§Leerdoelen Thema 2.2
Parodontologie
Bouw en functie parodontium en sonderen
Benoemt:
• de functie van het parodontium.
- Geeft steun aan het gebitselement.
- Functionele krachten worden opgevangen en geabsorbeerd.
- Bloedvoorziening
- Sensorische/reflectorische input.
- Beschermt het worteloppervlak tegen resorptie.
- Een gebitselement kan standsverandering ondergaan.
Bron: powerpoint van paro werkcollege 2
• de functie van retelijsten.
De grens tussen het Oraal Epitheel (OE) en het onderliggen
bindweefsel (CT) heeft een golvend verloop. De gedeelten van het
bindweefsel die in het epitheel uitsteken worden de bindweefselpapillen
genoemd. Deze worden van elkaar gescheiden door epitheellijsten, ook
wel retelijsten genoemd.
De aanwezigheid van retlijsten is karakteristiek voor het orale epitheel
en het sulcusepitheel. Deze retlijsten ontbreken bij het een het
aanhechtingsepitheel. Plaatsen waar de retelijsten elkaar kruisen zie je
aan de buitenzijde van de gingiva als een gestippeld uiterlijk.
(sinaasappelaspect)
• benoemt types epitheel, de epitheellagen en het bindweefsel.
Epitheel van de gingiva
❖ Oraal epitheel (OE) 🡪 het epitheel aan de kant van de mondholte.
❖ (oraal) sulcus epitheel (OSE)🡪 het epitheel dat tegenover het tandoppervlak gelegen
is, zonder dat het ermee in contact staat.
❖ Aanhechtingsepitheel (JE) 🡪 Vormt het contact/de verbinding tussen de gingiva en
het gebitselement.
❖ Glazuur (E)
❖ Onderliggend bindweefsel (CT)
❖ Glazuur cementgrens (CEJ)
1
,Weefsels van het parodontium
❖ Oral sulcular epithelium = (oraal) sulcus epitheel.
❖ Junctional epithelium = aanhechtingsepitheel.
❖ Connective tissue = bindweefsel
❖ Oral epithelium = oraal epitheel
- Keratiniserend epitheel 🡪 Buitenzijde van de gingiva
- Niet keratiniserende eptiheel 🡪 (sulcuszijde)
- Aanhechtingsepitheel 🡪 Een gespecialiseerde
epitheliale structuur die het gingivale complex met het
tandoppervlak (glazuur, dentine dan wel cement) doet
verkleven.
Epitheel zorgt voor bescherming van het onderliggende bindweefsel tegen infectie, het helpt
ook uitrdroging voorkomen en speelt een belangrijke rol in de immunologische afweer,
doordat het cellen bevat die in staat zijn binnendringende antigen te signaleren.
Oraal epitheel microscopisch (powerpoint)
Op de afbeelding zie je het histologisch
beeld van het deel van het orale
epitheel dat de gingiva bekleed.
Weefseltype: gekeratiniseerd meerlagig
plaveiselepitheel.
1. Stratum basale
2. Stratum spinosum
3. Stratum granulosum
4. Stratum corneum (hoornlaag)
Bindweefsel: Het belangrijkste weefselcomponent in de gingiva en het parodontale ligament
is het bindweefsel. Het bestaat voornamelijk uit:
- Collagene vezelfs (ong. 60%)
- Fibroblasten (ong 5%)
- Bloedvaten, zenuwen en matrix (ong 35%).
De cellen die je in het bindweefsel aantreft zijn:
- Fibroblasten
- Mestcellen
- Macrofagen
- Ontstekingscellen zoals PMN, plasma cellen en lymfocyten.
• de 2 groepen hoofdvezels, kan deze tekenen en aanwijzen op een plaatje.
1. Dentoperiostale vezels
2. Dentogingivalis vezels
2
,De hoofdvezels van de vrije gingiva stralen uit van het cement naar perifeer, deels
uitwaaierend naar de top van de gingiva. Zij worden dentogingivale vezels genoemd. De
onderste vezels daarvan reiken tot over de crista heen en steken de aangehechte gingiva in.
Ze zijn nauw geassocieerd met het beenvlies (periost) dat de processus alveolaris aan de
vestibulaire en linguale zijde bekleedt. Om die reden worden ze wel dentoperiostale vezels
genoemd.
• welke fouten er gemaakt kunnen worden tijdens het meten van pockets plus
met welke druk er gemeten moet worden.
Veelal zal de tip van de sonde het weefsel op de bodem van de pocket penetreren en
daarmee de diepte overschatten. Om die reden is het aan te raden om geen hogere
sondeerdruk te gebruiken dan 200 N/cm2, dat wil zeggen dat bij een sonde met een
doorsnee van 0,4 mm een kracht van 0,25N gebruikt moet worden.
Bij een te hoge sondeerdruk kunnen bij een gezond parodontium mechanisch trauma en
bloeding optreden.
Door de aanwezigheid van een contractpunt is het daar vrijwel onmogelijk om de sonde
parallel aan de lengteas van de wortel te houden. Hierdoor worden approximale pockets
altijd iets angulair gemeten. Bij te veel angulatie van de sonde wordt er foutief een te diepe
pocket gemeten.
Bij het sonderen moet de sonde voortdurend tegen het worteloppervlak aan worden
gehouden om te voorkomen dat deze in de pocketwand blijft steken en niet de bodem van de
pocket bereikt.
H23 paroboek blz 239
• de anatomie van een gezond en een ontstoken parodontium.
3
, 4
Parodontologie
Bouw en functie parodontium en sonderen
Benoemt:
• de functie van het parodontium.
- Geeft steun aan het gebitselement.
- Functionele krachten worden opgevangen en geabsorbeerd.
- Bloedvoorziening
- Sensorische/reflectorische input.
- Beschermt het worteloppervlak tegen resorptie.
- Een gebitselement kan standsverandering ondergaan.
Bron: powerpoint van paro werkcollege 2
• de functie van retelijsten.
De grens tussen het Oraal Epitheel (OE) en het onderliggen
bindweefsel (CT) heeft een golvend verloop. De gedeelten van het
bindweefsel die in het epitheel uitsteken worden de bindweefselpapillen
genoemd. Deze worden van elkaar gescheiden door epitheellijsten, ook
wel retelijsten genoemd.
De aanwezigheid van retlijsten is karakteristiek voor het orale epitheel
en het sulcusepitheel. Deze retlijsten ontbreken bij het een het
aanhechtingsepitheel. Plaatsen waar de retelijsten elkaar kruisen zie je
aan de buitenzijde van de gingiva als een gestippeld uiterlijk.
(sinaasappelaspect)
• benoemt types epitheel, de epitheellagen en het bindweefsel.
Epitheel van de gingiva
❖ Oraal epitheel (OE) 🡪 het epitheel aan de kant van de mondholte.
❖ (oraal) sulcus epitheel (OSE)🡪 het epitheel dat tegenover het tandoppervlak gelegen
is, zonder dat het ermee in contact staat.
❖ Aanhechtingsepitheel (JE) 🡪 Vormt het contact/de verbinding tussen de gingiva en
het gebitselement.
❖ Glazuur (E)
❖ Onderliggend bindweefsel (CT)
❖ Glazuur cementgrens (CEJ)
1
,Weefsels van het parodontium
❖ Oral sulcular epithelium = (oraal) sulcus epitheel.
❖ Junctional epithelium = aanhechtingsepitheel.
❖ Connective tissue = bindweefsel
❖ Oral epithelium = oraal epitheel
- Keratiniserend epitheel 🡪 Buitenzijde van de gingiva
- Niet keratiniserende eptiheel 🡪 (sulcuszijde)
- Aanhechtingsepitheel 🡪 Een gespecialiseerde
epitheliale structuur die het gingivale complex met het
tandoppervlak (glazuur, dentine dan wel cement) doet
verkleven.
Epitheel zorgt voor bescherming van het onderliggende bindweefsel tegen infectie, het helpt
ook uitrdroging voorkomen en speelt een belangrijke rol in de immunologische afweer,
doordat het cellen bevat die in staat zijn binnendringende antigen te signaleren.
Oraal epitheel microscopisch (powerpoint)
Op de afbeelding zie je het histologisch
beeld van het deel van het orale
epitheel dat de gingiva bekleed.
Weefseltype: gekeratiniseerd meerlagig
plaveiselepitheel.
1. Stratum basale
2. Stratum spinosum
3. Stratum granulosum
4. Stratum corneum (hoornlaag)
Bindweefsel: Het belangrijkste weefselcomponent in de gingiva en het parodontale ligament
is het bindweefsel. Het bestaat voornamelijk uit:
- Collagene vezelfs (ong. 60%)
- Fibroblasten (ong 5%)
- Bloedvaten, zenuwen en matrix (ong 35%).
De cellen die je in het bindweefsel aantreft zijn:
- Fibroblasten
- Mestcellen
- Macrofagen
- Ontstekingscellen zoals PMN, plasma cellen en lymfocyten.
• de 2 groepen hoofdvezels, kan deze tekenen en aanwijzen op een plaatje.
1. Dentoperiostale vezels
2. Dentogingivalis vezels
2
,De hoofdvezels van de vrije gingiva stralen uit van het cement naar perifeer, deels
uitwaaierend naar de top van de gingiva. Zij worden dentogingivale vezels genoemd. De
onderste vezels daarvan reiken tot over de crista heen en steken de aangehechte gingiva in.
Ze zijn nauw geassocieerd met het beenvlies (periost) dat de processus alveolaris aan de
vestibulaire en linguale zijde bekleedt. Om die reden worden ze wel dentoperiostale vezels
genoemd.
• welke fouten er gemaakt kunnen worden tijdens het meten van pockets plus
met welke druk er gemeten moet worden.
Veelal zal de tip van de sonde het weefsel op de bodem van de pocket penetreren en
daarmee de diepte overschatten. Om die reden is het aan te raden om geen hogere
sondeerdruk te gebruiken dan 200 N/cm2, dat wil zeggen dat bij een sonde met een
doorsnee van 0,4 mm een kracht van 0,25N gebruikt moet worden.
Bij een te hoge sondeerdruk kunnen bij een gezond parodontium mechanisch trauma en
bloeding optreden.
Door de aanwezigheid van een contractpunt is het daar vrijwel onmogelijk om de sonde
parallel aan de lengteas van de wortel te houden. Hierdoor worden approximale pockets
altijd iets angulair gemeten. Bij te veel angulatie van de sonde wordt er foutief een te diepe
pocket gemeten.
Bij het sonderen moet de sonde voortdurend tegen het worteloppervlak aan worden
gehouden om te voorkomen dat deze in de pocketwand blijft steken en niet de bodem van de
pocket bereikt.
H23 paroboek blz 239
• de anatomie van een gezond en een ontstoken parodontium.
3
, 4