Ieder gebied is uniek
Er zijn ook overeenkomsten tussen bewoners indelen in regio’s
Regionaliseren:
o Indelen op basis van hetzelfde kenmerk
o Indelingskenmerk meten met een indelingscriterium
- Bv. indelingskenmerk: armoede, indelingscriterium: BNP/inwoner
o Ruimtelijk schaalniveau is belangrijk
- Als je inzoomt zie je meer verschillen
o Begrenzing regio’s zelden scherp
- Meestal overgangszones
Vormen geografisch beeld van een gebied met 4 belangrijke aspecten (blz. 185):
1. De ligging - Demografisch (§ 1)
2. Bevolkingskenmerken - Cultureel (§ 1)
3. Gebiedskenmerken - Economisch (§2)
4. Interne en externe relaties - Politiek (§2)
Demografische kenmerken
o Bevolkingsspreiding
o Bevolkingsdichtheid (inwoners/ km2)
o Bevolkingsgroei
- Bepaald door natuurlijke groei en sociale groei
(geboorte – sterfte) en (vestiging – vertrek)
- Leeftijdsgrafiek toont leeftijdsopbouw
Leeftijdsgroepen (cohorten) afgebeeld in
× Relatieve cijfers (procenten of promillages)
× Absolute cijfers (totalen)
- 3 basisvormen van een bevolkingsdiagram:
1. Piramidevorm
× Sterk groeiende bevolking
2. Granaatvorm
× Stagnerende bevolkingsgroei
3. Ui-vorm/ urn vorm
× Dalende natuurlijke bev. groei (sterfteoverschot)
1
, - Demografische druk (DD)
Niet actieven (A + C)
× Jongeren 0-19 jaar = groene druk
× Ouderen 65+ = grijze druk
Productieve leeftijdsgroep (B)
× 20 – 64 jaar
niet−actieven
Regel: DD=
productieven
> 100 meer niet-actieven dan productieven
Door ontwikkeling van een land neemt eerst de groene druk
af en later stijgt de grijze druk
Demografische transitie
o Regio’s bevinden zich een fase van het model afhankelijk van de sociaal-
economische ontwikkeling
- Fase 1 (agrarisch ambachtelijke fase):
Hoog (schommelend) geboortecijfer
® Grote gezinnen
Hoog (schommelend) sterftecijfer)
× Slechte medische en hygiënische situatie
× Hongersnood, oorlog etc.
- Fase 2 (proletarische fase):
Hoog geboortecijfer
× Hoe meer mensen in de industrie, hoe meer gezinnen
Dalend sterftecijfer
× Beter drinkwater, voedsel en medicijnen
× Meer riolering/ sanitaire voorzieningen
- Fase 3 (moderne fase):
Geboortecijfer neemt af
× Afname vruchtbaarheid (minder kinderen per vrouw)
× Invloed traditie/ geloof neemt af, verstedelijking,
onderwijs
Sterftecijfer daalt verder
× Zuigelingenzorg, medische wetenschap
- Fase 4 (postindustriële fase):
Laag geboortecijfer
2
, × Kleiner aandeel van jonge vrouwen
× Geboortebeperking
Laag sterftecijfer
- Fase 5:
(toenemend) sterfteoverschot door vergrijzing
Omvang stedelijke bevolking in rijke landen is kleiner dan in minder rijke landen
o Urbanisatiegraad is hoog in rijke landen
o Urbanisatietempo is hoog in arme landen
Een volk heeft een eigen identiteit: combi van culturele kenmerken; belangrijk:
o Taal (voor cultuuroverdracht)
- Soms is er een lingua franca nodig: derde taal
o Religie: invloed op normen, waarden en politiek
Cultuurgebieden veranderen door:
o Interne factoren:
- Wisselwerking tussen mens en natuur
o Externe factoren:
- Contacten met ander gebieden
o Acculturatie
Sociale diffusie: info-overdracht sneller dan ooit dankzij sociale netwerken
§ 1.2 Economische en politieke bevolkingskenmerken
Economische kenmerken en criteria
o Ontwikkelingspeil meten:
- Nationaal inkomen per inwoner (per capita)
BNP, Bruto Nationaal Product
BBP, Bruto Binnenlands Product
o Bij regionale vergelijking van BNP of BBP letten op:
- Betrouwbaarheid cijfers
- Verschillen in koopkracht
- Wisselkoersen bij omrekenen
- Spreiding rondom gemiddeld inkomen
Lorenzcurve geeft de scheven inkomstenverdeling weer
o De samenstelling van de beroepsbevolking varieert met het
ontwikkelingspeil
- Aandeel in de landbouw betere indicator dan industrie of diensten
- In ontwikkelingslanden vaak onbetrouwbare cijfers vanwege groter
informele sector
Voorbeeld van regionaliseren op basis van samengestelde kenmerken
o VN-ontwikkelingsindex of Human Development Index (HDI) gebaseerd
op:
3