College
College weerstand basis
- schadelijke prikkel / noxe
- ziekteoorzaken
- celveranderingen
- afweer/weerstand
- hemostase
- ontsteking
ontstaan ziekte: ons lichaam wordt de gehele dag blootgesteld aan prikkels waarvan meerdere
potentieel schadelijk (hondenbeten, uitlaatgassen, influenza virus, E. Coli=darmbacterie)
Noxe
Noxa / noxe = schade → schadelijke prikkel = ziekteoorzaak
Nocisensoren (=pijnzintuigen) gevoelig voor beschadiging
- exogene noxe
o van buiten
- endogene noxe
o van binnen
ontstaan ziekte
homoiostasis(=homeostase) = dynamisch evenwicht in het lichaam
- lichamelijk
- geestelijk
- sociaal (economisch)
ziekteoorzaken
- iedere ziekte heeft een oorzaak, niet altijd bekend
- monocausaal / multicausaal
o monocausaal; 1 oorzaak
o multicausaal; meerdere oorzaken
▪ bv allergie type 1; hooikoorts (factor binnenuit, factor planten)
- ethiologie van een ziekte = oorzaak van een ziekte
idiopatisch= oorzaak van de ziekte is onbekend
,endogene noxe
- afwijkende genen of chromosomen
o immuundeficienties
o enzymdeficienties
- anatomische afwijking
- bij de embryo in de baarmoeder
o medicamenten, drugs, zuurstof tekort, virusinfectie
exogene noxe
- fysisch
o druk, thermisch (warme/koude), elektrisch, straling, geluid, zuurstof tekort
- chemisch
o etsende stoffen/ gif
- biologisch
o infecties
- oorzaken gelegen in de voeding
o voedsel kan:
▪ besmet zijn
▪ andere ziekmakende bestanddelen bevatten
▪ kwantitatief of kwalitatief onjuist van samenstelling is
▪ vitaminen
▪ sporenelementen
o voorbeelden: eten bedorven, salmonella in kip, kok hepatitis a, allergie pinda
schimmel pinda; aspergillus flavus
celverandering
normaliter kunnen cellen op prikkels reageren en zich aan de prikkel aanpassen; er gebeurt niks met
de cel
homeostatisch evenwicht; de cel blijft in evenwicht met zijn omgeving en er vindt geen verandering
in structuur en functie plaats
aanpassingsvermogen van de cel
- soort cel
, - celdelingsfase
- celleeftijd
- celconditie
Indien de cel zich niet kan aanpassen kunnen er veranderingen gaan optreden
Groeistoornis / structuur
Hypertrofie= de cel wordt groter
Hyperplasie= het aantal cellen neemt toe
Metaplasie= cellen gaan zich in een andere richting differentieren
Neoplasie= autonome celgroei/ bijvoorbeeld tgv oncogene virussen
Regressive veranderingen
Regressive veranderingen= een achteruitgang (regressie) in de functie en de structuur van de cel
- de cel herstelt
- de cel veranderd
- de cel gaat dood
celdood = necrose
dit kan met cel en weefselniveau gebeuren:
- degeneratie
- atrofie
o cel kleiner en aantal cellen neemt af
- necrose
degeneratie
= ophoping van abnormale substanties in of tussen de cellen
- hydrophische degeneratie
o bepaalde opslag van te veel waterige stof
- vettige degeneratie
o te veel vet opgeslagen
- hyaliene veranderingen
, - mucoïde veranderingen
- dystrofische calcificaties
o te veel kalk wordt opgeslagen, heeft de neiging om te zitten op plekken waar iets al
niet goed functioneerd.
necrose = celdood
er kunnen 3 dingen gebeuren na de celdood:
- regeneratie
o de cellen worden vervangen door gelijkwaardige cellen
- reperatie
o de cellen worden vervangen door bindweefsel
- dood treedt in
o te veel cellen zijn doodgegaan
o Infarct= te weinig zuurstof is gekomen en dan gaat gedeelte dood
necrose – gangreen
klinische term, een zwarte verkleuring van het necrotisch weefsel
Lichaam beschermen tegen indringers/noxe
Noxe:
- de aard en intensiteit
- de tijd dat men eraan blootgesteld wordt
afweer:
- constitutie (erfelijk eigenschappen)
- conditie (leeftijd, voedingstoestand, etc)
afweer:
- aspecifiek
- specifiek
- normaliter kunnen cellen op prikkels reageren en zich aan de prikkel aanpassen