Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Overig

Alle uitgewerkte werkcolleges capita selecta VPB

Beoordeling
3.3
(3)
Verkocht
3
Pagina's
82
Geüpload op
14-05-2015
Geschreven in
2014/2015

Alle werkcolleges compleet uitgewerkt

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Vennootschapsbelasting
Werkcollege 1

Opgave 1: Opfrissen van het Vpb geheugen

Gegeven is de volgende structuur:



Ltd, Bank
gevestigd in de VS


Lening B, ter Lening A,
verwerving van ter verwerving van BV X
BV Y
Houdster BV, gevestigd in
NL met verrekenbare
verliezen




Actieve BV X, Passieve BV Y,
gevestigd in NL gevestigd in België




Stichting




Beantwoord aan de hand van de structuur de volgende vragen op hoofdlijnen:

Vraag 1.1
Wie is belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting?

 Ltd gevestigd in de VS: Opgericht naar buitenlands recht dus niet
binnenlands belastingplichtig en ook niet buitenlands tenzij artikel 17 van
toepassing is. Zij moeten Nederlands inkomen genieten maar die kans is
vrij klein.
 Houdster BV gevestigd in NL: is binnenlands belastingplichtige, artikel 2 lid
1 onder a Vpb.
 BV X gevestigd in NL: binnenlands belastingplichtige, artikel 2 lid 1 onder a
Vpb.
 BV Y in België: Binnenlands belastingplichtige, artikel 2 lid 4. De
vestigingsfictie zorgt ervoor dat de BV binnenlands belastingplichtig is.
 Stichting: Binnenlands belastingplichtige, artikel 2 lid 1 onder d. Moet dus
voldaan worden aan deze voorwaarden, anders zijn zij niet
belastingplichtig. Stichting is belastingplichtig voor zover een onderneming
wordt gedreven.
 Bank: Binnenlandse belastingplichtige op grond van artikel 2 lid 7 voor
zover zij een bedrijf uitoefenen. Als zij in handen zijn van de overheid,
indirect overheidslichaam zijn ze alleen belastingplichtig als ze een bedrijf
uitoefenen. Tenzij je valt onder de uitzonderingen van artikel 2 lid 7, daar
staan banken genoemd, dus banken zijn wel vpbplichtig.

,Als we het over de subjectieve belastingplicht hebben, dan hebben we het over
artikel 1 t/m 6. Artikel 2 binnenlands, artikel 3 buitenlands, artikel 4 in
concurrentie treden met is van belang voor stichtingen en verenigingen. Artikel 5
de subjectieve vrijstellingen, wanneer ben je niet vpb plichtig. Artikel 6 vrijstelling
voor verenigingen en stichtingen.

Vraag 1.2
Hoe wordt de winst bepaald van de in Nederland gevestigde rechtspersonen?

Artikel 8 Vpb wordt gebruikt om de winst te bepalen. Hier wordt ook verwezen
naar een aantal artikelen in de IB (schakelbepaling). Bijvoorbeeld 3.25 IB
goedkoopmans gebruik dat bepalend is voor de jaarwinst. Artikel 7 en artikel 8
van de VPB zijn de winstbepalingsartikelen.

Vraag 1.3
Wat kunt u zeggen over de verliesverrekeningsmogelijkheden op het niveau van
Houdster BV?

Verrekening van verliezen staat in H4 van de Vpb. Dit kan 1 jaar terug en 9 jaar
voorruit (art. 20 lid 2)
Een houdster verlies mag alleen verrekend worden met een houdster winst.
Artikel 20 lid 4 t/m 6. (ingevoerd na het Bosal arrest)

Vraag 1.4
Welke renteaftrekbeperkingen kunnen van toepassing zijn op het niveau van
Houdster BV?

Artikel 10 lid 1 d is geen renteaftrekbeperking. Dit is namelijk te vergelijken met
een deelnemerschapslening en dan kom je niet eens aan een lening toe dus ook
geen renteaftrekbeperking.

Welke renteaftrekbeperkingen hebben we? Artikel 8b (geen echte
renteaftrekbeperking) , 8c (doorstroomvennootschappen), 10b, 10d, 13L, 15ad

We hebben hier 2 leningen, lening a en lening b.
 Lening a: verstrekt door een bank en BV X wordt met dit geld gekocht:
o Artikel 8b niet van toepassing want een lening van een bank, een
derde is altijd zakelijk.
o Artikel 10a kan niet want de bank is geen verbonden lichaam. Artikel
10a kan wel als de Ltd garant gaat staan. Dan komt de lening
namelijk in feiten van de Ltd, een verbonden lichaam.
o Artikel 10b is niet van toepassing want het is geen gelieerd lichaam.
o Artikel 10d is niet meer van toepassing omdat deze is vervallen.
o Artikel 13L is in beginsel van toepassing omdat er deelnemingen op
de balans staan. Het is de vraag of er een deelnemingsschuld op de
balans staat. Dat kunnen we hier niet weten omdat we geen
gegevens hebben maar 13L zou dus kunnen.
o Artikel 15ad hiervoor moet een fiscale eenheid zijn aangegaan. De
rente zet je binnen de fiscale eenheid af tegen de winsten van BV X.
In beginsel dus geen 15ad want hier geen fiscale eenheid.
 Lening b: Lening van Ltd naar houdster ter verwerving van BV Y.
o 8c: niet van toepassing, gaat over in en door lenen.
o 10a: wel van toepassing, je hebt een schuld aan een verbonden
persoon. Artikel 10a lid 1 c. De lening komt van verbonden lichaam,

, er is samenhang met een besmette rechtshandeling namelijk de
verwerving van BV Y. 10a is in beginsel van toepassing. Maar artikel
10a lid 3 heb je de tegenbewijsregeling. Die bestaat uit de dubbele
zakelijkheidstoets (3a) en compenserende heffing toets (3b).
Compenserende heffing: de wetgever wil toetsen of de rente
voldoende belast wordt. Dus je moet kijken bij de crediteur of het
voldoende belast wordt, dus compenserende heffing bij de Ltd.
o 10b: zou kunnen, kan als hij renteloos is of een lage rente heeft en
langer dan 10 jaar.
o 13L: het is een deelneming. Voor 13L maakt het niet uit of een
lening van een verbonden lichaam komt of van een derde (geldt ook
voor 15ad). Dus dit kan gewoon van toepassing zijn.
o 15ad: is in beginsel wel van toepassing maar je kunt geen fiscale
eenheid aangaan omdat BV Y in Belgie zit. Ten aanzien van deze
lening kan 15ad niet van toepassing zijn.

Als je alle renteaftrekbeperkingen hebt gehad zou ook nog fraus legis van
toepassing kunnen zijn.

Vraag 1.5
Is een winstuitdeling van BV X en BV Y belast op het niveau van Houdster BV?

Hier kijken we naar de deelnemingsvrijstelling. Deze is van toepassing als je 5%
of meer hebt. Er mag geen sprake zijn van een laagbelaste
beleggingsdeelneming. Welke toetsen hebben we voor de
deelnemingsvrijstelling?
o De oogmerktoets (artikel 13 lid 9)
o De onderworpenheidstoets (artikel 13 lid 11)
o De bezittingentoets > zijn het goede bezittingen? (artikel 13 lid 11)
Als je aan een van de toetsen voldoet, dan is de deelnemingsvrijstelling van
toepassing. Dan is geen sprake van een laagbelaste beleggingsdeelneming.

 BV X: valt onder de deelnemingsvrijstelling van artikel 13 Vpb. Heeft 5% of
meer en het is een actieve BV dus is niet alleen maar beleggingen
(oogmerk). Bezittingentoets zal wel goed gaan bij een actieve BV. Dan
moet je ook nog onderworpen zijn, daarvoor moet je naar Nederlandse
maatstaven, 10% in de heffing worden betrokken. Hier zal het wel goed
gaan.
 BV Y: is een passieve BV, een als belegging gehouden deelneming. Het is
van belang of het een kwalificerende beleggingsdeelneming is ja of nee.
(art. 13 lid 9 t/m 11) Als je dat weet kun je toetsen of hij onder de
deelnemingsvrijstelling valt ja of nee. De oogmerktoets en de
bezittingentoets zullen problematisch kunnen zijn. Er is wel een
onderworpenheid van 10% maar in Belgie hebben ze NID: je mag over
eigen vermogen een fictief percentage in aftrek brengen. Dit heeft
Nederland niet, dus naar Nederlandse maatstaven moet je dit corrigeren.
Dan zou het kunnen dan de effectieve druk onder de 10% uitkomt.

De deelnemingsvrijstelling geldt voor binnenlandse en buitenlandse
verhoudingen.

Vraag 1.6
Tussen welke vennootschappen is een Nederlandse fiscale eenheid mogelijk?

,Fiscale eenheid is artikel 15 Vpb.

 Houdster BV en BV X.
 Niet BV Y want de fiscale eenheid geldt niet in grensoverschrijdende
situaties.
 Niet de stichting want de dochter moet een BV of een NV zijn op grond van
artikel 15 lid 3 onderdeel e.

Waarom mogen grensoverschrijdende situaties niet?
Nederland wil niet dat de verliezen uit bijvoorbeeld Italie, verrekend worden met
de winsten uit Nederland. Grensoverschrijdende fiscale eenheid hoeft niet
volgens het Europese Hof van Justitie volgens X holding en Marks en Spencer. Je
kunt tegenwoordig wel pappilon fiscale eenheden. Tussen Nederlandse Moeder en
Nederlandse kleindochter fiscale eenheid. Dan heb je een buitenlandse
tussenschakel die niet in de fiscale eenheid valt. Voor Nederlandse zusjes geldt
hetzelfde.
Vraag 1.7
Wat zijn de gevolgen als BV X en Houdster BV fuseren?

Wat is de hoofdregel bij een fusie? Je gaat van 2 entiteiten naar één. De
verdwijnende vennootschap wordt geacht vermogen te hebben overgenomen en
moet in beginsel afgerekend worden. Overdracht vermogensbestanddelen tegen
waarde economisch verkeer betekent in beginsel afrekenen. Maar daarvoor
kennen we een faciliteit, de juridische fusie. Als je voldoet aan de voorwaarden
mag je doorschuiven, dan hoef je niet af te rekenen. (artikel 14b Vpb) Waarom
worden de voorwaarden gesteld? Om de claim veilig te stellen.

Opgave 2: Invloeden op de Vpb

Vraag 2.1
Omschrijf waarom er volgens u een vennootschapsbelasting bestaat? Zou de
vennootschapsbelasting niet beter kunnen worden afgeschaft? Wat zouden daar
de fiscale gevolgen van zijn?

Er zijn heel veel rechtsgrondslagen genoemd maar de enige grondslag voor de
Vpb die hout snijdt is het buitenkansbeginsel. Er is geen echte grondslag maar
we kunnen de Vpb ook niet missen. Wat zou het gevolg zijn als de VPB
afschaffen? Budgettair probleem. Pas belasting bij uitkeren, vlucht in
belastingvrije BV zone. Iedereen gaat de BV in.

Hoe zit het met buitenlandse aandeelhouders als we geen Vpb zouden hebben?
We kunnen niet meer van buitenlandse aandeelhouders heffen. Ze maken wel
gebruik van onze infrastructuur en dan ontplooien ze belastingvrij activiteiten in
Nederland en dan laten ze het uitkeren in een ander land en kan Nederland er
niets mee.

Zou het internationaal gezien kunnen om de Vpb af te schaffen? Nee dan zou
Nederland op een zwarte lijst komen als belastingparadijs, dus internationaal
gezien kan het gewoon niet.

Vraag 2.2
Waardoor wordt de vennootschapsbelasting volgens u beïnvloed?

Allereerst 4 maatschappelijke ontwikkelingen:

,  Code Tabaksblat waarin wordt gesproken over de instelling van de
auditcommissie.
 De toegenomen aandacht voor de wijze waarop bedrijven met
belastingheffing omgaan.
 Horizontaal toezicht
 Fair-share benadering.
 Corporate governance

Daarnaast invloed van de inkomstenbelasting
 Neutraliteitsbeginsel
 Verwijzingen in de Vpb naar de IB
 Samenhang IB en Vpb
 Globaal evenwicht

Dan de invloed van het jaarrekeningenrecht > directe en indirecte invloed
 In de Vpb wordt op een aantal plaatsen verwezen naar het
jaarrekeningenrecht.
o Verwijzing naar het resultaat bij de bepaling van de omvang van een
liquidatieverlies.
o Verwijzing naar het groepsbegrip in artikel 10d
o Verwijzing naar het begrip eigen en vreemd vermogen in de
jaarrekening.
 Verwijzingen naar de thincapregeling van artikel 10d
 De wetgever laat zich inspireren door het jaarrekeningrecht voor
bijvoorbeeld goedkoopmansgebruik.
 Afspraken tussen de belastingdienst en belastingplichtigen
 De houding van ondernemingen ten aanzien van belastingen
 Het bepalen van de belastingpositie.

Invloed van Europees recht:
 Invloed van verdragsvrijheden en de bepalingen van verboden
staatssteun.
 Invloed van het secundaire recht, in het bijzonder verordeningen en
richtlijnen.
 Invloed van de Europese rechtspraak, bijvoorbeeld Bosal.
 Aanpassingen in de wetgeving om strijdigheden op te ruimen.

Internationale invloeden:
 Internationale fiscale concurrentie.
 Internationaal aantrekkelijk maken van land.

Vraag 2.3
Welke gevallen (in hoofdlijnen) gaven in het verleden aanleiding om de wet
vennootschapsbelasting te veranderen en wat vindt u van die redenen?

 De heffingsgrondslag verbreden, door tarief aan te passen. In 2007 de
laatste verlaging. Daarnaast ook door middel van de beperking van
afschrijving op gebouwen.
 Overeenstemming met de EU bereiken. Bijvoorbeeld Bosal arrest
 Nederlandse vestigingsbeleid fiscaal ondersteunen. Bijvoorbeeld de
invoering van de innovatiebox.

,  Misbruik voorkomen, bijvoorbeeld de renteaftrekbeperkingen.
 Conjuncturele doeleinden, verrruiming van de verliesverrekening 2009 t/m
2011. Willekeurige afschrijvingen in 2013.

Opgave 3: BV Geld
BV Geld produceert en verkoopt boeken. In 2014 is een winst (vóór Vpb) behaald
van
€ 1.000.000. De winst (na Vpb) wordt geheel uitgekeerd aan de heer Van der
Geld die enig aandeelhouder van de BV is.

Vraag 3.1
Stel dat de heer Van der Geld naast zijn BV ook nog een eenmanszaak heeft. De
aandelen in BV Geld maken deel uit van het ondernemingsvermogen. Is dan het
klassieke stelsel van toepassing op de situatie van de heer Van der Geld?

Wat betekent het klassieke stelsel? In het klassieke stelsel wordt Vpb geheven
over de winst van het lichaam en wordt los daarvan IB geheven over de daarna
door het lichaam aan de participanten uitgekeerde winst.

Is er in deze casus van het klassieke stelsel? Is er in Nederland nog een klassiek
stelsel? Wanneer een aandeelhouder in box 3 valt maakt het voor de totale
belastingdruk niet uit welk deel van de winst door de vennootschap aan de
aandeelhouder wordt uitgekeerd. Dit is anders in box 1 en 2, omdat hier geen
forfaitair maar reëel inkomen wordt belast. In Nederland geldt zeker nog wel het
klassieke stelsel.



Vraag 3.2
Hoe zou volgens u in Nederland de relatie tussen de IB en de Vpb moeten zijn.
Licht dit toe aan de hand van een cijfervoorbeeld.

Volledige integratie, Vpb wordt gezien als een voorheffing op de IB. De
achterliggende gedachte is dat lichaam zelf geen draagkracht heeft maar
achterliggende natuurlijk persoon wel. Dit is het andere uiterste van het klassieke
stelsel.

Winst 100
Vpb 25%
Dus winst Vpb is 75
Aandeelhouder krijgt hele winst voor Vpb toegerekend 100
Daarover moet die 52% IB betalen = 52
Verkenbare Vpb is 25
Door de aandeelhouder nog te betalen is 27
Netto beschikbaar voor de aandeelhouder 48
De druk is dus 52%

Paragraaf 2.1.2 pagina 9

Opgave 4: Ondernemingswinstbelasting

Gegeven is de volgende paragraaf uit P.H.J. Essers, Rechtsvormneutraliteit, TFO
2011/3

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
14 mei 2015
Aantal pagina's
82
Geschreven in
2014/2015
Type
OVERIG
Persoon
Onbekend

Onderwerpen

$4.76
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 3 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 3 reviews worden weergegeven
9 jaar geleden

9 jaar geleden

9 jaar geleden

3.3

3 beoordelingen

5
1
4
0
3
1
2
1
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
DemiBr93 Tilburg University
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
273
Lid sinds
12 jaar
Aantal volgers
135
Documenten
24
Laatst verkocht
5 jaar geleden

4.0

36 beoordelingen

5
13
4
12
3
10
2
1
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen