Sari Segers
Vrije Universiteit Amsterdam
Psychologie
Sari Segers 2612776
Robbemondt, P. (Groep 7)
Klinische Gespreksvoering (P_BKLGSV)
22-12-2021
Aantal woorden: 3830
, Inleiding
Ten opzichte van het eerste eindgesprek, heb ik het tweede eindgesprek een stuk positiever
ervaren. Hieraan lagen een aantal factoren ten grondslag. Ten eerste was er bij het tweede
gesprek sprake van een betere voorbereiding; tijdens het eerste gesprek dacht ik dat een
voorbereiding overbodig was. Ik was van mening dat een probleemverhelderend gesprek
geen gesprekstechnieken zou vereisen. Als gevolg van deze denkwijze miste mijn gesprek
structuur, deed ik veel onnodige suggesties en stelde ik voornamelijk gesloten vragen. Vóór
aanvang van het tweede gesprek was ik me hierdoor bewust van de kracht van een goede
voorbereiding; dit biedt niet alleen structuur, maar geeft ook het gevoel van houvast waardoor
ik een minder gehaast gevoel had tijdens het stellen van vragen.
Ten tweede heeft de oefening van dit vak een positief effect gehad op mijn
vaardigheden. Ik ging het vak redelijk sceptisch en pessimistisch in; ik kon niet geloven dat
de oefen- en werkgroepen effectief zouden zijn om gesprekstechnieken te ontwikkelen. Deze
houding was gevolg van het vak ‘Psychologische Gespreksvoering 2’ waarin ik relatief
gemakkelijk hoge cijfers kon halen zonder veel inspanning. De casus van het gesprek was
hier immers al vooraf bepaald waardoor de gesprekken niet veel concentratie of anticipatie
vereisten.
Deze betere voorbereiding en vele oefeningen hebben er uiteindelijk voor gezorgd dat
ik gesprek twee aanzienlijk meer gebruik heb gemaakt van passende gesprekstechnieken.
Echter, dit betekent niet dat ik ze volledig beheers; de rol van luisteraar tijdens de werkgroep
vond ik ook na oefening behoorlijk lastig. Daarbij komen ook nog nuancerende en
regulerende vaardigheden die ik tijdens dit gesprek niet, of te weinig, heb gebruikt waaronder
nuancerende empathie, directheid en samenvatten. Hier zal ik in de toekomst nog aan moeten
werken.
Kern weergeven
De gesprekken met N. gingen voornamelijk over de last die zij ervaart door haar
uitstelgedrag. De hulpvraag die hierbij centraal stond was: Wat is de reden dat N. haar
schoolwerk uitstelt en hier zoveel hinder van ondervindt? Er waren verschillende factoren op
dit probleem van invloed. Ten eerste gaf N. aan dat zij gedurende de schoolperiode een hoop
ruimte ervaart om te kunnen uitstellen. Echter, zodra zij hier minder ruimte voor heeft gaat ze
ook echt aan het werk waardoor ze haar tentamens en deadlines wel, zo goed als altijd, haalt.
Ten tweede heeft zij al sinds kindertijd, vanuit haarzelf, een grote druk gevoeld om te
presteren en hard te werken op schoolgebied. Haar omgeving benadrukt juist het belang van