Grondrechten arresten
TILBURG LAW SCHOOL
LISANNE DE GRAAF
,Inhoudsopgave
Thema 1: Introductie/ Grondrechtenbescherming en de nationale rechtsorde (HC).............................3
HR 14 april 1989 (Harmonisatiewet); Kluwer Navigator: NJ 1989, 469; ECLI:NL:HR:1989:AD5725....3
ECSR 27 oktober 2009 (DCI/Nederland); Hudoc: Complaint no. 47/2008..........................................4
ABRvS 15 augustus 2018 (Pastafarisme); Rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2018:2715............................5
Thema 2: Grondrechtenbescherming en de internationale rechtsorde (EVRM) (HC)............................6
Rechtbank ’s-Gravenhage 6 september 2000 (Recht op bestaanszekerheid);
ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7019.............................................................................................................6
CRvB 14 maart 2003 (Export uitkeringen); ECLI:NL:CRVB:2003:AF5937.............................................7
Rechtbank Utrecht 6 april 2010 (Noodopvang uitgeprocedeerde asielzoeker);
ECLI:NL:RBUTR:2010:BM0846............................................................................................................8
EHRM 11 januari 2007 (Salah Sheekh/Nederland); Hudoc: App. no. 1948/04...................................9
Thema 3: Grondrechtenbescherming en de EU-rechtsorde (HC + WC)................................................10
HvJEU 26 februari 2013 (Åkerberg Fransson); Curia: Zaaknr. C-617/10; ECLI:EU:C:2013:105..........10
HvJEU 26 februari 2013 (Melloni); Curia: Zaaknr. C-399/11; ECLI:EU:C:2013:107............................12
Thema 4: Beperking van grondrechten (HC+WC).................................................................................13
EHRM 24 april 1990 (Kruslin/Huvig/Frankrijk); NJ 1991, 523; ECLI:NL:XX:1990:AD5851..................13
EHRM 23 september 1994 (Jersild/Denemarken); NJ 1995, 387; ECLI:NL:XX:1994:AD2162............14
EHRM 18 februari 1999 (Matthews/Verenigd Koninkrijk); NJ 1999, 515; ECLI:NL:XX:1999:AD4560 16
EHRM 30 juni 2008 (Gäfgen/Duitsland); Hudoc: App. no. 22978/05................................................18
Gerechtshof Den Haag 26 februari 2021 (Avondklok); ECLI:NL:GHDHA:2021:285...........................19
Thema 5: De positieve verplichtingen (HC+WC)...................................................................................20
EHRM 28 oktober 1998 (Osman/Verenigd Koninkrijk); Hudoc: App. no. 23452/94.........................20
EHRM 4 mei 2001 (Kelly e.a./Verenigd Koninkrijk); Hudoc: App. no. 30054/96...............................22
EHRM 30 november 2004 (Öneryildiz/Turkije); Hudoc: App. no. 48939/99.....................................23
Thema 6: Horizontale relaties/ gelijke behandeling (HC+WC)..............................................................24
HR 22 januari 1988 (Maimonides-lyceum); NJ 1988, 891; ECLI:NL:HR:1988:AD0151.......................24
HR 2 februari 1990 (Goeree-Van Zijl); NJ 1991, 289; ECLI:NL:HR:1990:AB7896...............................25
HvJ EU 6 november 2018 (Bauer); Curia: C-569/16 en C-570/16 ; ECLI:EU:C:2018:871...................26
Pagina 2 van 26
, THEMA 1: INTRODUCTIE/ GRONDRECHTENBESCHERMING EN DE NATIONALE
RECHTSORDE (HC)
HR 14 APRIL 1989 (HARMONISATIEWET); KLUWER NAVIGATOR: NJ 1989, 469;
ECLI:NL:HR:1989:AD5725
Onderwerp
Artikel 120 Grondwet, toetsingsverbod
Rechtsvraag
Mag een rechter een wet in formele zin toetsen aan fundamentele rechtsbeginselen? Mag de rechter
een wet in formele zin toetsen aan het Statuut?
Casus
Bezuinigen in het hoger onderwijs, neergelegd in de ‘Harmonisatiewet’, leidden tot een verhoging
van het collegegeld en tot beperking van het recht op studiefinanciering voor een bepaalde groep
studenten. De LSVb besluit daarom om samen met zes andere studenten naar de rechter te stappen.
Zij vorderen van de president in kort geding de Staat te bevelen de nieuwe wetsbepalingen niet toe
te passen (r.o. 1). Deze zou in strijd zijn met (onder meer) de rechtszekerheid, die terugkomt in
artikel 43 van het Statuut.
Rechtsgang
De eerste rechtsvraag (die over de fundamentele rechtsbeginselen) beantwoordt de Hoge Raad al vrij
vroeg in het arrest. Het belangrijkste leerstuk van dit arrest komt daarom ook terug in het tweede
deel, vanaf rechtsoverweging 4. Dat gaat namelijk over het Statuut en of de rechter een wet in
formele zin daaraan mag toetsen. Op deze vraag geeft de Hoge Raad antwoord in r.o. 4.2: ‘Ten tijde
van de totstandkoming van het Statuut gold dat wetten niet mochten worden getoetst aan de
Grondwet en fundamentele rechtsbeginselen en dat zulks wezenlijk was voor de traditionele plaats
van de rechter in ons staatsbestel. Tegen deze achtergrond was ligt het niet voor de hand te
veronderstellen dat men bij de totstandkoming van het Statuut daarin een dergelijke toetsing zou
hebben willen invoeren. Daarom is voor een bevestigende beantwoording van even bedoelde vraag
slechts plaats indien de tekst van het Statuut dan wel de officiële toelichting of de geschiedenis van
zijn totstandkoming ondubbelzinnig in die richting wijzen.’. Van dit laatste is echter geen sprake (r.o.
4.3).
Conclusie
Artikel 120 GW geeft de rechter niet de vrijheid de wet in formele zin te toetsen aan fundamentele
rechtsbeginselen (r.o 3.1). De rechter mag een wet in formele zin evenmin toetsen aan het Statuut
(r.o. 4.6).
Pagina 3 van 26