Samenvatting HC Republiek + HC Verlichting
HC Republiek
In de eerste helft van de 16e eeuw was Karel V heerser over een groot Europees rijk.
In de Nederlanden woonden relatief veel mensen in steden. In de 15 e eeuw hadden
die steden geprofiteerd van de oplevende handel en geldeconomie. Een deel van het
geld dat de stedelingen verdienden, moesten ze als belasting afdragen aan hun
heer, Karel V. In ruil daarvoor kregen ze allerlei privileges. Die hielden bijvoorbeeld in
dat een stad verdedigingsmuren mocht bouwen of dat inwoners zelf hun rechtspraak
mochten regelen. Dankzij deze privileges hadden steden en hun burgers een sterke
positie gekregen.
Karel V had echter andere belangen, hij probeerde vanuit 1 plaats te besturen, als
een eenheid. Hij voerde dus een politiek van centralisatie. Ook moderniseerde hij het
bestuur van de Nederlanden, hij verving de raadgevende commissies door drie
collaterale raden. Deze adviseerde hem voor het geheel van de Nederlanden. Bij zijn
bestuur gebruikte Karel V naast edellieden ook ambtenaren, die daardoor meer
macht kregen ten koste van de adel. Er kwam hierdoor ontevredenheid onder
stadsbewoners en edellieden, die vonden dat hun vrijheden en rechten werden
bedreigd.
In de 16e eeuw ontstond een religieuze crisis, de Reformatie. Een groeiende groep
gelovigen vond dat de katholieke kerk bol stond van de misstanden. De religieuze
opstandelingen heet het protestantisme. Luther en Calvijn vonden dat mensen zich
alleen aan Gods voorschriften in de Bijbel moesten houden. Daarom moedigen zij
gelovigen aan zelf de Bijbel te lezen. Karel V was het absoluut niet eens met de
protestanten. Hij vond dat zij de rust verstoorden en hij wilde dat Luther zijn
bezwaren terugnam.
Luther moest voor de Rijksdag in Worms verschijnen, Luther herriep zijn kritiek op de
kerk niet, Karel V verklaarde Luther vogelvrij en verbande hem uit het Duitse Rijk.
Luther kreeg steun van een aantal vorsten, die ook bezwaren hadden tegen de kerk.
Hierdoor kwam een eind aan de eenheid van de kerk, kort daarna ontstonden aparte
protestantse kerken.
In de Nederlanden was de situatie iets anders, daar kreeg het calvinisme meer
aanhang.
Verschil Lutheranisme en Calvinisme
o Predestinatie: de goddelijke voorbeschikking. Dit houdt in dat God al
voorafgaand aan ieders geboorte heeft bepaald of diegene na zijn of haar
dood naar de hemel of de hel gaat. De manier waarop die persoon zijn leven
leidt kan hier dus helemaal niks aan veranderen: het is voorbestemd. Terwijl
Calvijn wel geloofde in deze predestinatie, deed Luther dit niet. Hij dacht dat
mensen er zelf voor konden zorgen dat ze in de hemel terecht kwamen, door
tijdens hun leven veel in de Bijbel te lezen en oprecht in God te geloven.
o De organisatie van de kerk. Luther en Calvijn vonden allebei dat de paus niet
de juiste leider was van de kerk en dat dit dus moest veranderen. Maar terwijl
Luther vond dat in plaats daarvan bisschoppen de kerk moesten leiden, dacht
Calvijn dat de kerkenraad hier het meest geschikt voor was. Deze kerkenraad
moest dan volgens Calvijn bestaan uit mensen van de gelovige elite, zoals
, doctoren, pastores en ouderlingen. Dus terwijl Luther zoveel mogelijk de
hiërarchie van de Katholieke Kerk in stand wilde houden, was Calvijn een
voorstander van een kerk die van onderuit was opgebouwd, met plaatselijke
kerken die veel gezag hadden.
o De vorst en het volk. Luther beweerde dat de vorst gekozen was door God. Hij
vond daarom dat niemand in opstand mocht komen tegen de vorst, want dan
verzette je je dus eigenlijk ook tegen de keuze van God. Calvijn vond echter
wel dat de bevolking in opstand mocht komen en de vorst mocht afzetten als
die zich als een tiran gedroeg en de eer van God niet verdiende. Mede
hierdoor werd het calvinisme erg belangrijk in Nederland tijdens de
Tachtigjarige Oorlog.
o Kerk en staat. Terwijl Luther geen scheiding tussen kerk en staat wilde, was
Calvijn hier wel een voorstander van.
Het begin van de opstand
Karel V en Filips II gaan protestanten streng vervolgen: ze wilden de katholieke Kerk
handhaven, dus vervolgden ze protestanten met steeds strengere plakkaten. Veel
plaatselijke bestuurders deden niet.
Karel V en Filips II streven naar centralisatie en ongedaan maken van privileges: de
machtsvergroting door centralisatie botste met de opkomst van de burgerij in de
steden, die de vrijheidsrechten wilden behouden en vastleggen.
De splitsing van de christelijke Kerk door de Hervorming: het merendeel van de
bevolking in de Nederlanden bleef katholiek, maar het aantal protestanten groeide.
De sterke positie van de stedelijke burgerij in de Nederlanden: door de opbloei van
handel en nijverheid was de welvaart sterk toegenomen. Bourgondische vorsten
heften hogere belastingen in ruil voor privileges. Privileges uit het verleden golden
niet meer.
Filips II wilde ketters blijven vervolgen, ook door de Beeldenstorm (1566). Filips II
stuurde de hertog van Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen. Alva
richtte een rechtbank op speciaal voor de vervolging van ketters, de Raad van
Beroerten.
Willem van Oranje een hoge edelman en stadhouder, was katholiek, maar tegen de
kettervervolgingen. Hij riep op tot verzet, hij bracht legers op de been die de
Nederlanden binnenvielen.
De watergeuzen hadden succes, deze opstandelingen kregen van Willem
toestemming op zeeschepen aan te vallen. Steeds meer steden sloten zich aan bij
de Opstand. De Statenvergadering erkende Willem van oranje opnieuw als
stadhouder. Door deze beslissing was hij in feite aanvoerder van de opstandelingen
tegen de Spaanse troepen, en dus tegen Filips II.
Ontstaan van de Republiek
In de Nederlanden ontstond er een burgeroorlog. Willem van Oranje stelde zich
matig op, hij vond dat zowel katholieken als protestanten vrij moesten zijn om hun
geloof uit te oefenen. Hij wilde zo veel mogelijk aanhang krijgen.
In 1576 eiste een groot deel van de gewesten in de Pacificatie van Gent dat de
Spaanse troepen zouden vertrekken. Ook gewesten met veel katholieken, die steeds
trouw waren gebleven aan Filips II ondertekenden de Pacificatie.
HC Republiek
In de eerste helft van de 16e eeuw was Karel V heerser over een groot Europees rijk.
In de Nederlanden woonden relatief veel mensen in steden. In de 15 e eeuw hadden
die steden geprofiteerd van de oplevende handel en geldeconomie. Een deel van het
geld dat de stedelingen verdienden, moesten ze als belasting afdragen aan hun
heer, Karel V. In ruil daarvoor kregen ze allerlei privileges. Die hielden bijvoorbeeld in
dat een stad verdedigingsmuren mocht bouwen of dat inwoners zelf hun rechtspraak
mochten regelen. Dankzij deze privileges hadden steden en hun burgers een sterke
positie gekregen.
Karel V had echter andere belangen, hij probeerde vanuit 1 plaats te besturen, als
een eenheid. Hij voerde dus een politiek van centralisatie. Ook moderniseerde hij het
bestuur van de Nederlanden, hij verving de raadgevende commissies door drie
collaterale raden. Deze adviseerde hem voor het geheel van de Nederlanden. Bij zijn
bestuur gebruikte Karel V naast edellieden ook ambtenaren, die daardoor meer
macht kregen ten koste van de adel. Er kwam hierdoor ontevredenheid onder
stadsbewoners en edellieden, die vonden dat hun vrijheden en rechten werden
bedreigd.
In de 16e eeuw ontstond een religieuze crisis, de Reformatie. Een groeiende groep
gelovigen vond dat de katholieke kerk bol stond van de misstanden. De religieuze
opstandelingen heet het protestantisme. Luther en Calvijn vonden dat mensen zich
alleen aan Gods voorschriften in de Bijbel moesten houden. Daarom moedigen zij
gelovigen aan zelf de Bijbel te lezen. Karel V was het absoluut niet eens met de
protestanten. Hij vond dat zij de rust verstoorden en hij wilde dat Luther zijn
bezwaren terugnam.
Luther moest voor de Rijksdag in Worms verschijnen, Luther herriep zijn kritiek op de
kerk niet, Karel V verklaarde Luther vogelvrij en verbande hem uit het Duitse Rijk.
Luther kreeg steun van een aantal vorsten, die ook bezwaren hadden tegen de kerk.
Hierdoor kwam een eind aan de eenheid van de kerk, kort daarna ontstonden aparte
protestantse kerken.
In de Nederlanden was de situatie iets anders, daar kreeg het calvinisme meer
aanhang.
Verschil Lutheranisme en Calvinisme
o Predestinatie: de goddelijke voorbeschikking. Dit houdt in dat God al
voorafgaand aan ieders geboorte heeft bepaald of diegene na zijn of haar
dood naar de hemel of de hel gaat. De manier waarop die persoon zijn leven
leidt kan hier dus helemaal niks aan veranderen: het is voorbestemd. Terwijl
Calvijn wel geloofde in deze predestinatie, deed Luther dit niet. Hij dacht dat
mensen er zelf voor konden zorgen dat ze in de hemel terecht kwamen, door
tijdens hun leven veel in de Bijbel te lezen en oprecht in God te geloven.
o De organisatie van de kerk. Luther en Calvijn vonden allebei dat de paus niet
de juiste leider was van de kerk en dat dit dus moest veranderen. Maar terwijl
Luther vond dat in plaats daarvan bisschoppen de kerk moesten leiden, dacht
Calvijn dat de kerkenraad hier het meest geschikt voor was. Deze kerkenraad
moest dan volgens Calvijn bestaan uit mensen van de gelovige elite, zoals
, doctoren, pastores en ouderlingen. Dus terwijl Luther zoveel mogelijk de
hiërarchie van de Katholieke Kerk in stand wilde houden, was Calvijn een
voorstander van een kerk die van onderuit was opgebouwd, met plaatselijke
kerken die veel gezag hadden.
o De vorst en het volk. Luther beweerde dat de vorst gekozen was door God. Hij
vond daarom dat niemand in opstand mocht komen tegen de vorst, want dan
verzette je je dus eigenlijk ook tegen de keuze van God. Calvijn vond echter
wel dat de bevolking in opstand mocht komen en de vorst mocht afzetten als
die zich als een tiran gedroeg en de eer van God niet verdiende. Mede
hierdoor werd het calvinisme erg belangrijk in Nederland tijdens de
Tachtigjarige Oorlog.
o Kerk en staat. Terwijl Luther geen scheiding tussen kerk en staat wilde, was
Calvijn hier wel een voorstander van.
Het begin van de opstand
Karel V en Filips II gaan protestanten streng vervolgen: ze wilden de katholieke Kerk
handhaven, dus vervolgden ze protestanten met steeds strengere plakkaten. Veel
plaatselijke bestuurders deden niet.
Karel V en Filips II streven naar centralisatie en ongedaan maken van privileges: de
machtsvergroting door centralisatie botste met de opkomst van de burgerij in de
steden, die de vrijheidsrechten wilden behouden en vastleggen.
De splitsing van de christelijke Kerk door de Hervorming: het merendeel van de
bevolking in de Nederlanden bleef katholiek, maar het aantal protestanten groeide.
De sterke positie van de stedelijke burgerij in de Nederlanden: door de opbloei van
handel en nijverheid was de welvaart sterk toegenomen. Bourgondische vorsten
heften hogere belastingen in ruil voor privileges. Privileges uit het verleden golden
niet meer.
Filips II wilde ketters blijven vervolgen, ook door de Beeldenstorm (1566). Filips II
stuurde de hertog van Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen. Alva
richtte een rechtbank op speciaal voor de vervolging van ketters, de Raad van
Beroerten.
Willem van Oranje een hoge edelman en stadhouder, was katholiek, maar tegen de
kettervervolgingen. Hij riep op tot verzet, hij bracht legers op de been die de
Nederlanden binnenvielen.
De watergeuzen hadden succes, deze opstandelingen kregen van Willem
toestemming op zeeschepen aan te vallen. Steeds meer steden sloten zich aan bij
de Opstand. De Statenvergadering erkende Willem van oranje opnieuw als
stadhouder. Door deze beslissing was hij in feite aanvoerder van de opstandelingen
tegen de Spaanse troepen, en dus tegen Filips II.
Ontstaan van de Republiek
In de Nederlanden ontstond er een burgeroorlog. Willem van Oranje stelde zich
matig op, hij vond dat zowel katholieken als protestanten vrij moesten zijn om hun
geloof uit te oefenen. Hij wilde zo veel mogelijk aanhang krijgen.
In 1576 eiste een groot deel van de gewesten in de Pacificatie van Gent dat de
Spaanse troepen zouden vertrekken. Ook gewesten met veel katholieken, die steeds
trouw waren gebleven aan Filips II ondertekenden de Pacificatie.