De wereld in de tijd van Grieken en Romeinen
3000 v.Chr. – 500
Kenmerkende aspecten
- De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in
de Griekse stadstaat
- De groei van het Romeinse imperium waar door de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde
- De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
- De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van
Noordwest-Europa
- De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten
De Grieken
Bij de Grieken werd een wetenschappelijke manier van denken ontdekt vanaf de 6e eeuw v.Chr.
Filosofen ontwikkelden een rationeel-wetenschappelijke manier van denken, de belangrijkste
filosofen zijn:
- Plato
- Socrates
- Aristoteles
Plato’s filosofie was dat elke object anders was maar dat we bijvoorbeeld een bom herkenden als
boom omdat we een ideaal plaatje hebben van een boom in ons hoofd. Aristoteles richtte zich juist
op de zichtbare werkelijkheid.
In de 5e eeuw v.Chr. ontstonden er verschillende takken van wetenschap, Archimedes en Pythagoras
ontdekten natuurkundige en wiskundige wetten.
De Grieken leefden niet in een groot rijk maar in onafhankelijke poleis, elke polis had zijn eigen
bestuur leger en eigen wetten. Een polis begon vaak als een monarchie maar veranderde overtijd in
een oligarchie, een aristocratie of in een tirannie. De machtigste stadstaat was Athene, deze
stadstaat had een volksvergadering die de hoogste macht kreeg en hiermee was Athene de eerste
democratie in 507 v.Chr. het was een directe democratie. Athene was in 560 v.Chr. een tirannie
Cleisthenes joeg de laatste Tiran weg uit Athene. De democratie in Athene bleef bestaan tot 338
v.Chr. toen heel Griekenland onderworpen werd door de vader van Alexander de Grote.
Monarchie een vorst regeert
Aristocratie regering door besten (adel)
Oligarchie regering door weinigen (rijke burgers)
Tirannie alleenheerser
Democratie het volk heeft de macht
De Romeinen
3000 v.Chr. – 500
Kenmerkende aspecten
- De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in
de Griekse stadstaat
- De groei van het Romeinse imperium waar door de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde
- De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
- De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van
Noordwest-Europa
- De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten
De Grieken
Bij de Grieken werd een wetenschappelijke manier van denken ontdekt vanaf de 6e eeuw v.Chr.
Filosofen ontwikkelden een rationeel-wetenschappelijke manier van denken, de belangrijkste
filosofen zijn:
- Plato
- Socrates
- Aristoteles
Plato’s filosofie was dat elke object anders was maar dat we bijvoorbeeld een bom herkenden als
boom omdat we een ideaal plaatje hebben van een boom in ons hoofd. Aristoteles richtte zich juist
op de zichtbare werkelijkheid.
In de 5e eeuw v.Chr. ontstonden er verschillende takken van wetenschap, Archimedes en Pythagoras
ontdekten natuurkundige en wiskundige wetten.
De Grieken leefden niet in een groot rijk maar in onafhankelijke poleis, elke polis had zijn eigen
bestuur leger en eigen wetten. Een polis begon vaak als een monarchie maar veranderde overtijd in
een oligarchie, een aristocratie of in een tirannie. De machtigste stadstaat was Athene, deze
stadstaat had een volksvergadering die de hoogste macht kreeg en hiermee was Athene de eerste
democratie in 507 v.Chr. het was een directe democratie. Athene was in 560 v.Chr. een tirannie
Cleisthenes joeg de laatste Tiran weg uit Athene. De democratie in Athene bleef bestaan tot 338
v.Chr. toen heel Griekenland onderworpen werd door de vader van Alexander de Grote.
Monarchie een vorst regeert
Aristocratie regering door besten (adel)
Oligarchie regering door weinigen (rijke burgers)
Tirannie alleenheerser
Democratie het volk heeft de macht
De Romeinen