GESCHIEDENIS NEDERLAND
Een welvarende samenleving
Nederland is opnieuw verdeeld in zuilen na de 2 e WO. De samenleving is verdeeld op basis van
levens- en wereldbeschouwing. De verschillende verzuilingen waren de confessionelen (verdeeld in
de katholieken en de protestanten), de socialisten en de liberalen. De Duitse bezetting zorgde in
Nederland voor een gevoel van nationale eenheid, waarbij de zuilen dus even niks meer uitmaakten.
Er wordt geprobeerd een doorbraak te creëren, maar dit mislukt. Zo ontstaan nieuwe politieke
partijen, zoals de PvdA, KVP en VVD.
Nederland begon een andere positie in te nemen in de internationale politiek door bijvoorbeeld
Europese samenwerking.
1948; sterke economische groei, ook al was dat niet te zien aan alle vernietigde steden.
Door Marshallhulp kwam de wederopbouw op gang. Een belangrijke factor van de ongekende
economische groei was de industrialisatie. De handel met Duitsland werd belangrijker dan ooit.
Er wordt een geleide loon politiek gevoerd -> Het kabinet bepaalde hoe hard de lonen mochten
stijgen.
Nederland werd door het aardgas uit Groningen één van de rijkste landen uit Europa. Door de
toenemende welvaart werd de verzorgingsstaat uitgebreid en kwam het poldermodel; het voeren
van overleg gericht op overeenstemming. Het ideaal van meer gelijkheid kwam naar boven.
1960; Nederlanders veranderden in gretige consumenten -> gingen op vakantie, kochten een auto,
een wasmachine enz.
De ontzuiling kwam op gang. De TV en radio kregen een transformatie en een niet-verzuilde partij
kwam in de 2e kamer.
Door de babyboom waren er in 1960 veel jongeren. Ze hadden geld en vrije tijd, waardoor
jongerencultuur ontstond. De Amerikaanse en Britse popmuziek hadden veel invloed. Hippies,
provo’s, nozems zijn voorbeelden van verschillende groepen jongeren. Vrouwen bleven lang
handelingsonbekwaam, maar doordat de partijen hierover anders gingen denken, kwam er in 1956
een eind aan. Steeds meer meisjes werden hoog opgeleid. In 1964 kwam de anticonceptiepil en in
1971 de echtscheidingswet. De 2e feministische golf was ontstaan. Er kwamen actiegroepen die
streden voor bijvoorbeeld abortus en betaalde kinderopvang.
De regering wilde emigratie bevorderen vanwege te weinig huizen en werk. Tussen 1948 en 1964
emigreerden een half miljoen Nederlanders naar het buitenland. Vanaf 1945 kwamen er mensen
vanuit Indonesië en Suriname. Er kwamen veel arbeidsmigranten en het recht op gezinshereniging
ontstond. Door de oliecrisis kwam er een economische crisis, maar toch bleven veel Turken en
Marokkanen in Nederland.
Een welvarende samenleving
Nederland is opnieuw verdeeld in zuilen na de 2 e WO. De samenleving is verdeeld op basis van
levens- en wereldbeschouwing. De verschillende verzuilingen waren de confessionelen (verdeeld in
de katholieken en de protestanten), de socialisten en de liberalen. De Duitse bezetting zorgde in
Nederland voor een gevoel van nationale eenheid, waarbij de zuilen dus even niks meer uitmaakten.
Er wordt geprobeerd een doorbraak te creëren, maar dit mislukt. Zo ontstaan nieuwe politieke
partijen, zoals de PvdA, KVP en VVD.
Nederland begon een andere positie in te nemen in de internationale politiek door bijvoorbeeld
Europese samenwerking.
1948; sterke economische groei, ook al was dat niet te zien aan alle vernietigde steden.
Door Marshallhulp kwam de wederopbouw op gang. Een belangrijke factor van de ongekende
economische groei was de industrialisatie. De handel met Duitsland werd belangrijker dan ooit.
Er wordt een geleide loon politiek gevoerd -> Het kabinet bepaalde hoe hard de lonen mochten
stijgen.
Nederland werd door het aardgas uit Groningen één van de rijkste landen uit Europa. Door de
toenemende welvaart werd de verzorgingsstaat uitgebreid en kwam het poldermodel; het voeren
van overleg gericht op overeenstemming. Het ideaal van meer gelijkheid kwam naar boven.
1960; Nederlanders veranderden in gretige consumenten -> gingen op vakantie, kochten een auto,
een wasmachine enz.
De ontzuiling kwam op gang. De TV en radio kregen een transformatie en een niet-verzuilde partij
kwam in de 2e kamer.
Door de babyboom waren er in 1960 veel jongeren. Ze hadden geld en vrije tijd, waardoor
jongerencultuur ontstond. De Amerikaanse en Britse popmuziek hadden veel invloed. Hippies,
provo’s, nozems zijn voorbeelden van verschillende groepen jongeren. Vrouwen bleven lang
handelingsonbekwaam, maar doordat de partijen hierover anders gingen denken, kwam er in 1956
een eind aan. Steeds meer meisjes werden hoog opgeleid. In 1964 kwam de anticonceptiepil en in
1971 de echtscheidingswet. De 2e feministische golf was ontstaan. Er kwamen actiegroepen die
streden voor bijvoorbeeld abortus en betaalde kinderopvang.
De regering wilde emigratie bevorderen vanwege te weinig huizen en werk. Tussen 1948 en 1964
emigreerden een half miljoen Nederlanders naar het buitenland. Vanaf 1945 kwamen er mensen
vanuit Indonesië en Suriname. Er kwamen veel arbeidsmigranten en het recht op gezinshereniging
ontstond. Door de oliecrisis kwam er een economische crisis, maar toch bleven veel Turken en
Marokkanen in Nederland.