Praktijkexamen van
risicovolle en
voorbehouden
handelingen
,Inhoudsopgave
Protocol | Handen wassen ......................................................................................................... 3
Protocol | Subcutaan injecteren ................................................................................................. 4
Theorie | Subcutaan injecteren .................................................................................................. 6
Theorie | Intramusculair injecteren............................................................................................. 6
Protocol | Intramusculair injecteren............................................................................................ 8
Protocol | Insulinepen hanteren ............................................................................................... 10
Theorie | Insulinepen hanteren ................................................................................................ 13
Protocol | Verzorgen rode, gele en zwarte wonden................................................................. 17
Theorie | Wondverzorging ........................................................................................................ 18
Protocol | ACT zwachtelen ....................................................................................................... 22
Theorie | ACT-zwachtelen ........................................................................................................ 25
Protocol | Blaaskatheterisatie vrouw verblijfskatheter ............................................................. 27
Protocol | Urethrale verblijfskatheter verwijderen .................................................................... 31
Protocol | Blaasspoelen............................................................................................................ 33
Theorie | Verblijfskatheter ........................................................................................................ 35
Protocol | Verzorgen van een stoma........................................................................................ 37
Theorie | Stomazorg ................................................................................................................. 39
Protocol | Toedienen van sondevoeding.................................................................................. 40
Theorie | Voedingssonde ......................................................................................................... 43
Protocol | Uitzuigen mond/keelholte ........................................................................................ 45
,Protocol | Handen wassen
Aandachtspunten en complicaties
• Als je je handen goed wilt wassen kost dat ongeveer 40-60 seconden.
Benodigdheden
• Kraan
• Zeep
• Wegwerp doekjes
Werkwijze
1. Maak handen en polsen nat met water uit flink stromende kraan.
2. Gebruik genoeg zeep voor beide handen en polsen. Raak het tuitje van de dispenser niet
aan.
3. Wrijf handpalmen op elkaar en wrijf de polsen
4. Wrijf handpalm over handrug
5. Wrijf handpalmen tegen elkaar met verstrengelde vingers
6. Wrijf de rechterhandpalm over de linkerhandrug met verstrengelde vingers en andersom.
7. Draai met duim in handpalm
8. Draai met de duim van de linkerhand in de rechterhandpalm en andersom.
9. Spoel de handen en polsen goed af met water
10. Droog handen en polsen goed af met wegwerpdoekje.
11. Gebruik wegwerpdoekje om kraan dicht te draaien
12. Handen zijn nu schoon
13. Gooi het wegwerpdoekje in de afvalbak.
, Protocol | Subcutaan injecteren
Aandachtspunten en complicaties
• Gebruik deze werkinstructie niet voor het toedienen van cytostatica
• Lees de bijsluiter en dien medicijn volgens voorgeschrift
• Stem de lengte van de naald af op de dikte van het subcutane weefsel
• Ontlucht een voorgevulde kant-en klaarspuit niet, tenzij de fabrikant anders adviseert.
De luchtbel in de spuit zorgt ervoor dat de vloeistof volledig wordt ingespoten. De
luchtbel moet bij de zuiger zitten.
• Geschikte injectiegebieden voor subcutane injecties zijn:
o De boven/buitenkant van het bovenbeen (handbreedte boven de knie
vrijlaten)
o Het gebied naast en onder de navel (houd minimaal 2 cm afstand van de
navel)
o Billen (bovenste buitenste deel)
o De boven/buitenkant van de bovenarm
• Wissel de injectieplaats af. Minimaal 1 cm verwijderd van de vorige injectieplaats, in
een roterend schema. Bij sommige medicijnen wordt een grotere afstand (minimaal 3
cm) aanbevolen.
• Gebruik de no-touchmethode. Raak de aansluitpunten en de injectienaald niet aan
voorafgaand aan de injectie.
• Desinfecteer de huid bij cliënten met verminderde weerstand.
Complicaties tijdens de handeling Handelswijze
Er treedt tijdens of vlak na de injectie een - Raadpleeg een arts
allergische reactie op.
Er ontstaat direct een bobbeltje - De injectienaald zit intracutaan. Trek
de naald eruit, druk de injectieplaats
af met een gaasje. Neem een
nieuwe spuit en naald en kies een
andere injectieplaats.
Benodigdheden
• Disposable handschoenen
• Desinfectans
• Deppers
• Toe te dienen medicijn (ampul of flesje met rubber dop)
• Solvens (oplosmiddel)
• Optreknaald
• Injectie naald
• Spuit
• Bekken
• Naaldencontainer
• Pleister
• Bekken
Werkwijze’
Voorbereiding
1. Pas handhygiene toe.
2. Maak een schoon werkveld en zet daarop de benodigdheden binnen handbereik.
Controleer het medicijn en laat wanneer nodig een dubbele controle
1. Naam en geboortedatum van de cliënt
a. Vervaldatum/houdbaarheid