(In deze samenvatting wordt de hele paragraaf behandeld.)
Hoofdstuk 2.1, Het communisme
De ideeën van Karl Marx
Door de industrialisatie was in de 19de eeuw een klassenmaatschappij ontstaan. De arbeidersklasse
was sterk afhankelijk van de eigenaren van de fabrieken. En dus bleven de arbeiders arm en de
ondernemers rijk. Rond 1850 kwam het socialisme op. De grondlegger was Karl Marx. Hij voorspelde
dat de ongelijkheid tussen ondernemers en arbeiders nog groter werd, dat de arbeiders in opstand
zouden komen, deze klassenstrijd winnen en dat de klassenmaatschappij verdween als al het kapitaal
van iedereen was. Binnen het socialisme kwamen al snel verschillende stromingen. Het
communisme; deze bleven trouw aan Marx’ idee van een gewelddadige revolutie en een
samenleving zonder privébezit van kapitaal. De sociaaldemocratie; deze wilden geen klassenstrijd,
maar een vreedzame oplossing. Ze weken af van de ideeën van Marx.