Samenvatting HKOM17 Statistiek, Toetsweek 5
Beschrijvende en mathematische statistiek
Beschrijvende statistiek: inzichtelijk beschrijven en samenvatten van data door deze te
middelen of in tabellen of grafieken weer te geven.
Mathematische statistiek: wiskundig beschrijven van situaties waarin kansen een rol spelen
en het trekken van conclusies op basis van data
Variabelen
Onderzoek levert allerlei soorten gegevens, bijvoorbeeld: ras, regio, type bedrijf, vetgehalte
enz.
Dit zijn voorbeelden van variabelen
Meetniveaus
Verschillende soorten meetniveaus:
Nominale variabelen:
o Geven alleen onderscheid tussen categorieën (er is geen rangorde)
o Voorbeelden: kleur ogen, geslacht, diersoorten
Ordinale variabelen:
o Onderscheid tussen categorieën met een rangorde
o Voorbeelden: opleidingsniveau, opiniepeiling (mee/oneens)
Schaal variabelen:
o Een grootheid die wordt uitgedrukt in een numerieke waarde en een eenheid
o Voorbeelden: gewicht, lengte en temperatuur
Centrummaten
Verschillende soorten centrummaten:
Gemiddelde:
o Schaal variabele
Mediaan:
o Ordinale variabele (middelste getal
Modus:
o Nominale variabele (meest voorkomende getal)
Frequentietabel
Het is belangrijk dat je het aantal klassen in de frequentietabel. Dit kan bepaald worden door
√n
Zorg ervoor dat de dat logisch ingedeeld wordt in 4 tot 7 klassen.
max−min
De klassenbreedte wordt bepaald door
aantal klassen
Spreidingsdiagram
Twee schaal variabelen. Geeft voor één punt per case
(bijv. dier, persoon, enquête) de waarde geven beide
schaalvariabelen weer.
Beschrijvende en mathematische statistiek
Beschrijvende statistiek: inzichtelijk beschrijven en samenvatten van data door deze te
middelen of in tabellen of grafieken weer te geven.
Mathematische statistiek: wiskundig beschrijven van situaties waarin kansen een rol spelen
en het trekken van conclusies op basis van data
Variabelen
Onderzoek levert allerlei soorten gegevens, bijvoorbeeld: ras, regio, type bedrijf, vetgehalte
enz.
Dit zijn voorbeelden van variabelen
Meetniveaus
Verschillende soorten meetniveaus:
Nominale variabelen:
o Geven alleen onderscheid tussen categorieën (er is geen rangorde)
o Voorbeelden: kleur ogen, geslacht, diersoorten
Ordinale variabelen:
o Onderscheid tussen categorieën met een rangorde
o Voorbeelden: opleidingsniveau, opiniepeiling (mee/oneens)
Schaal variabelen:
o Een grootheid die wordt uitgedrukt in een numerieke waarde en een eenheid
o Voorbeelden: gewicht, lengte en temperatuur
Centrummaten
Verschillende soorten centrummaten:
Gemiddelde:
o Schaal variabele
Mediaan:
o Ordinale variabele (middelste getal
Modus:
o Nominale variabele (meest voorkomende getal)
Frequentietabel
Het is belangrijk dat je het aantal klassen in de frequentietabel. Dit kan bepaald worden door
√n
Zorg ervoor dat de dat logisch ingedeeld wordt in 4 tot 7 klassen.
max−min
De klassenbreedte wordt bepaald door
aantal klassen
Spreidingsdiagram
Twee schaal variabelen. Geeft voor één punt per case
(bijv. dier, persoon, enquête) de waarde geven beide
schaalvariabelen weer.