Samenvatting H 11 redoxreacties
In een redoxreactie vindt elektronenoverdracht plaats van een reductor naar een oxidator:
Een reductor is een stof of deeltje dat elektronen kan afstaan.
Een oxidator is een stof of een deeltje dat elektronen kan opnemen.
Een redoxreactie kun je vaak opstellen door gebruik te maken van tabel 48 uit BINAS en te
werken met halfreacties. Bijvoorbeeld de reactie van Aluminium met zoutzuur:
De reductor is Al, de oxidator H+ .
Halfreactie red: Al Al3+ + 3 e— x 2
Halfreactie ox: 2H + 2 e
+ --
H2 x3 +
------------------------------------------------------
Totaal 2Al + 6 H+ 2Al3+ + 3H2
Zoals je ziet voldoen alle reacties aan: deeltjes en lading kloppend!
Een redoxreactie vind plaats als in tabel 48 de oxidator boven de reductor staat.
Zelf een halfreactie kloppend maken: Vaak worden bijvoorbeeld oxidator en reductor al
genoemd en is de reactie in oplossing (H2O aanwezig) en soms in zuur milieu (aangezuurd, H+
aanwezig). Water of H+ is nodig om zuurstof van de oxidator af te vangen.
Voorbeeld : De oxidatiehalfreactie van een kaliumpermanganaatoplossing in zuur milieu.
Er ontstaat Mn2+
MnO4-- + H+ Mn2+ + Dit deel van de vergelijking haal je uit de
gegevens. Er moeten 4 O’s worden afgevangen, daar is 8 H+ voor nodig en er ontstaat H2O.
Dit leidt tot het volgende:
MnO4-- + 8H+ Mn2+ + 4H2O maar nu is de lading nog niet kloppend, er
moet nog e— aan één van beide kanten.
Dit leidt tot:
MnO4-- + 8H+ + 5 e-- Mn2+ + 4H2O .
Gebruik van tabel 48:
De volgende formules en namen worden bekend verondersteld evenals onderstaande zaken:
Cl- chloride-ion Cl2 (aq) chloorwater
Br- bromide-ion Br2 (aq) broomwater
I -
jodide-ion I2 (aq) joodwater
S2- sulfide-ion
H2S waterstofsulfide
SO32- sulfiet-ion
SO4 2-
sulfaat-ion
S2O32- thiosulfaat-ion O3 ozon
SO2 zwaveldioxide H2O2 waterstofperoxide
H2SO4 zwavelzuur
HNO3 salpeterzuur
HCl-oplossing zoutzuur
H2C2O4 oxaalzuur (evt via tabel 66)
In een redoxreactie vindt elektronenoverdracht plaats van een reductor naar een oxidator:
Een reductor is een stof of deeltje dat elektronen kan afstaan.
Een oxidator is een stof of een deeltje dat elektronen kan opnemen.
Een redoxreactie kun je vaak opstellen door gebruik te maken van tabel 48 uit BINAS en te
werken met halfreacties. Bijvoorbeeld de reactie van Aluminium met zoutzuur:
De reductor is Al, de oxidator H+ .
Halfreactie red: Al Al3+ + 3 e— x 2
Halfreactie ox: 2H + 2 e
+ --
H2 x3 +
------------------------------------------------------
Totaal 2Al + 6 H+ 2Al3+ + 3H2
Zoals je ziet voldoen alle reacties aan: deeltjes en lading kloppend!
Een redoxreactie vind plaats als in tabel 48 de oxidator boven de reductor staat.
Zelf een halfreactie kloppend maken: Vaak worden bijvoorbeeld oxidator en reductor al
genoemd en is de reactie in oplossing (H2O aanwezig) en soms in zuur milieu (aangezuurd, H+
aanwezig). Water of H+ is nodig om zuurstof van de oxidator af te vangen.
Voorbeeld : De oxidatiehalfreactie van een kaliumpermanganaatoplossing in zuur milieu.
Er ontstaat Mn2+
MnO4-- + H+ Mn2+ + Dit deel van de vergelijking haal je uit de
gegevens. Er moeten 4 O’s worden afgevangen, daar is 8 H+ voor nodig en er ontstaat H2O.
Dit leidt tot het volgende:
MnO4-- + 8H+ Mn2+ + 4H2O maar nu is de lading nog niet kloppend, er
moet nog e— aan één van beide kanten.
Dit leidt tot:
MnO4-- + 8H+ + 5 e-- Mn2+ + 4H2O .
Gebruik van tabel 48:
De volgende formules en namen worden bekend verondersteld evenals onderstaande zaken:
Cl- chloride-ion Cl2 (aq) chloorwater
Br- bromide-ion Br2 (aq) broomwater
I -
jodide-ion I2 (aq) joodwater
S2- sulfide-ion
H2S waterstofsulfide
SO32- sulfiet-ion
SO4 2-
sulfaat-ion
S2O32- thiosulfaat-ion O3 ozon
SO2 zwaveldioxide H2O2 waterstofperoxide
H2SO4 zwavelzuur
HNO3 salpeterzuur
HCl-oplossing zoutzuur
H2C2O4 oxaalzuur (evt via tabel 66)