Evidence Based Practice
Belang van EBP
- Best mogelijke zorg, up-to-date informatie (je wilt goede kwaliteit bieden)
- Evidence based onderzoeken (je wilt goede betrouwbare en valide tests gebruiken)
- Onderbouwen en verantwoorden (je moet je kunnen verantwoorden naar verzekeraars/patiënt)
Stappen van EBP
1. Een klinisch probleem over diagnose, prognose en therapie vertalen in een beantwoordbare vraag
2. Het efficiënt zoeken naar het ‘beste bewijs’ uit verschillende soorten onderzoek
3. Kritisch beoordelen geldigheid en bruikbaarheid van de gepresenteerde onderzoeksresultaten
(literatuur)
4. Na kritische beoordeling de resultaten van onderzoek toepassen in het dagelijks klinisch handelen
5. Het regelmatig evalueren van het klinisch handelen (proces en resultaat)
PICO Opbouw onderzoeksvraag
- P: Patient, problem, populatie
- I: Intervention
- C: Controle, comparison
- O: Outcome
Bibliografische gegevens van een artikel: Auteurs, Titel, Tijdschrift/Journal, Jaartal, Volume, Editie, Bladzijden
Level of evidence
- A1 = systematische review
- A2 = RCT van goede kwaliteit
- B = RCT van matige kwaliteit
- C = Ander onderzoek (zonder controle groep)
- D = Mening van expert
Variabelen: Algemeen kenmerk van onderzoeksobject
- Een variabele heeft een concrete waarde
- Deze waarde kun je meten/bepalen/beschrijven
Variabele of waarde?
Lengte Variabele
1.85 meter Waarde
Vrouw Waarde (variabele is geslacht)
Beroep Variabele (waarde is doecent)
Haarkleur Variabele
Blond Waarde
Twee typen variabele: Onafhankelijke variabele (voorspeller) is een variabele waarvan we in het huidige
onderzoeksprobleem verwachten dat het een invloed heeft op de afhankelijke variabele (uitkomst variabele)
Variabelen discreet of continu:
- Discrete variabele: heeft een beperkt aantal klassen of getallen als mogelijke uitkomsten. De
tussenliggende waarden hebben geen betekenis.
- Continue variabele: kan in een bepaald interval iedere waarde aannemen. Tussen twee willekeurige
waarden ligt dus altijd nog een tussenliggende waarde.
Discreet of continu?
Tijd 500m Continue
IQ / Opleidingsniveau Discreet
Geslacht Discreet
Gewicht Continu
, Meetniveau’s
1. Nominaal meetniveau (discreet) Meetwaarden zijn slechts namen of categorieën
- Kwalitatieve variabelen
- Discrete variabelen
- Categorieën
- Geen rangorde
Voorbeelden:
Geslacht: man/vrouw
Haarkleur: blond/bruin/rood/grijs
Loophulpmiddel: kruk/rollator/vierpoot/stok
Twee categorieën Dichotome variabelen (man/vrouw)
2. Ordinaal meetniveau (discreet) Meetwaarden kennen een betekenisvolle rangorde
- Kwalitatief
- Discrete variabelen
- Categorieen
- Rangorde
Voorbeelden:
EBP is zinvol: Helemaal mee eens/mee eens/neutraal/mee oneens/helemaal mee oneens
Opleidingsniveau: VMBO/HAVO/VWO/Gymnasium
3. Interval meetniveau (continue) Getallenschaal waarvan de intervallen tussen meetwaarden
berekend en vergeleken mogen worden, terwijl er geen vast nulpunt is
- Kwantitatief
- Discrete en continue variabelen
- Geen natuurlijk nulpunt (temperatuur kan ook onder 0 dalen)
- Rangorde
Voorbeelden:
Temperatuur (continue)
IQ (discreet)
4. Ratio meetniveau (continue) Getallenschaal waarvan ook verhoudingen tussen meetwaarden
berekend en vergeleken mogen worden. Er is een vast nulpunt en er bestaan geen negatieve waarden.
- Kwantitatief
- Discrete en continue variabelen
- Natuurlijk nulpunt
- Rangorde
Voorbeelden:
Lengte
Gewicht
Meetniveau’s: Mogelijke berekeningen per niveau
+ mogelijk/- niet mogelijk
Mogelijke Nominaal Ordinaal Interval Ratio
berekeningen
Tellingen + + + +
Percentages + + + +
Rangorden - + + +
Verschillen - - + +
Gemiddelden - - + +
Verhoudingen - - - +
Centrummaten: Maat die iets zegt over het midden van een verdeling
Gemiddelde: Totaal van de meetwaarden gedeeld door hun aantal
Voorbeeld: Tentamencijfers
Belang van EBP
- Best mogelijke zorg, up-to-date informatie (je wilt goede kwaliteit bieden)
- Evidence based onderzoeken (je wilt goede betrouwbare en valide tests gebruiken)
- Onderbouwen en verantwoorden (je moet je kunnen verantwoorden naar verzekeraars/patiënt)
Stappen van EBP
1. Een klinisch probleem over diagnose, prognose en therapie vertalen in een beantwoordbare vraag
2. Het efficiënt zoeken naar het ‘beste bewijs’ uit verschillende soorten onderzoek
3. Kritisch beoordelen geldigheid en bruikbaarheid van de gepresenteerde onderzoeksresultaten
(literatuur)
4. Na kritische beoordeling de resultaten van onderzoek toepassen in het dagelijks klinisch handelen
5. Het regelmatig evalueren van het klinisch handelen (proces en resultaat)
PICO Opbouw onderzoeksvraag
- P: Patient, problem, populatie
- I: Intervention
- C: Controle, comparison
- O: Outcome
Bibliografische gegevens van een artikel: Auteurs, Titel, Tijdschrift/Journal, Jaartal, Volume, Editie, Bladzijden
Level of evidence
- A1 = systematische review
- A2 = RCT van goede kwaliteit
- B = RCT van matige kwaliteit
- C = Ander onderzoek (zonder controle groep)
- D = Mening van expert
Variabelen: Algemeen kenmerk van onderzoeksobject
- Een variabele heeft een concrete waarde
- Deze waarde kun je meten/bepalen/beschrijven
Variabele of waarde?
Lengte Variabele
1.85 meter Waarde
Vrouw Waarde (variabele is geslacht)
Beroep Variabele (waarde is doecent)
Haarkleur Variabele
Blond Waarde
Twee typen variabele: Onafhankelijke variabele (voorspeller) is een variabele waarvan we in het huidige
onderzoeksprobleem verwachten dat het een invloed heeft op de afhankelijke variabele (uitkomst variabele)
Variabelen discreet of continu:
- Discrete variabele: heeft een beperkt aantal klassen of getallen als mogelijke uitkomsten. De
tussenliggende waarden hebben geen betekenis.
- Continue variabele: kan in een bepaald interval iedere waarde aannemen. Tussen twee willekeurige
waarden ligt dus altijd nog een tussenliggende waarde.
Discreet of continu?
Tijd 500m Continue
IQ / Opleidingsniveau Discreet
Geslacht Discreet
Gewicht Continu
, Meetniveau’s
1. Nominaal meetniveau (discreet) Meetwaarden zijn slechts namen of categorieën
- Kwalitatieve variabelen
- Discrete variabelen
- Categorieën
- Geen rangorde
Voorbeelden:
Geslacht: man/vrouw
Haarkleur: blond/bruin/rood/grijs
Loophulpmiddel: kruk/rollator/vierpoot/stok
Twee categorieën Dichotome variabelen (man/vrouw)
2. Ordinaal meetniveau (discreet) Meetwaarden kennen een betekenisvolle rangorde
- Kwalitatief
- Discrete variabelen
- Categorieen
- Rangorde
Voorbeelden:
EBP is zinvol: Helemaal mee eens/mee eens/neutraal/mee oneens/helemaal mee oneens
Opleidingsniveau: VMBO/HAVO/VWO/Gymnasium
3. Interval meetniveau (continue) Getallenschaal waarvan de intervallen tussen meetwaarden
berekend en vergeleken mogen worden, terwijl er geen vast nulpunt is
- Kwantitatief
- Discrete en continue variabelen
- Geen natuurlijk nulpunt (temperatuur kan ook onder 0 dalen)
- Rangorde
Voorbeelden:
Temperatuur (continue)
IQ (discreet)
4. Ratio meetniveau (continue) Getallenschaal waarvan ook verhoudingen tussen meetwaarden
berekend en vergeleken mogen worden. Er is een vast nulpunt en er bestaan geen negatieve waarden.
- Kwantitatief
- Discrete en continue variabelen
- Natuurlijk nulpunt
- Rangorde
Voorbeelden:
Lengte
Gewicht
Meetniveau’s: Mogelijke berekeningen per niveau
+ mogelijk/- niet mogelijk
Mogelijke Nominaal Ordinaal Interval Ratio
berekeningen
Tellingen + + + +
Percentages + + + +
Rangorden - + + +
Verschillen - - + +
Gemiddelden - - + +
Verhoudingen - - - +
Centrummaten: Maat die iets zegt over het midden van een verdeling
Gemiddelde: Totaal van de meetwaarden gedeeld door hun aantal
Voorbeeld: Tentamencijfers