1. Het begin van de Nederlandse Opstand
2. De Nederlandse Opstand
3. De republiek nadat het zichzelf onafhankelijk had verklaard in 1588
, Waarom kwamen de
Nederlanden in
opstand?
1. Politieke 2. Religieuze
motieven motieven
, 1. Politieke motieven voor de Nederlandse Opstand
• De Nederlanden vormen onderdeel van het
Habsburgse Rijk:
Het Habsburgse rijk
Eerst waren de Nederlanden en een paar andere van Maria van Bourgondië. Die
landengroep behoorde toen tot de Bourgondische Dynastie(vorstendom). Haar
zoon, Karel V, erft deze landen, en dan heet het rijk voortaan het ‘Habsurgse rijk’.
Karel V
Karel V, zoon van Maria, regeert over het Habsburgse rijk, krijgt 3 titels: Heer van
de Nederlanden, Koning van Spanje, Keizer van het Duitse rijk. Zijn politiek
bestaat voornamelijk uit de volgende uitgangspunten: -centralisatiepolitiek -
iedereen moet katholiek zijn
Spaanse Habsburgers & Duitse Habsburgers.
Als Karel V aftreed geeft hij de titels ‘heer van de Nederlanden’, en ‘koning van
Spanje’ aan zijn zoon Filips II, en de titel ‘Keizer van het Duitse rijk’ aan zijn broer
Ferdinand. Zo ontstaan de Spaanse Habsburgers (onder leiding van Filips II), en de
Duitse Habsburgers (onder leiding van Ferdinand).
Habsburgse Rijk
, 1. Politieke motieven voor de Nederlandse Opstand
De Nederlanden vormden onderdeel van
Landsheer Karel V
het Habsburgse Rijk, maar in de praktijk Landelijk vanuit Brussel
hadden de gewesten en de steden relatief
veel zelfstandigheid.
17 Gewesten: elk ‘Gewestelijke Staten’
Provinciaal Hierin zaten vertegenwoordigers van de 3
standen: adel, burgers & geestelijken (rijken)
Lokaal
Lokaal Stad en platteland
bestuurd door rijke burgers en lokale adel
, 1. Politieke motieven voor de Nederlandse Opstand
Landsheer Karel V, en later Filips II
-De Nederlanden horen bij Habsburgse Rijk vanuit Brussel
-maar in de praktijk hadden de gewesten en Landelijk
Stadhouder
de steden relatief veel zelfstandigheid. Plaatsvervanger van de landsheer in gewest
Collaterale Raden
bestaande uit de Raad van State, Geheime Raad
> Maar … Karel V begint een politiek van en Raad van Financiën
centralisatie: De landheer word nu bijgestaan
17 Gewesten: elk ‘Gewestelijke Staten’
door de collaterale raden & de stadhouder Provinciaal 17 Gewesten
Hierin zaten vertegenwoordigers van de 3
elk bestuurd door rijke mensen
standen: adel, burgers & geestelijken (rijken)
Lokaal
Lokaal Stad en platteland
bestuurd door rijke burgers en lokale adel