Examenstrategie
1. Lees de tekst globaal: titel, inleiding en slot
Stel vast: - Tekstsoort (betoog, uiteenzetting of beschouwing)
- Hoofdgedachte (belangrijkste zin uit de tekst)
2. Lees de tekst:
- Onderstreep signaalwoorden (functiewoorden) en begrippen
- Voorbeelden aangeven (komen niet in de uiteindelijke samenvatting)
3. Bekijk de vraag en vertaal de vraag: welke elementen zijn belangrijk
vb: Welke 4 verschillen worden genoemd tussen tekst 1 en tekstfragment 1?
↳ 8 elementen benoemen
4. Zoek je antwoord in de tekst
5. Formuleer je antwoord
Let op: citeren, eigen woorden, tel je woorden en zet ze erbij en let op je spelling
Argumentatie
1 - Structuur: opbouw argumentatie
2 - Schema: naam van het argument
↳ Hoe verhouden standpunt en argument zich tot elkaar?
vb: voor- en nadelen schema
Structuur:
A - Enkelvoudig B - Nevenschikkende C - Nevenschikkende D - Onderschikkend
onafhankelijke afhankelijk
vb: B - In de zomer niet naar festival gaan, omdat… (ziek en warm)
C - Dijken verhoogd worden…
In Noorden… (laag), Zuiden… 2 elementen
D - Want… , want…
↓ = want ↑ = dus