Stoornis • (DSM-5) criteria / kenmerken Associatie/achtergrond Comorbiditeit Ernst
Gilles de la • Meerdere motorische + • Genetische factoren • Obsessief compulsieve
Tourette minstens 1 vocale tic • Basale ganglia stoornis
• Meerdere keren per dag, bijna • Neurotransmitter • ADHD
elke dag, gedurende en jaar dopamine (teveel bij • Angst en depressie
(nooit een ticvrije periode) ticstoornis, wel raar • Woede en
• Begin voor 18e levensjaar want met ADHD weinig zelfbeschadigend
• Niet het gevolg van een middel dopamine) gedrag
of een lichamelijke aandoening • Auto-immuunsysteem • slaapproblemen
• Perinatale factoren
• Omgeving: stress,
spanning,
vermoeidheid
ASS • Problemen met sociale • Genen en vroege • Verstandelijke Hoeveelheid
communicatie (3 v.d. 3 criteria) risico’s beperking ondersteunin
- Tekort aan non-verbale 25% van de gevallen • Medische problemen g een kind
communicatie sprake van • ADHD nodig heeft à
- tekort in sociaal-emotionele genvariaties. Zwak • Angst zijn 3 niveaus
wederkerigheid verband me oude • OCD voor. Niveau 3
- tekort in ontwikkelen, ouders. Ook zwakke • Communicatiestoorniss is de meeste
onderhouden en begrijpen correlatie met en ondersteunin
sociale relaties perinatale factoren. • Taalrariteiten g
• Beperkt, repetitief gedrag (2 v.d. • Hersenen
4 criteria) Groter hoofd in early
- stereotype repetitief bewegen, childhood, dikkere
praten of spelen hersenschors.
- Niet tegen veranderingen Kleinere amygdala.
kunnen Rechter fusiforme
- beperkte intensieve interesses Gyrus: minder actief bij
kijken naar gezichten.
, - sensorische over- of Prefrontale cortex à
ondergevoeligheid executieve functies
• Tekenen vroeg aanwezig maar Nucleus Caudatus
soms pas later manifest vergroot.
• Klinisch significante beperkingen • Sociale cognitie
in sociaal en schools Vermogen om
functioneren gevoelens, gedachten,
• Om de classificatie autisme en intenties van anderen
verstandelijke beperking samen te waarnemen en
te stellen moet het sociale interpreteren. Kind
communiceren beneden het weinig joint attention
ontwikkelingsniveau zijn à samen kijken naar
iets. Daarnaast minder
symbolisch spel à
vader en moedertje
spelen. Ook gebrekkige
theory of mind à
kunnen verplaatsen in
een ander.
, Gedragsstoorn - Genen verklaren 30-40%, ook Is hoog
issen: temperament is een ADHD: circa 40 procent à
risicofactor traag werkende zelfde genen of via
autonome zenuwstelsel. hyperactiviteit/impulsiviteit?
- Ook gekeken naar parent- Middelenmisbruik (6 keer
child interactions. vaker) à zelfde genen of via
- Weinig toezicht van ouders ‘foute vrienden’
- attributies: interne en Leerproblemen: kip of ei? (of
stabiele factoren slechte school?)
- Onzekerheid ouders Angststoornissen: met name
- Depressie moeder, meisjes
antisociaal gedrag vader, Depressie: idem. Masked
middelenmisbruik ouders depression vs Dual failure
- Slecht huwelijk model
ODD : • Gedragingen komen in 1 of Zie gedragsstoornissen Zie gedragsstoornissen - Mild:
oppositionele meer settingen voor gedragingen
gedragsstoorn • Gedragingen komen voor in één in 1 setting.
is specifieke context - Moderate:
• Beperkingen in de schoolse en gedragingen
sociale functioneren in 2 settingen.
- Severe:
gedragingen
in 3 of meer
settingen.
Gilles de la • Meerdere motorische + • Genetische factoren • Obsessief compulsieve
Tourette minstens 1 vocale tic • Basale ganglia stoornis
• Meerdere keren per dag, bijna • Neurotransmitter • ADHD
elke dag, gedurende en jaar dopamine (teveel bij • Angst en depressie
(nooit een ticvrije periode) ticstoornis, wel raar • Woede en
• Begin voor 18e levensjaar want met ADHD weinig zelfbeschadigend
• Niet het gevolg van een middel dopamine) gedrag
of een lichamelijke aandoening • Auto-immuunsysteem • slaapproblemen
• Perinatale factoren
• Omgeving: stress,
spanning,
vermoeidheid
ASS • Problemen met sociale • Genen en vroege • Verstandelijke Hoeveelheid
communicatie (3 v.d. 3 criteria) risico’s beperking ondersteunin
- Tekort aan non-verbale 25% van de gevallen • Medische problemen g een kind
communicatie sprake van • ADHD nodig heeft à
- tekort in sociaal-emotionele genvariaties. Zwak • Angst zijn 3 niveaus
wederkerigheid verband me oude • OCD voor. Niveau 3
- tekort in ontwikkelen, ouders. Ook zwakke • Communicatiestoorniss is de meeste
onderhouden en begrijpen correlatie met en ondersteunin
sociale relaties perinatale factoren. • Taalrariteiten g
• Beperkt, repetitief gedrag (2 v.d. • Hersenen
4 criteria) Groter hoofd in early
- stereotype repetitief bewegen, childhood, dikkere
praten of spelen hersenschors.
- Niet tegen veranderingen Kleinere amygdala.
kunnen Rechter fusiforme
- beperkte intensieve interesses Gyrus: minder actief bij
kijken naar gezichten.
, - sensorische over- of Prefrontale cortex à
ondergevoeligheid executieve functies
• Tekenen vroeg aanwezig maar Nucleus Caudatus
soms pas later manifest vergroot.
• Klinisch significante beperkingen • Sociale cognitie
in sociaal en schools Vermogen om
functioneren gevoelens, gedachten,
• Om de classificatie autisme en intenties van anderen
verstandelijke beperking samen te waarnemen en
te stellen moet het sociale interpreteren. Kind
communiceren beneden het weinig joint attention
ontwikkelingsniveau zijn à samen kijken naar
iets. Daarnaast minder
symbolisch spel à
vader en moedertje
spelen. Ook gebrekkige
theory of mind à
kunnen verplaatsen in
een ander.
, Gedragsstoorn - Genen verklaren 30-40%, ook Is hoog
issen: temperament is een ADHD: circa 40 procent à
risicofactor traag werkende zelfde genen of via
autonome zenuwstelsel. hyperactiviteit/impulsiviteit?
- Ook gekeken naar parent- Middelenmisbruik (6 keer
child interactions. vaker) à zelfde genen of via
- Weinig toezicht van ouders ‘foute vrienden’
- attributies: interne en Leerproblemen: kip of ei? (of
stabiele factoren slechte school?)
- Onzekerheid ouders Angststoornissen: met name
- Depressie moeder, meisjes
antisociaal gedrag vader, Depressie: idem. Masked
middelenmisbruik ouders depression vs Dual failure
- Slecht huwelijk model
ODD : • Gedragingen komen in 1 of Zie gedragsstoornissen Zie gedragsstoornissen - Mild:
oppositionele meer settingen voor gedragingen
gedragsstoorn • Gedragingen komen voor in één in 1 setting.
is specifieke context - Moderate:
• Beperkingen in de schoolse en gedragingen
sociale functioneren in 2 settingen.
- Severe:
gedragingen
in 3 of meer
settingen.