Ranglijst Hoofdstuk 1
- BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India, China)
- Traditionele industrielanden (Indonesië, Turkije, Mexico)
- Hoge-inkomenslanden (West-Europa, VS, Canada en Japan)
Welvaartsmaatstaf
1. Bbp per hoofd van bevolking ≈ gemiddelde primaire inkomen
- Gemiddelde zegt niks over verdeling → Brazilië hele scheve verdeling, westerse industrielanden minder scheef
Armoedegrens = het bedrag dat minimaal nodig is om menswaardig te kunnen leven
Beperkingen (vertekend beeld van de koopkracht)
- Geen registratie van productie informele sector → bbp per hoofd vertekend beeld van koopkracht
o Informele sector in landen met lage inkomens > landen met hoge inkomens
- Inkomenstabellen → munteenheden naar dollars omgerekend met gem. dollarkoers op valutamarkt 2016
- Uitgaven VS en genoemde land vaak anders → bv goedkoper / geen gebruik → koopkracht hoger is dan het
gemiddelde inkomen in dollars
Oplossing prijsverschillen: gebruik koopkrachtpariteit ipv feitelijke wisselkoers
- Hoeveel standaardpakket goederen en diensten kost in lokale munteenheid →
omrekeningsfactor/koopkrachtpariteit vastgesteld (houdt rekening met verschillen in prijsniveau)
- Bepalen dmv: identieke producten met wereldwijd ongeveer dezelfde kwaliteit en lokale productie
Minimale koopkracht = essentieel om bepaald niveau van welvaart te bereiken
2. HDI (Human Development Index) = welvaartmaatstaf berekend als gewogen gemiddelde van aantal indicatoren,
naast alleen inkomen
Internationale organisaties:
1. OESO
- Rapporten met studies over eco ontwikkeling vd lidstaten
- Orgaan voor overleg en samenwerking op sociaal-economisch terrein
2. IMF
- Doel: internationale betalingsverkeer soepel laten verlopen
- Landen helpen met deviezen (tekort aan buitenlandse valuta) + leningen aan deze landen verstrekken (importen
van landen komen zo niet in gevaar)
3. Wereldbank: leningen verstrekken aan ontwikkelingslanden met een lage rente en lange looptijd
1