Week 1
1.1 Wat is bestuursrecht?
Bestuursrecht heeft betrekking op relaties tussen de overheid (bestuursorganen) en
burgers of privaatrechtelijke rechtspersonen zoals bedrijven, stichtingen en verenigingen
(belanghebbenden).
Eenzijdige rechtshandelingen: het bestuur kan zonder instemming van de burger
bepalen wat de rechten en plichten van die burger zijn. Dit kan alleen als de wetgever
die bevoegdheid heeft toegekend in een wettelijk voorschrift (instrumentele functie).
Het bestuursrecht geeft burgers bescherming tegen de overheid en haar besluiten
(waarborgfunctie).
Het bestuursrecht geeft regels waaraan het bestuur zich bij de uitoefening van
bevoegdheden moet houden (normerende functie).
1.2 Algemeen en bijzonder bestuursrecht
Bijzonder bestuursrecht: in de bijzondere regelgeving zijn de meer inhoudelijke regels
neergelegd. Regels die speciaal voor een bepaald bestuursorgaan of onderwerp zijn
gemaakt.
1.5 Bronnen van bestuursrecht
➢ Wet- en regelgeving
➢ Jurisprudentie
○ Annotaties
➢ Literatuur
, Hoofdstuk 3
3.4 Bestuursorganen
Bepalend voor de toepasselijkheid van Awb-bepalingen is dat er sprake moet zijn van
een bestuursorgaan (definitie bestuursorgaan: artikel 1:1 Awb)
Besturen kan bestaan uit het vaststellen van regelgeving, het nemen van beschikkingen
(het eenzijdig bepalen van iemands rechtspositie), het besluiten tot het verrichten van
privaatrechtelijke rechtshandelingen en uit feitelijke handelingen.
➢ A-bestuursorgaan: wanneer een instantie onderdeel uitmaakt van een
publiekrechtelijke rechtspersoon. A-organen beschikken over eigen taken, die
blijken uit de wet. Bij a-organen is het genoeg als ze als persoon/functie/college
met naam en toenaam zijn genoemd in de organieke wet van desbetreffend
publiekrechtelijk rechtspersoon waar het orgaan onder valt, dan kan je aannemen
dat ze een eigen taak hebben.
○ Publiekrechtelijke rechtspersonen:
■ de staat: de regering en ministers.
■ de provincie: provinciale staten, gedeputeerde staten en de
commissaris der koning.
■ de gemeente: de gemeenteraad, de burgemeester en het college
van burgemeester en wethouders.
➢ B-bestuursorgaan: deze categorie bestuursorgaan ziet op andere personen of
colleges die met openbaar gezag zijn bekleed, dus dat ze het voor het voor het
uitoefenen van hun taak de bevoegdheid hebben gekregen (expliciet of blijkens
overwegende overheidsinvloed hebben gekregen teweeg te brengen in de
rechtspositie van anderen) rechten en plichten in het leven te roepen.
Privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen waaraan een deel van
een overheidstaak is opgedragen.
○ Privaatrechtelijke rechtspersonen:
■ verenigingen
■ coöperaties
■ onderlinge waarborgmaatschappijen
■ naamloze vennootschappen (NV’s)
■ besloten vennootschappen (BV’s)
■ stichtingen
Zij zijn belast met het openbaar gezag criterium wat betekent dat deze
instellingen publiekrechtelijke rechtshandelingen kunnen verrichten. Een
wet geeft deze instelling de bevoegdheid om eenzijdig de rechtspositie (de
rechten en/of verplichtingen) van andere rechtssubjecten te bepalen.
1.1 Wat is bestuursrecht?
Bestuursrecht heeft betrekking op relaties tussen de overheid (bestuursorganen) en
burgers of privaatrechtelijke rechtspersonen zoals bedrijven, stichtingen en verenigingen
(belanghebbenden).
Eenzijdige rechtshandelingen: het bestuur kan zonder instemming van de burger
bepalen wat de rechten en plichten van die burger zijn. Dit kan alleen als de wetgever
die bevoegdheid heeft toegekend in een wettelijk voorschrift (instrumentele functie).
Het bestuursrecht geeft burgers bescherming tegen de overheid en haar besluiten
(waarborgfunctie).
Het bestuursrecht geeft regels waaraan het bestuur zich bij de uitoefening van
bevoegdheden moet houden (normerende functie).
1.2 Algemeen en bijzonder bestuursrecht
Bijzonder bestuursrecht: in de bijzondere regelgeving zijn de meer inhoudelijke regels
neergelegd. Regels die speciaal voor een bepaald bestuursorgaan of onderwerp zijn
gemaakt.
1.5 Bronnen van bestuursrecht
➢ Wet- en regelgeving
➢ Jurisprudentie
○ Annotaties
➢ Literatuur
, Hoofdstuk 3
3.4 Bestuursorganen
Bepalend voor de toepasselijkheid van Awb-bepalingen is dat er sprake moet zijn van
een bestuursorgaan (definitie bestuursorgaan: artikel 1:1 Awb)
Besturen kan bestaan uit het vaststellen van regelgeving, het nemen van beschikkingen
(het eenzijdig bepalen van iemands rechtspositie), het besluiten tot het verrichten van
privaatrechtelijke rechtshandelingen en uit feitelijke handelingen.
➢ A-bestuursorgaan: wanneer een instantie onderdeel uitmaakt van een
publiekrechtelijke rechtspersoon. A-organen beschikken over eigen taken, die
blijken uit de wet. Bij a-organen is het genoeg als ze als persoon/functie/college
met naam en toenaam zijn genoemd in de organieke wet van desbetreffend
publiekrechtelijk rechtspersoon waar het orgaan onder valt, dan kan je aannemen
dat ze een eigen taak hebben.
○ Publiekrechtelijke rechtspersonen:
■ de staat: de regering en ministers.
■ de provincie: provinciale staten, gedeputeerde staten en de
commissaris der koning.
■ de gemeente: de gemeenteraad, de burgemeester en het college
van burgemeester en wethouders.
➢ B-bestuursorgaan: deze categorie bestuursorgaan ziet op andere personen of
colleges die met openbaar gezag zijn bekleed, dus dat ze het voor het voor het
uitoefenen van hun taak de bevoegdheid hebben gekregen (expliciet of blijkens
overwegende overheidsinvloed hebben gekregen teweeg te brengen in de
rechtspositie van anderen) rechten en plichten in het leven te roepen.
Privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen waaraan een deel van
een overheidstaak is opgedragen.
○ Privaatrechtelijke rechtspersonen:
■ verenigingen
■ coöperaties
■ onderlinge waarborgmaatschappijen
■ naamloze vennootschappen (NV’s)
■ besloten vennootschappen (BV’s)
■ stichtingen
Zij zijn belast met het openbaar gezag criterium wat betekent dat deze
instellingen publiekrechtelijke rechtshandelingen kunnen verrichten. Een
wet geeft deze instelling de bevoegdheid om eenzijdig de rechtspositie (de
rechten en/of verplichtingen) van andere rechtssubjecten te bepalen.