ONTWIKKELING
Maastricht University
Psychology & Neuroscience 2014 – 2015
Taak 1 t/m 9 & E-readers (zeer uitgebreid:
Smith & Siegler)
,Taak 1: Joep changes (Cognitieve ontwikkeling)
Chapter 13: Piaget's theorie van cognitieve ontwikkeling (Smith)
Piaget stelt dat kinderen vanaf hun geboorte door identificeerbare stadia gaan.
Piaget's kijk op ontwikkeling wordt ook wel de Stage Theory genoemd. Tegenwoordig
wordt gedacht dat ontwikkeling van kinderen veel gecompliceerder is.
Piaget denkt dat de essentie van kennis activiteit is: fysiek (verkennen) en mentaal
(nadenken over problemen).
Piaget: De stadia van intellectuele ontwikkeling
Stadium Leeftijd Kenmerken
(jaren)
1 Sensomotorisch 0-2 Bewust van de wereld door acties en
sensorische informatie: leert zichzelf te
onderscheiden van de omgeving; begint
verband tussen ruimte en tijd te zien,
ontwikkelt capaciteit om interne mentale
representaties (opslaan van kennis uit
buitenwereld) te vormen.
2 Pre-operationeel 2-7 Door symbolisch gebruik van taal en
intuïtieve probleemoplossing begint het kind
het classificeren van objecten te begrijpen.
Het denken wordt gekenmerkt door
egocentrisme: Kan andermans perspectief
niet innemen. focust op één aspect van iets
(=centratie), snapt compensatie en idee
van omkeerbaarheid (reversibility) niet.
Aan het einde van dit stadium kunnen
kinderen andermans perspectief innemen en
met getallen/meetmaten omgaan.
3 Concreet operationeel 7 - 12 Begrijpen van het principe van massa,
lengte, gewicht en volume. Classificeren,
rangschikken en organiseren van objecten.
Kunnen gemakkelijker vanuit perspectief
van een ander kijken. Kind is nog
gelimiteerd tot bepaalde ervaring, maar kan
logische mentale handelingen uitvoeren.
4 Formeel operationeel 12+ Abstract redeneren begint: manipuleren van
ideeën; speculeren over mogelijkheden;
deductief redeneren; formuleren en testen
van hypothesen.
Piaget's structuur is gebaseerd op mentale handelingen (= schema's) die kinderen
kunnen toepassen op objecten, opvattingen, ideeën of andere zaken in hun 'wereld'.
Een mentale handeling wordt schema genoemd: schema's worden gezien als
ontwikkelende structuren die groeien en veranderen om door de stadia heen te gaan.
Centrale kenmerken van Piaget's stage theory:
- Kwalitatieve veranderingen;
- Breed toepasbaar;
- Korte overgang;
- Vaste volgorde.
, Nature en nurture (Piaget) werken samen bij cognitieve ontwikkeling. Nurture houdt
alle ervaringen in die een kind tegenkomt in de wereld; Nature betreft het
ontwikkelen van het brein en lichaam.
Twee basisfuncties bij cognitieve ontwikkeling, die volgens Piaget niet veranderen
vanuit nature en van nurture (=omgeving) afhankelijk zijn:
Organisatie Aangeboren capaciteit om geobserveerde kennis (cognitieve
structuren) te combineren naar samenhangende, complexe kennis.
Het combineren van geleerde acties tot complexere acties (lepel
pakken, op stoel zitten gebruiken om te eten).
Aanpassing De neiging om te reageren op de omgeving, om een balans te
(adaptation) vinden en doelen na te streven.
Drie continue, veranderbare processen, waarmee men organisatie en aanpassing
bereikt:
Assimilatie Nieuwe inkomende informatie in een bestaand schema voegen
die ze al begrijpen (bv. als weet dat een hond vier voeten heeft,
zullen zij dieren met vier voeten in dit schema indelen en tijdelijk
alle dieren met vier voeten 'hond' noemen).
Accommodatie Aanpassen van huidige kennis door het opdoen van nieuwe
/ Aanpassing ervaringen. Nieuwe schema's maken met nieuwe kennis (bv. kind
leert dat niet alle dieren op vier voeten een hond zijn).
Accommodatie zorgt voor de werkelijke groei en verandering.
Evenwicht Door samenwerkende processen van assimilatie en
(Equilibration) accommodatie, bereikt het kind een nieuw evenwicht, om de
wereld te begrijpen. Dit proces is niet constant en betreft drie
fases:
1) evenwicht: kinderen zijn tevreden met hun begrip van een
fenomeen en zien geen tegenstrijdigheid tussen hun observaties
en begrip;
2) onevenwichtigheid: nieuwe informatie laat kind inzien dat hun
begrip van een fenomeen niet klopt; zien in dat hun begrip niet
voldoende is, maar kunnen geen beter alternatief bedenken;
3) beter begrip en aanpassing: alternatief zorgt voor beter begrip.