Gwen Peeters
HC 6.4
VO205
Psychiatrie: stemmingsstoornissen
- Depressieve klachten
- Depressie (unipolair)
- Postpartumdepressie
- Winterdepressie
- Dysthymie
- Bipolaire stoornis
Depressie
Epidemiologie:
- Ruim half miljoen Nederlands in
een bepaald jaar
- 1:5 gaat dit ergens in zijn leven
krijgen
- Vrouwen > mannen
Economisch:
- Bijna 2 miljard aan verzuimkosten in NL dat is ongeveer 25% van totale ziekte verzuim.
- 6% van de Nederlanders gebruikt antidepressiva. (niet altijd vanwege depressie, wordt ook
wel gebruikt voor angststoornissen of neuropathische pijn)
Risicogroepen:
- Jongeren
- Jonge vrouwen
- Werknemers stressvolle beroepen
- Huisartspatiënten met tekenen van (beginnende) depressie
- Overbelaste mantelzorgers
- Chronische zieken vooral mensen met CVA, hersentumoren, multipele sclerose, ziekte van
Parkinson, ziekte van Alzheimer, diabetes mellitus, hyper en hypothyreoidie (schildklier)
Risicofactoren:
- Vrouwen
- Alleenstaanden
- Alleenstaande ouders
- Werklozen
- Arbeidsongeschikten
- Lager opgeleiden
- Mensen met een laag inkomen
Tevens:
- Kindertraumata (verwaarlozing of mishandeling in de jeugd)
- Psychopathologie bij ouders of andere eerstegraads familieleden
- Stressvolle levensgebeurtenissen
- Voorgaande psychopathologie
1
, Gwen Peeters
HC 6.4
VO205
- Kwetsbare persoonlijkheid (bijv. lage zelfwaardering)
- Ongezonde leefstijl
- Ongunstige werkomstandigheden
Beschermende factoren
- Het geloof, een religie
- “floreren” de ervaring gelukkig te zijn en betekenisvol leven te leidne
Diagnostiek
- Moet voldoen aan criteria DSM 5 (in totaal 5 van de 7 symptomen deze moeten tenminste
2 weken bijna elke dag aanwezig, daarbij afwijken van eerdere functioneren, met daarbij
duidelijk disfunctioneren, lijden of belemmering in het dagelijks, sociale of beroepsmatige
leven als gevolg. De episode kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten
van een middel of aan een somatische aandoening.
De 7 symptomen:
- Duidelijke gewichtsvermindering of gewichtstoename
- Slapeloosheid of overmatig slapen
- Psychomotorische agitatie (onrustigheid) of remming
- Moeheid of verlies van energie
- Gevoelens van waardeloosheid of buitensporige of onterechte schuldgevoelens
- Verminder vermogen tot nadenken of concentratie of besluiteloosheid
- Terugkerende gedachten aan de dood, suïcidegedachten/poging/plan.
Symptomen
- Affectieve symptomen somberheid en verlies van interesse of plezier in dagelijkse
bezigheden.
- Somatische symptomen moe, slaapstoornissen, eetlustvermindering/toename eten,
obstipatie, libidoverlies.
- Cognitieve symptomen informatie en waarneming, lage concentratie, het geheugen,
oordeelsvermogen en de vorm van inhoud van het denken.
- Conatieve symptomen Wilskracht. Psychomotoriek veranderd en het gedrag. Vertraagde
motoriek, verminderde mimiek, een ineengezakte houding, vertraagde antwoorden.
Beloop
- Milde depressie in 60% van de gevallen na een halfjaar voorbij
- Ernstige depressies zijn vaker
blijvend
Therapie
- Praten of pillen?
Farmacologie:
Agonisten zijn de ‘natuurlijke sleutels’. Dit zijn hormonen en neurotransmitters/receptoren.
2
HC 6.4
VO205
Psychiatrie: stemmingsstoornissen
- Depressieve klachten
- Depressie (unipolair)
- Postpartumdepressie
- Winterdepressie
- Dysthymie
- Bipolaire stoornis
Depressie
Epidemiologie:
- Ruim half miljoen Nederlands in
een bepaald jaar
- 1:5 gaat dit ergens in zijn leven
krijgen
- Vrouwen > mannen
Economisch:
- Bijna 2 miljard aan verzuimkosten in NL dat is ongeveer 25% van totale ziekte verzuim.
- 6% van de Nederlanders gebruikt antidepressiva. (niet altijd vanwege depressie, wordt ook
wel gebruikt voor angststoornissen of neuropathische pijn)
Risicogroepen:
- Jongeren
- Jonge vrouwen
- Werknemers stressvolle beroepen
- Huisartspatiënten met tekenen van (beginnende) depressie
- Overbelaste mantelzorgers
- Chronische zieken vooral mensen met CVA, hersentumoren, multipele sclerose, ziekte van
Parkinson, ziekte van Alzheimer, diabetes mellitus, hyper en hypothyreoidie (schildklier)
Risicofactoren:
- Vrouwen
- Alleenstaanden
- Alleenstaande ouders
- Werklozen
- Arbeidsongeschikten
- Lager opgeleiden
- Mensen met een laag inkomen
Tevens:
- Kindertraumata (verwaarlozing of mishandeling in de jeugd)
- Psychopathologie bij ouders of andere eerstegraads familieleden
- Stressvolle levensgebeurtenissen
- Voorgaande psychopathologie
1
, Gwen Peeters
HC 6.4
VO205
- Kwetsbare persoonlijkheid (bijv. lage zelfwaardering)
- Ongezonde leefstijl
- Ongunstige werkomstandigheden
Beschermende factoren
- Het geloof, een religie
- “floreren” de ervaring gelukkig te zijn en betekenisvol leven te leidne
Diagnostiek
- Moet voldoen aan criteria DSM 5 (in totaal 5 van de 7 symptomen deze moeten tenminste
2 weken bijna elke dag aanwezig, daarbij afwijken van eerdere functioneren, met daarbij
duidelijk disfunctioneren, lijden of belemmering in het dagelijks, sociale of beroepsmatige
leven als gevolg. De episode kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten
van een middel of aan een somatische aandoening.
De 7 symptomen:
- Duidelijke gewichtsvermindering of gewichtstoename
- Slapeloosheid of overmatig slapen
- Psychomotorische agitatie (onrustigheid) of remming
- Moeheid of verlies van energie
- Gevoelens van waardeloosheid of buitensporige of onterechte schuldgevoelens
- Verminder vermogen tot nadenken of concentratie of besluiteloosheid
- Terugkerende gedachten aan de dood, suïcidegedachten/poging/plan.
Symptomen
- Affectieve symptomen somberheid en verlies van interesse of plezier in dagelijkse
bezigheden.
- Somatische symptomen moe, slaapstoornissen, eetlustvermindering/toename eten,
obstipatie, libidoverlies.
- Cognitieve symptomen informatie en waarneming, lage concentratie, het geheugen,
oordeelsvermogen en de vorm van inhoud van het denken.
- Conatieve symptomen Wilskracht. Psychomotoriek veranderd en het gedrag. Vertraagde
motoriek, verminderde mimiek, een ineengezakte houding, vertraagde antwoorden.
Beloop
- Milde depressie in 60% van de gevallen na een halfjaar voorbij
- Ernstige depressies zijn vaker
blijvend
Therapie
- Praten of pillen?
Farmacologie:
Agonisten zijn de ‘natuurlijke sleutels’. Dit zijn hormonen en neurotransmitters/receptoren.
2