1) Wanneer blijkt dat een aanklager in proceszaak tegen corruptie zelf steekpenningen
heeft aangenomen, dan is dat volgens de Freudiaanse theorie een voorbeeld van:
a. ontkenning
b. projectie
c. reactievorming
d. displacement
2) Freud geeft het volgende voorbeeld: Een sous-chef zegt tijdens de receptie ter
gelegenheid het 40-jarig jubileum van zijn baas: ‘Ik nodig U uit om op de
gezondheid van onze chef aufzustossen (te boeren), pardon, anzustossen (te
klinken)’. Dit is een voorbeeld van:
a. sublimatie
b. projectie
c. orale fixatie
d. fehlleistung (freudiaanse verspreking)
3) Het zogenaamde ‘realiteitsprincipe’ is een proces dat gerelateerd is aan:
a. het onbewuste
b. het Ego
c. het Id
d. het bewuste
4) Op een mooie zondag in mei besluit je om je neefje Max te verrassen met een uitje naar
Blijdorp.
In de dierentuin springt plots een gorilla uit zijn kooi. De gorilla maakt een agressieve
indruk en
komt recht op jou en Max af. Wat voor angst ervaren jullie op dat moment volgens de
psychoanalyse?
a. objectieve angst
b. neurotische angst
c. morele angst
d. secundaire angst
5) Defensiemechanismen hebben alle onderstaande kenmerken, BEHALVE:
a. ze werken onbewust.
b. ze vereisen psychische energie.
c. ze zijn het resultaat van Ego-functioneren.
d. ze kunnen als ‘secundaire processen’ worden beschouwd.
6) Wat is een overeenkomst tussen de psychoanalytische theorie van Freud en
het behaviorisme?
a. Ze vinden allebei dat onbewuste processen gedrag bepalen.
b. Beiden vinden dat gedrag voornamelijk wordt bepaald door de omgeving.
c. Beiden vinden dat gedragsproblematiek (bv. angsten) zijn terug te voeren
op ervaringen uit de vroege jeugd.
d. Ze leggen allebei de nadruk op systematisch onderzoek
, 7) Kleine Albert werd als gevolg van conditionering door Watson eerst bang voor ratten en
daarna ook voor andere harige objecten zoals konijnen en bontjassen. Dit is een
voorbeeld van:
a. discriminatie
b. generalisatie
c. extinctie
d. systematische desensitizatie
8) Wie ontwikkelde een theorie over een hiërarchie van behoeften?
a. Rogers.
b. Maslow.
c. Winter.
d. Mc Clelland.
9) Vader, een alom gewaardeerd chirurg, is erg begaan met de prestaties van zijn dochter.
Hij stimuleert haar om goede cijfers op school te halen. Evengoed toont hij zijn
teleurstelling als dochterlief een keer een minder goed cijfer op school haalt. Volgens
Rogers is hier sprake van:
a. unconditional positive regard
b. social reinforcement
c. conditional positive regard
d. geen van allen
10) Welk opvoedingsadvies zal de humanist Carl Rogers als eerste aan ouders geven:
a. geef je kinderen onvoorwaardelijke positieve achting
b. help je kinderen in het stellen van standvastige doelen in het leven
c. zorg dat je eerst aan de eigen zelfverwerkelijking toekomt
d. geef kinderen positieve achting indien ze zich goed gedragen
11) Met de term ‘possible selves’ wordt aangegeven wie we
a. graag zouden willen worden .
b. niet willen worden .
c. denken dat we zouden kunnen worden .
d. alle alternatieven zijn juist
12) Met ‘reciprocal determinisme’ bedoelt Bandura dat het gedrag van een persoon
bepaald wordt door:
a. de interactie tussen de persoon en de omgeving
b. de interactie tussen de omgeving en de models van de persoon
c. de interactie tussen de stimulus en de response
d. de interactie tussen expectancies en de goals
13) Volgens Spearman is verbale intelligentie een voorbeeld van
a. de ‘g’-factor
b. een groepsfactor
c. een specifieke factor
d. een dynamische factor