MBOC samenvatting: onderzoekstechnieken
- Moleculair celbiologisch onderzoek = Spatio-temporele regulatie verklaren. Je kijkt hierbij of
het eiwit op de goede plek aanwezig is (translocatie en compartimenten), de hoeveelheid
(aanmaak en afbraak) en ook de activiteit (post-transnationale modificaties en
complexvorming).
- Je denken in verschillende niveaus:
- Daarnaast kun je causaal denken:
- Vervolgens kun je ook moleculair mechanistisch denken:
- Ook vraag je je af waar de kennis vandaan komt die je gebruikt.
, Activeren van een cytosolaire transcriptiefactor:
Eiwitten die naar de kern moeten gaan worden gemaakt door ribosomen in het cytosol. Het stukje
signaalsequentie op het eiwit bepaald dat dit eiwit naar de kern gaat. Dit is vaak Lys-Lys-Lys-Arg-Lys,
dit is het Nuclear localization signal. Dit signaal wordt herkend door een receptor. Het eiwit met dit
signaal bindt aan de nuclear import receptor. Vervolgens wordt dit complex via fibrillen van de
kernporie naar binnen getransporteerd. Eenmaal in de kern laat het eiwit los van de receptor en kan
het eiwit zijn functie vervullen in de kern.
Het uiteenvallen van dit complex wordt veroorzaakt door een klein G eiwit. In de kern heb je het ran-
GTP eiwit. Ran-GTP kan ook heel goed binden aan de NLS receptor. Je krijgt daardoor een
conformatieverandering. Het eiwit wat aan de NLS receptor gebonden is krijgt daardoor een lagere
bindingsaffiniteit en laat los. De receptor wordt vervolgens terug getransporteerd. Aan de cytosolaire
zijde heb je vooral ran-GDP doordat ran-GTP gefosforyleerd wordt. Ofwel door regulatie van dit G
eiwit kan dit proces zijn richting krijgen.
GAP zorgt ervoor dat GTP GDP wordt. Door ervoor te zorgen dat buiten de kern veel Ran-GAP is en
binnen de cel veel ran-GEF, zorg je dat er een gradiënt ontstaat.
- Moleculair celbiologisch onderzoek = Spatio-temporele regulatie verklaren. Je kijkt hierbij of
het eiwit op de goede plek aanwezig is (translocatie en compartimenten), de hoeveelheid
(aanmaak en afbraak) en ook de activiteit (post-transnationale modificaties en
complexvorming).
- Je denken in verschillende niveaus:
- Daarnaast kun je causaal denken:
- Vervolgens kun je ook moleculair mechanistisch denken:
- Ook vraag je je af waar de kennis vandaan komt die je gebruikt.
, Activeren van een cytosolaire transcriptiefactor:
Eiwitten die naar de kern moeten gaan worden gemaakt door ribosomen in het cytosol. Het stukje
signaalsequentie op het eiwit bepaald dat dit eiwit naar de kern gaat. Dit is vaak Lys-Lys-Lys-Arg-Lys,
dit is het Nuclear localization signal. Dit signaal wordt herkend door een receptor. Het eiwit met dit
signaal bindt aan de nuclear import receptor. Vervolgens wordt dit complex via fibrillen van de
kernporie naar binnen getransporteerd. Eenmaal in de kern laat het eiwit los van de receptor en kan
het eiwit zijn functie vervullen in de kern.
Het uiteenvallen van dit complex wordt veroorzaakt door een klein G eiwit. In de kern heb je het ran-
GTP eiwit. Ran-GTP kan ook heel goed binden aan de NLS receptor. Je krijgt daardoor een
conformatieverandering. Het eiwit wat aan de NLS receptor gebonden is krijgt daardoor een lagere
bindingsaffiniteit en laat los. De receptor wordt vervolgens terug getransporteerd. Aan de cytosolaire
zijde heb je vooral ran-GDP doordat ran-GTP gefosforyleerd wordt. Ofwel door regulatie van dit G
eiwit kan dit proces zijn richting krijgen.
GAP zorgt ervoor dat GTP GDP wordt. Door ervoor te zorgen dat buiten de kern veel Ran-GAP is en
binnen de cel veel ran-GEF, zorg je dat er een gradiënt ontstaat.