon zij omcirkelen de Axon
Doordat de Myeline schede de axon isoleert moet het impuls een sprongetje maken
Meyline is een witte vetachtige substantie, die de axonen omgeeft. Het zorgt voor de prikkelgeleiding
dendriet van
volgende neuron
Impuls komt in de synaps. Blaasjes smelten met het membraan hier komen stofjes bij vrij
(neurotransmitter) de neurotransmitter
Neurotransmitters of overdrachtsstoffen zijn signaalstoffen die in synapsen zenuwimpulsen
overdragen tussen zenuwcellen ('neuronen') in het zenuwstelsel
pag. 2