Samenvatting eco
Productiefactoren: middelen die nodig zijn om een bedrijf te beginnen.
Natuur: Levert regenwater, grond of lucht
Arbeid: De werknemers
Kapitaal: goederen zoals machines die nodig zijn voor productie (kapitaalgoederen)
Ondernemerschap: de leider van een bedrijf die de productiefactoren combineert om
goederen te kunnen produceren.
Schaarse goederen: producten waarvoor andere productiefactoren voor gekocht moeten worden,
voor koffie heb je koffiebonen, water en een koffiezetapparaat nodig.
Vrij goed: houd in dat je niet hoeft te betalen voor een productiefactor, voor regenwater, wind of
lucht hoef je natuurlijk niet te betalen.
Je hebt meestal middelen nodig om aan behoeftes te kunnen voorzien, dit hoeft alleen bij schaarse
goederen. Voor degene die een scooter wil kopen heeft geld als middel nodig, maar de particulier
heeft de scooter als middel.
2 mogelijkheden om je behoeften te voorzien:
Zelfvoorziening: het zelf produceren van je behoeften
Je koopt goederen en diensten, als je dat doet ben je een consument die
consumentiegoederen koopt
Alternatieve aanwendbaarheid: Het op verschillende manieren kunnen inzetten van goederen. Deze
manieren kan je tekenen in een budgetlijn.
Als ik €200 heb en een belminuut kost €2,50 en een sms kost €1. Je hebt dan verschillende opties om
deze €200 uit te geven. Je kan 200 sms´jes en 0 belminuten maar je kan ook 100 sms´jes en 40
belminuten.
Directe ruil: Het ene product wordt tegen het andere geruild. Nadelen direct ruilen:
Het kost veel tijd en moeite, je moet eerst nog het door jou gewilde product vinden en
daarna moet diegene ook nog interesse hebben in jouw product. Het levert dus geen snelle
handel op.
Productiefactoren: middelen die nodig zijn om een bedrijf te beginnen.
Natuur: Levert regenwater, grond of lucht
Arbeid: De werknemers
Kapitaal: goederen zoals machines die nodig zijn voor productie (kapitaalgoederen)
Ondernemerschap: de leider van een bedrijf die de productiefactoren combineert om
goederen te kunnen produceren.
Schaarse goederen: producten waarvoor andere productiefactoren voor gekocht moeten worden,
voor koffie heb je koffiebonen, water en een koffiezetapparaat nodig.
Vrij goed: houd in dat je niet hoeft te betalen voor een productiefactor, voor regenwater, wind of
lucht hoef je natuurlijk niet te betalen.
Je hebt meestal middelen nodig om aan behoeftes te kunnen voorzien, dit hoeft alleen bij schaarse
goederen. Voor degene die een scooter wil kopen heeft geld als middel nodig, maar de particulier
heeft de scooter als middel.
2 mogelijkheden om je behoeften te voorzien:
Zelfvoorziening: het zelf produceren van je behoeften
Je koopt goederen en diensten, als je dat doet ben je een consument die
consumentiegoederen koopt
Alternatieve aanwendbaarheid: Het op verschillende manieren kunnen inzetten van goederen. Deze
manieren kan je tekenen in een budgetlijn.
Als ik €200 heb en een belminuut kost €2,50 en een sms kost €1. Je hebt dan verschillende opties om
deze €200 uit te geven. Je kan 200 sms´jes en 0 belminuten maar je kan ook 100 sms´jes en 40
belminuten.
Directe ruil: Het ene product wordt tegen het andere geruild. Nadelen direct ruilen:
Het kost veel tijd en moeite, je moet eerst nog het door jou gewilde product vinden en
daarna moet diegene ook nog interesse hebben in jouw product. Het levert dus geen snelle
handel op.