Medische kennis periode 2
tractus respiratorius 8-11-21
Bovenste luchtwegen: neus, mond, keelholte, sinussen
Onderste luchtwegen: van trachea tot alveoli(longblaasjes)
Diffusie passief transport, van hoog naar lage concentratie.
Belangrijke spier bij ademhaling: diafragma middenrif
Ventilatie en perfusie moeten matchen, is ideaal
Doel is om alle cellen in het lichaam van zuurstof te voorzien.
Longpoort/longhilus
Longkwab lobus. Linkerlong heeft twee longkwabben, rechts drie
Longvliezen pleura
Trachea ligt ventraal van de slokdarm.
Ware stembanden gebruiken we om te kunnen spreken en afsluiten luchtweg tijdens
slikken
Kraakbeenringen zijn aan de achterkant open zodat de trachea ruimte heeft om te
bewegen als er een groter voedselbrok door de slokdarm gaat.
Terminale bronchiole einde van luchtweg. Kan zich alsnog opsplitsen in twee
delen.
Capillairen lopen heel dicht om de alveoli, daar gebeurt de diffusie.
Zuurstof hoog naar laag
CO2 laag naar hoog
In de longblaasjes vindt de uiteindelijke gaswisseling plaats.
Zuurstof lost moeilijk op in het bloed hemoglobine is transporteiwit, hier bindt de
zuurstof aan. Daardoor komt er CO2 vrij komt een zuur bij vrij, bicarbonaat (HCO 3)
koolzuur. Dit valt uit een in water en CO2
Zuurstofspanning = concentratie zuurstof in de longen/ ingeademde lucht
Vanuit de longen wordt veel zuurstof in het bloed opgenomen, hierdoor ontstaat een
evenwicht.
CO2 is net andersom, dit wordt afgegeven. Minder afhankelijk van hemoglobine.
Concentratie zuur in de weefsels hoog, bind weer aan hemoglobine en er komt O 2
vrij. Weefsels hebben O2 nodig, en willen hun CO2 kwijt. \
Op het moment dat je diafragma afgeplat wordt (inademen), word de ruimte in je
thorax kleiner. buikademhaling
Buitenste tussenribspieren gebruik je tijdens borstademhaling.
Hulpademhalingsspieren bij moeite met ademhalen, kortademigheid; schouder-
en halsspieren.
Chemoreceptoren registreren de zuurgraad in het bloed. hoe hoger het zuur, hoe
lager het PH. op het moment dat er te veel CO2 aanwezig is, dus hoge zuurgraad,
bericht van chemoreceptoren naar hersenstam dan wordt er gekeken of de
ademhaling omhoog moet.
Tiffenau index FEV1/VC
- FEV1 forced expiratoire volume hoeveel lucht je zo snel mogelijk in 1
seconde kan uitademen.
- VC vitale capaciteit
- Normaal bij jongvolwassenen 83%
,Pathologie 9-11-21
COPD: chronische ontsteking van de luchtwegen
Langdurig hoesten, slijm ophoesten. Bij inspanning kortademig dyspneu
Periodes van verergering exacerbaties.
Kan niet genezen worden, maar meer het beeld op het verbeteren van de toekomst.
Wanneer luchtwegen ontstoken zijn, is ademen moeilijk. Maar bij uitademen worden
luchtwegen dichtgeknepen, uitademen is dus nog moeilijker. Op een gegeven
moment wordt het zuurstof in het bloed minder blauw lopen handen, lippen,
slijmvlies.
Hulpspieren nodig met ademen, snel en moeilijk ademen. Spierkracht verdwijnt.
Longblaasjes raken beschadigd en op een gegeven moment worden ze heel groot,
verliezen hun werking. hele systeem werkt minder
Diagnose Handen zijn vaak geel, minder spieren, piepen bij het luisteren,
hulpademhalingsspieren gebruiken.
Allergisch astma het is een allergeen waar het immuunsysteem gevoelig voor is
Bronchiale hyperactiviteit luchtwegen reageren op alles, ze gaan dichtzitten
Chronische allergische ontsteking, soms gepaard met bronchospasme, dan trekken
de luchtwegen in een keer dicht.
Niet allergische reacties inspanning, kou, rook, etc.
Atopie iemand met aanleg
Belangrijkste behandeling bij astma de triggers weghalen (vaak onmogelijk)
Astma is in het algemeen reversibel met medicijnen, COPD niet
Kortwerkend medicijn geef je zo nodig, langwerkend medicijn geef je voor
onderhoud.
, Tractus digestivis 15-11-21
er is een behoefte aan brandstof en bouwstof voeding moet bewerkt/verteerd
worden voedingsstoffen kunnen opgenomen worden en via het circulatiesysteem
verdeeld worden.
Macronutriënten koolhydraten, eiwitten,(brandstof) vetten (bouw- en brandstof)
Micronutriënten vitaminen, mineralen, elektrolyten, spoorelementen (moeten
worden afgebroken)
Eiwitten worden afgebroken tot aminozuren, koolhydraten worden afgebroken tot
monosachariden. Een deel van de vetten kan meteen in het bloed worden
opgenomen vanuit de darmen, maar er gaat ook een deel door naar de
lymfesystemen.
Glucose + zuurstof koolstofdioxide + water + energie
C6H12O6 + 6O2 6CO2 + 6H2O + energie (36-38 ATP)
Celademhaling vindt plaats in de mitochondriën, dit levert ons ATP op.
Dunne darm bestaat uit vier lagen, van buiten naar binnen: serosa (buitenlaag),
muscularis (spierlaag, eigenlijk 2, spierlagen in lengterichting en circulaire
spierlaag), submucosa (dun laagje waar de bloedvaten en zenuwen zich bevinden,
nodig voor transport en kneden van voedsel), mucosa (slijmvlies)
Mond: functie: spreken, kauwen, ademhaling, speeksel, hier begint ook al een deel
van de vertering. mechanische vertering: kauwen, chemische vertering:
verteringsenzymen.
3 grote speekselklieren:
- grootste voor het oor parotis
- onder je kaak submandibularis
- onder je tong sublingualis
Speeksel (1,5 liter)maakt een begin met het verteren van koolhydraten speeksel
bestaat uit water, slijm en speekselamylase. Het splits de polysachariden in kleinere
deeltjes. Speeksel bevat ook immunoglobulines (IgA), leukocyten (witte bloedcellen),
lysozym (enzymen die bacteriën doden)
Keel: nasopharynx (neusholte), oropharynx (mondholte),
laryngopharynx/hypopharynx (gedeelte onder mond), epiglottis (strottenklepje)
Slikken is voor een deel willekeurig op het moment dat je slikt wordt de
nasopharynx afgesloten en door de epiglottis de trachea, wanneer het voedsel is
gepasseerd gaat dit weer open om te kunnen ademhalen. Het is een complexe
handeling; daarom zijn er vaak slikproblemen (na een CVA, demente mensen,
baby’s). Je kunt een slikfilmpje maken om te bepalen of dit nog veilig gaat.
Slokdarm: geen rol in de vertering, heeft alleen een transportfunctie van voedsel naar
de maag toe brengen.
Maag: cardia: overgang van de slokdarm naar de maag. Er is een scherpe bocht
zodat je kan voorkomen dat het maagzuur teruggaat. (gaat lastig bij mensen met
overgewicht of zwangere)
De maag heeft 3 spierlagen, naast de lengte laag en de circulaire laag is hier ook
nog een schuine laag, zodat die het voedsel goed kan mengen en kneden.
Vervolgens wordt daar maagsap (1 tot 3 liter) aan toegevoegd. Dit bestaat uit
zoutzuur, verteringsenzymen, intrinsic factor opname B12.
tractus respiratorius 8-11-21
Bovenste luchtwegen: neus, mond, keelholte, sinussen
Onderste luchtwegen: van trachea tot alveoli(longblaasjes)
Diffusie passief transport, van hoog naar lage concentratie.
Belangrijke spier bij ademhaling: diafragma middenrif
Ventilatie en perfusie moeten matchen, is ideaal
Doel is om alle cellen in het lichaam van zuurstof te voorzien.
Longpoort/longhilus
Longkwab lobus. Linkerlong heeft twee longkwabben, rechts drie
Longvliezen pleura
Trachea ligt ventraal van de slokdarm.
Ware stembanden gebruiken we om te kunnen spreken en afsluiten luchtweg tijdens
slikken
Kraakbeenringen zijn aan de achterkant open zodat de trachea ruimte heeft om te
bewegen als er een groter voedselbrok door de slokdarm gaat.
Terminale bronchiole einde van luchtweg. Kan zich alsnog opsplitsen in twee
delen.
Capillairen lopen heel dicht om de alveoli, daar gebeurt de diffusie.
Zuurstof hoog naar laag
CO2 laag naar hoog
In de longblaasjes vindt de uiteindelijke gaswisseling plaats.
Zuurstof lost moeilijk op in het bloed hemoglobine is transporteiwit, hier bindt de
zuurstof aan. Daardoor komt er CO2 vrij komt een zuur bij vrij, bicarbonaat (HCO 3)
koolzuur. Dit valt uit een in water en CO2
Zuurstofspanning = concentratie zuurstof in de longen/ ingeademde lucht
Vanuit de longen wordt veel zuurstof in het bloed opgenomen, hierdoor ontstaat een
evenwicht.
CO2 is net andersom, dit wordt afgegeven. Minder afhankelijk van hemoglobine.
Concentratie zuur in de weefsels hoog, bind weer aan hemoglobine en er komt O 2
vrij. Weefsels hebben O2 nodig, en willen hun CO2 kwijt. \
Op het moment dat je diafragma afgeplat wordt (inademen), word de ruimte in je
thorax kleiner. buikademhaling
Buitenste tussenribspieren gebruik je tijdens borstademhaling.
Hulpademhalingsspieren bij moeite met ademhalen, kortademigheid; schouder-
en halsspieren.
Chemoreceptoren registreren de zuurgraad in het bloed. hoe hoger het zuur, hoe
lager het PH. op het moment dat er te veel CO2 aanwezig is, dus hoge zuurgraad,
bericht van chemoreceptoren naar hersenstam dan wordt er gekeken of de
ademhaling omhoog moet.
Tiffenau index FEV1/VC
- FEV1 forced expiratoire volume hoeveel lucht je zo snel mogelijk in 1
seconde kan uitademen.
- VC vitale capaciteit
- Normaal bij jongvolwassenen 83%
,Pathologie 9-11-21
COPD: chronische ontsteking van de luchtwegen
Langdurig hoesten, slijm ophoesten. Bij inspanning kortademig dyspneu
Periodes van verergering exacerbaties.
Kan niet genezen worden, maar meer het beeld op het verbeteren van de toekomst.
Wanneer luchtwegen ontstoken zijn, is ademen moeilijk. Maar bij uitademen worden
luchtwegen dichtgeknepen, uitademen is dus nog moeilijker. Op een gegeven
moment wordt het zuurstof in het bloed minder blauw lopen handen, lippen,
slijmvlies.
Hulpspieren nodig met ademen, snel en moeilijk ademen. Spierkracht verdwijnt.
Longblaasjes raken beschadigd en op een gegeven moment worden ze heel groot,
verliezen hun werking. hele systeem werkt minder
Diagnose Handen zijn vaak geel, minder spieren, piepen bij het luisteren,
hulpademhalingsspieren gebruiken.
Allergisch astma het is een allergeen waar het immuunsysteem gevoelig voor is
Bronchiale hyperactiviteit luchtwegen reageren op alles, ze gaan dichtzitten
Chronische allergische ontsteking, soms gepaard met bronchospasme, dan trekken
de luchtwegen in een keer dicht.
Niet allergische reacties inspanning, kou, rook, etc.
Atopie iemand met aanleg
Belangrijkste behandeling bij astma de triggers weghalen (vaak onmogelijk)
Astma is in het algemeen reversibel met medicijnen, COPD niet
Kortwerkend medicijn geef je zo nodig, langwerkend medicijn geef je voor
onderhoud.
, Tractus digestivis 15-11-21
er is een behoefte aan brandstof en bouwstof voeding moet bewerkt/verteerd
worden voedingsstoffen kunnen opgenomen worden en via het circulatiesysteem
verdeeld worden.
Macronutriënten koolhydraten, eiwitten,(brandstof) vetten (bouw- en brandstof)
Micronutriënten vitaminen, mineralen, elektrolyten, spoorelementen (moeten
worden afgebroken)
Eiwitten worden afgebroken tot aminozuren, koolhydraten worden afgebroken tot
monosachariden. Een deel van de vetten kan meteen in het bloed worden
opgenomen vanuit de darmen, maar er gaat ook een deel door naar de
lymfesystemen.
Glucose + zuurstof koolstofdioxide + water + energie
C6H12O6 + 6O2 6CO2 + 6H2O + energie (36-38 ATP)
Celademhaling vindt plaats in de mitochondriën, dit levert ons ATP op.
Dunne darm bestaat uit vier lagen, van buiten naar binnen: serosa (buitenlaag),
muscularis (spierlaag, eigenlijk 2, spierlagen in lengterichting en circulaire
spierlaag), submucosa (dun laagje waar de bloedvaten en zenuwen zich bevinden,
nodig voor transport en kneden van voedsel), mucosa (slijmvlies)
Mond: functie: spreken, kauwen, ademhaling, speeksel, hier begint ook al een deel
van de vertering. mechanische vertering: kauwen, chemische vertering:
verteringsenzymen.
3 grote speekselklieren:
- grootste voor het oor parotis
- onder je kaak submandibularis
- onder je tong sublingualis
Speeksel (1,5 liter)maakt een begin met het verteren van koolhydraten speeksel
bestaat uit water, slijm en speekselamylase. Het splits de polysachariden in kleinere
deeltjes. Speeksel bevat ook immunoglobulines (IgA), leukocyten (witte bloedcellen),
lysozym (enzymen die bacteriën doden)
Keel: nasopharynx (neusholte), oropharynx (mondholte),
laryngopharynx/hypopharynx (gedeelte onder mond), epiglottis (strottenklepje)
Slikken is voor een deel willekeurig op het moment dat je slikt wordt de
nasopharynx afgesloten en door de epiglottis de trachea, wanneer het voedsel is
gepasseerd gaat dit weer open om te kunnen ademhalen. Het is een complexe
handeling; daarom zijn er vaak slikproblemen (na een CVA, demente mensen,
baby’s). Je kunt een slikfilmpje maken om te bepalen of dit nog veilig gaat.
Slokdarm: geen rol in de vertering, heeft alleen een transportfunctie van voedsel naar
de maag toe brengen.
Maag: cardia: overgang van de slokdarm naar de maag. Er is een scherpe bocht
zodat je kan voorkomen dat het maagzuur teruggaat. (gaat lastig bij mensen met
overgewicht of zwangere)
De maag heeft 3 spierlagen, naast de lengte laag en de circulaire laag is hier ook
nog een schuine laag, zodat die het voedsel goed kan mengen en kneden.
Vervolgens wordt daar maagsap (1 tot 3 liter) aan toegevoegd. Dit bestaat uit
zoutzuur, verteringsenzymen, intrinsic factor opname B12.