3.1 Onderzoek - preventie
VPK-OND3.1.V0.20
2-6-2021
1
, Niet-medicamenteuze interventies bij de behandeling van en/of ter
preventie van constipatie
Samenvatting
Doel: Het in kaart brengen van de oorzaken/beweegredenen van het niet inzetten van niet-
medicamenteuze interventies bij de behandeling van en/of ter preventie van constipatie.
Methoden:
Wij hebben drie interviews afgenomen om inzicht te krijgen in ervaringen/bevindingen van
verpleegkundigen m.b.t. het inzetten van medicamenteuze interventies bij de behandeling van en/of
ter voorkoming van obstipatie. Vanuit deze bevindingen hebben wij een enquête opgesteld via Survio
en deze enquête is ingevuld door 31 participanten.
Resultaten:
Uit het onderzoek onder 31 hbo- of mbo-verpleegkundigen die werkzaam zijn in gehandicapten-,
psychogeriatrische- of ouderenzorg blijkt dat 65% van de participanten van mening is dat niet-
medicamenteuze interventies de beste interventie is bij constipatie of ter preventie hiervan. 29 van de
31 participanten geeft echter aan dat laxantia de meest ingezette interventie is op de werkvloer en
maar 61% geeft aan dat er naast laxantia ook niet-medicamenteuze interventies worden ingezet. 68%
van de participanten ervaart te weinig tijd en ruimte binnen het werkveld om niet-medicamenteuze
interventies toe te passen bij constipatie en 74% vindt dat hij of zij over onvoldoende kennis beschikt
over constipatie, de interventies hiervoor en contra-indicaties en mogelijke bijwerkingen van laxantia.
Tenslotte komt uit het onderzoek naar voren dat 41,9% van de participanten denkt dat tijdgebrek de
voornaamste reden is dat medicamenteuze interventies over het algemeen sneller en vaker worden
ingezet dan niet-medicamenteuze interventies en dit wordt opgevolgd door kennistekort (25,8%).
Conclusie:
Uit de resultaten blijkt dat mbo- en hbo-verpleegkundigen van mening zijn dat kennistekort onder
verpleegkundigen over het onderwerp constipatie en de bijbehorende bijwerkingen, interventies en
contra-indicaties een mogelijke oorzaak is van het veelal inzetten van medicamenteuze interventies
bij constipatie of ter preventie hiervan. Ook komt er in het onderzoek naar voren dat verpleegkundigen
van mening zijn over te weinig tijd en ruimte te beschikken om niet-medicamenteuze interventies in te
zetten bij de behandeling of voorkoming van constipatie.
2
VPK-OND3.1.V0.20
2-6-2021
1
, Niet-medicamenteuze interventies bij de behandeling van en/of ter
preventie van constipatie
Samenvatting
Doel: Het in kaart brengen van de oorzaken/beweegredenen van het niet inzetten van niet-
medicamenteuze interventies bij de behandeling van en/of ter preventie van constipatie.
Methoden:
Wij hebben drie interviews afgenomen om inzicht te krijgen in ervaringen/bevindingen van
verpleegkundigen m.b.t. het inzetten van medicamenteuze interventies bij de behandeling van en/of
ter voorkoming van obstipatie. Vanuit deze bevindingen hebben wij een enquête opgesteld via Survio
en deze enquête is ingevuld door 31 participanten.
Resultaten:
Uit het onderzoek onder 31 hbo- of mbo-verpleegkundigen die werkzaam zijn in gehandicapten-,
psychogeriatrische- of ouderenzorg blijkt dat 65% van de participanten van mening is dat niet-
medicamenteuze interventies de beste interventie is bij constipatie of ter preventie hiervan. 29 van de
31 participanten geeft echter aan dat laxantia de meest ingezette interventie is op de werkvloer en
maar 61% geeft aan dat er naast laxantia ook niet-medicamenteuze interventies worden ingezet. 68%
van de participanten ervaart te weinig tijd en ruimte binnen het werkveld om niet-medicamenteuze
interventies toe te passen bij constipatie en 74% vindt dat hij of zij over onvoldoende kennis beschikt
over constipatie, de interventies hiervoor en contra-indicaties en mogelijke bijwerkingen van laxantia.
Tenslotte komt uit het onderzoek naar voren dat 41,9% van de participanten denkt dat tijdgebrek de
voornaamste reden is dat medicamenteuze interventies over het algemeen sneller en vaker worden
ingezet dan niet-medicamenteuze interventies en dit wordt opgevolgd door kennistekort (25,8%).
Conclusie:
Uit de resultaten blijkt dat mbo- en hbo-verpleegkundigen van mening zijn dat kennistekort onder
verpleegkundigen over het onderwerp constipatie en de bijbehorende bijwerkingen, interventies en
contra-indicaties een mogelijke oorzaak is van het veelal inzetten van medicamenteuze interventies
bij constipatie of ter preventie hiervan. Ook komt er in het onderzoek naar voren dat verpleegkundigen
van mening zijn over te weinig tijd en ruimte te beschikken om niet-medicamenteuze interventies in te
zetten bij de behandeling of voorkoming van constipatie.
2