Samenvatting H4 scheikunde
Paragraaf 1
In de vaste en vloeibare fase zitten de moleculen van een stof dicht op elkaar doordat
ze elkaar aantrekken, deze aantrekkingskracht heet vanderwaalskracht. Door deze
kracht ontstaat er een binding, de vanderwaalsbinding. Hoe sterker deze binding is,
hoe hoger het kookpunt van d e stof ligt. De vanderwaalsbinding is sterker als de
massa van de moleculen groter is.
Als je een stof oplost worden de vanderwaalsbindingen tussen de moleculen van de
stoffen verbroken, er worden dan nieuwe vanderwaalsbindingen gevormd tussen de
moleculen van de oplosmiddel en de moleculen van de opgeloste stof.
Als je jood en hexaan mengt, worden de vanderwaalsbindingen tussen de jood moleculen
en de hexaan moleculen verbroken, er vormen nieuwe bindingen tussen de jood en de
hexaan moleculen.
Paragraaf 2
Een atoombinding waarbij de lading verschuift heet een polaire binding. Doordat het
O-atoom negatief is geladen een het H-atoom positief, trekt de O de H aan, door
deze aantrekkingskracht ontstaat er een nieuwe binding, de waterstofbrug/h-brug
Tussen moleculen met NH of OH groep is er naast de vanderwaalsbinding dus ook
een waterstofbrug. Deze binding zorgt voor een verhoogd kookpunt, hoe meer h-
bruggen hoe hoger het kookpunt van een stof.
Het mesoniveau ligt tussen het micro- en het macroniveau in.