Algemene psychologie 7-9-2015.
Sensatie en Perceptie, hoofdstuk2.
Sensatie – sensorische fase (gewaarwording)
Perceptie – perceptuele fase (eigenlijke waarneming en interpretatie)
Waarnemen:
- Zintuiglijke indrukken zijn neurale representaties, geen werkelijke stimuli.
(alles wat wij waarnemen is alles wat de hersenen binnenbrengen)
- Niet rechtstreeks in de hersenen.
Transductie:
Omvorming van fysische energie in neurale (zenuw) impulsen.
Stimulatie van zintuig activatie van receptoren transductie sensatie perceptie.
Waarnemingsdrempels:
Absolute drempel (iets moet een bepaalde sterkte hebben om te kunnen waarnemen)
Juist waarneembare verschil ( JWV) verschildrempel.
Wet van Weber.
Signaaldetectietheorie:
- Stimulus Bijvoorbeeld de leraar die uitlegt.
- Achtergrond Bijvoorbeeld ergens komt geluid vandaan.
- Detector Bijvoorbeeld wel of niet waarnemen wat er waar te nemen valt, niet jezelf afleiden.
Sensorische adaptatie:
Aanpassing bij langdurige prikkeling.
Zintuigen:
Zien ruiken horen proeven voelen.
Fysische stimulatie omzetten in neurale impulsen, dit geldt voor alle zintuigen.
Gevoeliger voor verandering dan voor constante stimuli.
Onderscheiden zich door soort stimuli en gespecialiseerde verwerkingsgebieden in de hersenen.
Gezichtsvermogen (geldt ook voor andere zintuigen).
We kijken met onze ogen, maar we zien met onze hersenen.
Verwerking van de lichtgolven in de visuele cortex, dit gaat niet altijd zonder problemen.
Perceptie geeft betekenis aan sensatie.
Wij vormen een beeld, beeldvorming.
En uiteindelijk is het een percept, het geheel plaatje wat we waargenomen hebben.
Perceptuele beoordeling door:
- Kenmerkdetectoren (bijvoorbeeld voor gezichten).
- Bottom-up = stimulus gestuurde verwerking.
- Top-down = conceptueel gestuurde verwerking.
- Het zijn 2 verschillende processen maar ze werken tegelijkertijd naast elkaar.
Perceptuele constantie (voor kleur, grootte, vorm en plaats). Het beeld op je netvlies veranderd,
maar de persoon blijft hetzelfde.
Doel perceptie = accurate grip op de wereld.
Sensatie en Perceptie, hoofdstuk2.
Sensatie – sensorische fase (gewaarwording)
Perceptie – perceptuele fase (eigenlijke waarneming en interpretatie)
Waarnemen:
- Zintuiglijke indrukken zijn neurale representaties, geen werkelijke stimuli.
(alles wat wij waarnemen is alles wat de hersenen binnenbrengen)
- Niet rechtstreeks in de hersenen.
Transductie:
Omvorming van fysische energie in neurale (zenuw) impulsen.
Stimulatie van zintuig activatie van receptoren transductie sensatie perceptie.
Waarnemingsdrempels:
Absolute drempel (iets moet een bepaalde sterkte hebben om te kunnen waarnemen)
Juist waarneembare verschil ( JWV) verschildrempel.
Wet van Weber.
Signaaldetectietheorie:
- Stimulus Bijvoorbeeld de leraar die uitlegt.
- Achtergrond Bijvoorbeeld ergens komt geluid vandaan.
- Detector Bijvoorbeeld wel of niet waarnemen wat er waar te nemen valt, niet jezelf afleiden.
Sensorische adaptatie:
Aanpassing bij langdurige prikkeling.
Zintuigen:
Zien ruiken horen proeven voelen.
Fysische stimulatie omzetten in neurale impulsen, dit geldt voor alle zintuigen.
Gevoeliger voor verandering dan voor constante stimuli.
Onderscheiden zich door soort stimuli en gespecialiseerde verwerkingsgebieden in de hersenen.
Gezichtsvermogen (geldt ook voor andere zintuigen).
We kijken met onze ogen, maar we zien met onze hersenen.
Verwerking van de lichtgolven in de visuele cortex, dit gaat niet altijd zonder problemen.
Perceptie geeft betekenis aan sensatie.
Wij vormen een beeld, beeldvorming.
En uiteindelijk is het een percept, het geheel plaatje wat we waargenomen hebben.
Perceptuele beoordeling door:
- Kenmerkdetectoren (bijvoorbeeld voor gezichten).
- Bottom-up = stimulus gestuurde verwerking.
- Top-down = conceptueel gestuurde verwerking.
- Het zijn 2 verschillende processen maar ze werken tegelijkertijd naast elkaar.
Perceptuele constantie (voor kleur, grootte, vorm en plaats). Het beeld op je netvlies veranderd,
maar de persoon blijft hetzelfde.
Doel perceptie = accurate grip op de wereld.