Samenvatting PIMV02, Toetsweek 3
Risico’s in de eerste maanden
o Spenen (stoppen met melk geven aan de dieren)
o Afkalven
o Verhuizen
o Onthoornen
o ≥ 3 maanden ruwvoer
o In de wei
Het gewicht van het kalf bij de geboorte is 40 kilogram. De groei in de eerste maanden is 800
gram per dag.
De 7 behoeften
1. Voer
2. Water
3. Licht
4. Lucht
5. Ruimte
6. Rust
7. Gezondheid
De 7 perioden
Afkalven – 1e dagen biest – melkperiode – spenen – groeien – insemineren – afkalven
Biest
De 4 V’s: Vers, Vlug, Veel, Vaak
o Vlug: de eerste biest direct na de geboorte, minimaal 2 – 3 liter. In deze biest zitten
de meeste antistoffen. Na de geboorte beginnen de darmen te sluiten, hoe langer je
wacht, hoe minder antistoffen er opgenomen kunnen worden\
o Veel: Na de eerste keer 3 tot 4 liter binnen 6 uur na de geboorte. Op de eerste dag is
5 tot 6 liter genoeg.
o Vaak en vers: deze 3 – 4 liter verdelen over meerdere voedingsbeurten. Het is
belangrijk dat de biest van goede kwaliteit is. Het liefst van eigen moeder.
Biest zorgt voor een passieve afweer tot ongeveer 65 dagen. Als een kalf biest krijgt gaat ze
tussen 28 – 90 dagen zelf geleidelijk aan antilichamen aanmaken. Naast antilichamen bevat
biest ook witte bloedcellen. De darmen van een kalf zijn doorlaatbaar en nemen antistoffen
op. Binnen 4 uur is de opname het hoogst, na 12 uur halveert de opname en na 24 uur
nemen de darmen geen antistoffen meer op.
Actief en passief
Natuurlijk actief: zelf de ziekte doorgemaakt.
Natuurlijk passief: biest
Kunstmatig actief: enting met verzwakte ziekteverwekkers.
Kunstmatig passief: enting met antistoffen.
Antistoffen in biest
o IgG: deze stof zit voor 80% in biest. Dit is een
typische antistof in bloed. Het is een monomer.
o IgA: deze stof zit voor 20% in biest. Het zijn
antistoffen in slijmvliezen in de neus, keel en de
darmen. Het is een dimer.
o IgM: deze stof zit in volle melk en treed snel op bij
infectie. Het is een pentamer
, Belang van speeksel
Speeksel zorgt voor meer enzymen, deze enzymen zorgen voor een betere vertering. Ook
zorgt speeksel voor eer bicarbonaat, wat weer zorgt voor een betere pH. Verder krijgt het
kalf door de aanmaak van speeksel:
o Meer dorst
o Een hogere opname van vast voer
o Een beter doorstroming van vast voer
o Betere ontwikkeling van de pens
Eisen aan biest
o Eerste melking van gezonde koeien die minder dan 8 liter biest produceren.
o Minimaal 50 g/l IgG.
o Voeren op 39 graden.
o Eerste biest altijd bewaren in de koelkast of diepvries, later verwarmen.
Biest meten
Met een refractometer of een biestmeter kun je de hoeveelheid IgG in biest meten. De beste
brixwaarde is boven 27, een slechte brixwaarde is onder 17.
Weerstandsdip
Verminderde weerstand door veranderingen: onthoornen, wisselen van huisvesting.
Navel
Stierkalveren kunnen snel navelinfecties krijgen, want ze kunnen met hun navel in een natte
plek gaan liggen. Dan kunnen bacteriën binnendringen en die kunnen zich terugtrekken naar
de lever.
Kalveriglo’s in de zomer
Temperaturen in kalveriglo’s kunnen in de zomer oplopen tot 52 graden. Het is daarom
belangrijk dat er schaduwplekken gecreëerd worden en er moet voldoende stro en vers
water aanwezig zijn. Zand in plaats van stro is ook een goed alternatief.
Kalverdiarree
o Rota/corona kan een kalf krijgen tussen de 7e en 14e dag. Wordt veroorzaakt door
een virus. De mest is een soort pasta of vloeibaar en is gelig. Het kalf is slap en
hangerig en de temperatuur van het kalf zit tussen de 38 en 39,5 graden.
o Crypto: de mest is geel/groenig met bloed. Deze soort diaree kan een kalf krijgen
tussen de 2e en 3e week. Het wordt veroorzaakt door een parasiet. Het kalf heeft
geen eetlust en sterke buikkrampen.
o E-coli: treedt op in de eerste week. Het wordt veroorzaakt door een bacterie. Het kalf
heeft waterdunne mest. Het is belangrijk om de vochtbalans op peil te houden.
o Kleischeiter: bruin/grijsachtige of waterdunne, bruine mest. het kalf heeft een dikke
klotsbuik. Treedt op vanaf 4 weken.
o Voedingsdiarree: het kalf heeft geen koorts. De mest is dun en erg zuur. Treedt op in
de 1e tot 3e week.
o Coccidiose: treedt op vanaf 4 weken. De mest is bruin/groen met bloed. Het wordt
veroorzaakt door een parasiet.
Slokdarmsleufreflex
Oorzaken dat melk in de pens kan komen:
o Temperatuur
o Onjuiste houding
o Te snel drinken
o Concentratie
o Hygiene
Risico’s in de eerste maanden
o Spenen (stoppen met melk geven aan de dieren)
o Afkalven
o Verhuizen
o Onthoornen
o ≥ 3 maanden ruwvoer
o In de wei
Het gewicht van het kalf bij de geboorte is 40 kilogram. De groei in de eerste maanden is 800
gram per dag.
De 7 behoeften
1. Voer
2. Water
3. Licht
4. Lucht
5. Ruimte
6. Rust
7. Gezondheid
De 7 perioden
Afkalven – 1e dagen biest – melkperiode – spenen – groeien – insemineren – afkalven
Biest
De 4 V’s: Vers, Vlug, Veel, Vaak
o Vlug: de eerste biest direct na de geboorte, minimaal 2 – 3 liter. In deze biest zitten
de meeste antistoffen. Na de geboorte beginnen de darmen te sluiten, hoe langer je
wacht, hoe minder antistoffen er opgenomen kunnen worden\
o Veel: Na de eerste keer 3 tot 4 liter binnen 6 uur na de geboorte. Op de eerste dag is
5 tot 6 liter genoeg.
o Vaak en vers: deze 3 – 4 liter verdelen over meerdere voedingsbeurten. Het is
belangrijk dat de biest van goede kwaliteit is. Het liefst van eigen moeder.
Biest zorgt voor een passieve afweer tot ongeveer 65 dagen. Als een kalf biest krijgt gaat ze
tussen 28 – 90 dagen zelf geleidelijk aan antilichamen aanmaken. Naast antilichamen bevat
biest ook witte bloedcellen. De darmen van een kalf zijn doorlaatbaar en nemen antistoffen
op. Binnen 4 uur is de opname het hoogst, na 12 uur halveert de opname en na 24 uur
nemen de darmen geen antistoffen meer op.
Actief en passief
Natuurlijk actief: zelf de ziekte doorgemaakt.
Natuurlijk passief: biest
Kunstmatig actief: enting met verzwakte ziekteverwekkers.
Kunstmatig passief: enting met antistoffen.
Antistoffen in biest
o IgG: deze stof zit voor 80% in biest. Dit is een
typische antistof in bloed. Het is een monomer.
o IgA: deze stof zit voor 20% in biest. Het zijn
antistoffen in slijmvliezen in de neus, keel en de
darmen. Het is een dimer.
o IgM: deze stof zit in volle melk en treed snel op bij
infectie. Het is een pentamer
, Belang van speeksel
Speeksel zorgt voor meer enzymen, deze enzymen zorgen voor een betere vertering. Ook
zorgt speeksel voor eer bicarbonaat, wat weer zorgt voor een betere pH. Verder krijgt het
kalf door de aanmaak van speeksel:
o Meer dorst
o Een hogere opname van vast voer
o Een beter doorstroming van vast voer
o Betere ontwikkeling van de pens
Eisen aan biest
o Eerste melking van gezonde koeien die minder dan 8 liter biest produceren.
o Minimaal 50 g/l IgG.
o Voeren op 39 graden.
o Eerste biest altijd bewaren in de koelkast of diepvries, later verwarmen.
Biest meten
Met een refractometer of een biestmeter kun je de hoeveelheid IgG in biest meten. De beste
brixwaarde is boven 27, een slechte brixwaarde is onder 17.
Weerstandsdip
Verminderde weerstand door veranderingen: onthoornen, wisselen van huisvesting.
Navel
Stierkalveren kunnen snel navelinfecties krijgen, want ze kunnen met hun navel in een natte
plek gaan liggen. Dan kunnen bacteriën binnendringen en die kunnen zich terugtrekken naar
de lever.
Kalveriglo’s in de zomer
Temperaturen in kalveriglo’s kunnen in de zomer oplopen tot 52 graden. Het is daarom
belangrijk dat er schaduwplekken gecreëerd worden en er moet voldoende stro en vers
water aanwezig zijn. Zand in plaats van stro is ook een goed alternatief.
Kalverdiarree
o Rota/corona kan een kalf krijgen tussen de 7e en 14e dag. Wordt veroorzaakt door
een virus. De mest is een soort pasta of vloeibaar en is gelig. Het kalf is slap en
hangerig en de temperatuur van het kalf zit tussen de 38 en 39,5 graden.
o Crypto: de mest is geel/groenig met bloed. Deze soort diaree kan een kalf krijgen
tussen de 2e en 3e week. Het wordt veroorzaakt door een parasiet. Het kalf heeft
geen eetlust en sterke buikkrampen.
o E-coli: treedt op in de eerste week. Het wordt veroorzaakt door een bacterie. Het kalf
heeft waterdunne mest. Het is belangrijk om de vochtbalans op peil te houden.
o Kleischeiter: bruin/grijsachtige of waterdunne, bruine mest. het kalf heeft een dikke
klotsbuik. Treedt op vanaf 4 weken.
o Voedingsdiarree: het kalf heeft geen koorts. De mest is dun en erg zuur. Treedt op in
de 1e tot 3e week.
o Coccidiose: treedt op vanaf 4 weken. De mest is bruin/groen met bloed. Het wordt
veroorzaakt door een parasiet.
Slokdarmsleufreflex
Oorzaken dat melk in de pens kan komen:
o Temperatuur
o Onjuiste houding
o Te snel drinken
o Concentratie
o Hygiene