Introductie
Leren: proces waarbij ervaring/interactie met de omgeving resulteert in verandering in gedrag
Geheugen: totale pakket aan ervaringen dat is opgeslagen in ons brein expressie van leren
Fouten bij geheugen:
1 – Verlies van herinneringen (Alzheimer’s,
Retrograde amnesie)
2 – Leven in het heden (anterograde amnesie)
3 – Geblokkeerd geheugen (interferentie, niet
genoeg cues)
4 – Inflexibel (verslaving, OCD)
Associatief geheugen:
- Pattern completion: klein deel van de schakel (cue) zorgt voor reactivatie hele herinnering
- Pattern separation: veel geheugensporen die op elkaar lijken
Herinnering: voldoende overlag van cue features met memory trace features
Perfect geheugen: geringe overlag leidt tot activatie van geheugenspoor
- Niet efficiënt veel irrelevante info geactiveerd
- Drempel/filter noodzakelijk
- Vergeten wordt onvermijdelijk
Geheugenspoor is geen identieke kopie van de ervaring
Plato – ‘Nature’ Aristoteles – ‘Nurture’
Nativist: kennis aanwezig bij geboorte Empiricus: kennis is gevolg van waarneming/ervaring
Rationalist: logica/intuïtie leiden tot inzicht Data en theorievorming leiden tot kennis
Geheugen: brug tussen perceptuele en Geheugen: associaties tussen gevoelens, stimuli en
rationele wereld episodes
Wetten van associatie: Aristoteles
- Nabijheid (contiguity): zaken die zich dichtbij elkaar in tijd/ruimte afspelen
- Frequentie: hoe vaker gerelateerde zaken samen ervaren worden sterkere associatie
- Gelijkvormigheid: als twee zaken overeen komen in vorm/functie, dan roept de ervaring van
de een de ander op
1
, William James (1842-1910): grondlegger van de moderne psychologie
- Vorming, handhaving van vaardigheden, gewoonten en geheugen
- Associatism:
Activatie van een deel van een herinnering activeert
geassocieerde elementen
Verbinden van verschillende herinneringen door gedeelde
elementen
Associaties zijn fysieke verbindingen in het brein
Herman Ebbinghaus (1850-1909): start van experimentele psychologie
- Mathematische formules voor het ontstaan en vergaan van geheugensporen
- 4 experimentele stadia learning, delay, test en relearning
- Retention curve:
Herleren woordenlijst kost minder tijd dan de eerste keer
Het meeste ‘vergeten’ vindt plaats vlak na het leren
Korte lijsten zijn eenvoudiger te leren dan lange lijsten
Uitgebreidere initiële oefening verbetert herinnering
Ivan Pavlov (1849-1936): klassieke conditionering
- Stimulus-reactie associaties
- Leercurve: hoeveelheid responses tegen hoeveelheid prestaties
Edward Thorndike (1874-1949): instrumentele conditionering
- Individu leert dat bepaalde actie/handeling leidt tot positieve/negatie uitkomst
- Survival of the fittest: succesvol behouden en niet-succesvol sterft uit
- Law of effect: positieve uitkomst versterkt gedrag en negatieve uitkomst verzwakt gedrag
John Watson (1878-1958): behaviorisme
- Bestudeer alleen observeerbaar gedrag en negeer cognitieve invloeden
- Empiricist ‘nurture’
Skinner (1904-1990): radicaal behaviorisme
- Skinner box: actie-consequentie associaties
Edward Tolman (1886-1959): cognitive maps
Karl Lashley (1890-1958): engram
- Engram: neurale representatie geheugenspoor zit niet op 1 plek, maar verspreid door het
brein
- Gedistribueerde representatie
Donald Hebb (1949): cognitive approach
- Connecties tussen neuronen veranderen tijdens het leren
- Synaptische plasticiteit: als twee cellen samen actief zijn, wordt de verbinding versterkt
George Miller: cognitieve revolutie
- Informatie theorie: hoeveel info bevat een boodschap (bits), voorkennis ontvanger
- Onderscheiding vermogen van 7 waarden +/- 2
Rumelhart and McClelland: modellen van het geheugen
- Connectionistische modellen (nodes, uniform, ongelabeld, gedistribueerd)
- Concepten verschijnen vanzelf en bestand tegen schade
2