De tijd van monniken en ridders
500-1000
Kenmerkende aspecten
- De verspreiding van het christendom in geheel Europa
- Het ontstaan en de verspreiding van de Islam
- De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een
zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hof stelsel en horigheid.
- Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
Opkomst van de Islam
In 570 zou Mohammed geboren zijn, hij krijgt op 40 jarige leeftijd in de nacht van de macht in 610
bezoek van de engel Gabriel die hem verteld dat de enige god Allah is. Mohammed wordt
weggejaagd uit Mekka en vlucht naar Medina, dit werd de eerste Islamitische staat. Na de dood van
Mohammed werden meerdere Kalief (opvolgers) aangewezen die onder groot tempo het islamitisch
geloof verspreidden. De Islam werd gevolgd volgens 5 zuilen
1. De geloofsbelijdenis
2. De rituele gebeden
3. Het geven van aalmoezen
4. Het vasten tijdens de ramadan
5. Pelgrimstochten naar Mekka
6. De jihad (geheime zuil) is bekeren met woorden
Mohammeds volgelingen leerden verzen uit hun hoofd die ze vervolgens opgeschreven in de Koran.
Het islam had groot succes. In het islam kwamen oorlogen tussen de Soennieten en Sjiieten de
Soennieten willen de macht van de kalief in handen van de meest bekwame en de Sjiieten willen de
macht in handen van de familie van Mohammed. Hierin werden veel oorlogen gevoerd. Vanuit
Marokko werd in 711 overgestoken naar Europa tot diep in Frankrijk waar ze in 732 100 jaar na de
dood van Mohammed werden tegengehouden.
Rond het jaar 500 was er een enorme onveiligheid na de val van het West-Romeinse rijk. Bijna
iedereen moest gaan werken in de landbouw en plattelandsgemeenschappen waren autarkisch. Geld
verdween tijdelijk en er ontstond een ruilhandel, het was levensgevaarlijk om buiten je gemeenschap
te komen.
Boeren zagen zich verplicht voor de veiligheid om op grondgebied van adel te gaan werken horige
boer = half vrije boer.
Op deze manier ontstond het hof stelsel, waarbij horige boeren gebonden waren aan het domein van
hun heer. De heer had de taak om de horige boeren veilig te houden en de horige boer moet
herendiensten doen en een deel van het land bewerken en de oogst afstaan.
De Franken stichtten als snel weer een koninkrijk dynastie van de Merovingisch. Karel Martel was
de Hofmeijer van de Merovingisch en moest de islam tegenhouden in Frankrijk, Karel Martel regelt
een vermogende ridders om hulp in ruil van een stukje land. In 732 worden de moslims bij de slag
van pater tegen gehouden en wordt het begin van het leenstelsel gelegd.
500-1000
Kenmerkende aspecten
- De verspreiding van het christendom in geheel Europa
- Het ontstaan en de verspreiding van de Islam
- De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een
zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hof stelsel en horigheid.
- Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
Opkomst van de Islam
In 570 zou Mohammed geboren zijn, hij krijgt op 40 jarige leeftijd in de nacht van de macht in 610
bezoek van de engel Gabriel die hem verteld dat de enige god Allah is. Mohammed wordt
weggejaagd uit Mekka en vlucht naar Medina, dit werd de eerste Islamitische staat. Na de dood van
Mohammed werden meerdere Kalief (opvolgers) aangewezen die onder groot tempo het islamitisch
geloof verspreidden. De Islam werd gevolgd volgens 5 zuilen
1. De geloofsbelijdenis
2. De rituele gebeden
3. Het geven van aalmoezen
4. Het vasten tijdens de ramadan
5. Pelgrimstochten naar Mekka
6. De jihad (geheime zuil) is bekeren met woorden
Mohammeds volgelingen leerden verzen uit hun hoofd die ze vervolgens opgeschreven in de Koran.
Het islam had groot succes. In het islam kwamen oorlogen tussen de Soennieten en Sjiieten de
Soennieten willen de macht van de kalief in handen van de meest bekwame en de Sjiieten willen de
macht in handen van de familie van Mohammed. Hierin werden veel oorlogen gevoerd. Vanuit
Marokko werd in 711 overgestoken naar Europa tot diep in Frankrijk waar ze in 732 100 jaar na de
dood van Mohammed werden tegengehouden.
Rond het jaar 500 was er een enorme onveiligheid na de val van het West-Romeinse rijk. Bijna
iedereen moest gaan werken in de landbouw en plattelandsgemeenschappen waren autarkisch. Geld
verdween tijdelijk en er ontstond een ruilhandel, het was levensgevaarlijk om buiten je gemeenschap
te komen.
Boeren zagen zich verplicht voor de veiligheid om op grondgebied van adel te gaan werken horige
boer = half vrije boer.
Op deze manier ontstond het hof stelsel, waarbij horige boeren gebonden waren aan het domein van
hun heer. De heer had de taak om de horige boeren veilig te houden en de horige boer moet
herendiensten doen en een deel van het land bewerken en de oogst afstaan.
De Franken stichtten als snel weer een koninkrijk dynastie van de Merovingisch. Karel Martel was
de Hofmeijer van de Merovingisch en moest de islam tegenhouden in Frankrijk, Karel Martel regelt
een vermogende ridders om hulp in ruil van een stukje land. In 732 worden de moslims bij de slag
van pater tegen gehouden en wordt het begin van het leenstelsel gelegd.