Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Belastingrecht

Rating
-
Sold
1
Pages
18
Uploaded on
19-05-2015
Written in
2014/2015

Samenvatting in kernbegrippen van het boek.

Institution
Course

Content preview

BELASTINGRECHT WEEK 1: INLEIDING

BBP = Bruto Binnenlands Product, de gezamenlijke waarde van de in Nederland
geproduceerde goederen en diensten.

Directe belastingen drukken direct op de belastingplichtige en indirecte belastingen
maken een omweg, niet de belastingplichtige zelf maar een ander ‘voelt’ de belasting.
Bijvoorbeeld de omzetbelasting, belastingplichtig is de ondernemer, maar hij verhoogt
zijn verkoopprijzen met het bedrag van de belasting; kostprijsverhogende belastingen
worden ze ook wel genoemd.

Belastingen
- Er is een wettelijke grondslag vereist, legaliteitsbeginsel: art. 104 Gw.;
- Belastingambtenaren hebben bijzondere bevoegdheden;
- Rechtsbescherming bij de belastingrechter;
- Er zijn een hoop verdragen ter voorkoming van dubbele heffing.

Belastingen zijn onvrijwillige betalingen – anders dan straf – aan de overheid, waar geen
rechtstreekse individuele prestatie tegenover staat, en die krachtens algemene
rechtsregels worden gevorderd.
1. Verplichte betaling aan de overheid;
2. Geen individueel aanwijsbare tegenprestatie;
3. Geen straf;
4. Legaliteitsbeginsel.

Materieel belastingrecht: alle bepalingen over het ontstaan, de omvang en het tenietgaan
van de belastingschuld. Het gaat om inhoudelijke vragen zoals:
1. Wanneer moet er belasting worden betaald?;
2. Wie moet belasting betalen?;
3. Waarover moet belasting worden betaald?;
4. Hoeveel belasting moet er worden betaald?

Deze regels zijn hoofdzakelijk te vinden in afzonderlijke heffingswetten.

Formeel belastingrecht: geeft aan wanneer de belastingschuld ontstaat, welke autoriteit
de belastingschuld vaststelt, hoe de belastingschuld wordt vastgesteld, het geeft regels
wat betreft herziening en inning en regels over de rechtsbescherming.

Materiele belastingschuld: de belastingschuld ontstaat rechtstreeks uit de wet, zodra het
feitencomplex waaraan het materiele recht de belasting vastknoopt compleet is.
De heffingswet omschrijft de voorwaarden waaraan het feitencomplex moet voldoen. De
materiele belastingschuld groeit elke dag tot het einde van het (boek)jaar en om de
materiele belastingschuld te formaliseren wordt er een aanslag opgelegd.

Formele belastingschuld: bij aanslagbelastingen (IB/VPB) is de formele belastingschuld
gelijk aan het bedrag dat de inspecteur via de aanslag vaststelt en door middel van
toezending van een aanslagbiljet kenbaar maakt.
De aanslag schept niet de schuld maar stelt de reeds bestaande materiele
belastingschuld zo goed mogelijk vast.
HR: veeleer een declaratoir dan een constitutief karakter.

Belastingontwijking: op een legale manier streven naar minder verplichtingen jegens de
fiscus.

Belastingontduiking: op een illegale manier minder belasting betalen, frauderen.

,Belastingvlucht:
1. Emigratie van natuurlijke personen naar landen met een milder fiscaal klimaat;
2. Kapitaalstromen, winsten & vermogensopbrengsten worden
omgeleid/ondergebracht in ‘belastingparadijzen’.

Doel van de belastingheffing:
- Fiscaal doel: het vullen van de schatkist op zodanige wijze dat de lasten
rechtvaardig worden verdeeld over de burgers;
- Niet-fiscaal doel: milieuverbetering, innovatie, werkgelegenheid.

Het belastingstelsel moet, volgens Adam Smith, voldoen aan 4 eisen:
1. Rechtvaardigheid;
a. Draagkrachtbeginsel;
b. Profijtbeginsel;
2. Rechtszekerheid;
3. Uitvoerbaarheid (gelijk speelveld creëren + administratieve lasten);
4. Neutraliteit (belasting mag geen invloed hebben op keuzes van mensen in de vrije
markt economie).

Draagkrachtbeginsel: de belastingdruk moet zo over de individuen worden verdeeld dat
de draagkrachtverhoudingen voor en na belastingheffing gelijk zijn.

Profijtbeginsel: burgers en bedrijven moeten bijdragen in de kosten van door de overheid
tot stand gebrachte voorzieningen naar mate van het profijt dat zij van die voorzieningen
hebben.

Waarom belasting?
Thomas Hobbes: de samenleving gaat in anarchie ten onder als er geen sterke staat is
om voor regels en orde te zorgen. De staat kan alleen met voldoende kracht optreden als
zij het recht heeft om de burgers te dwingen tot belasting te betalen. Er moet een deel
van de vrijheid worden ingeleverd en daarvoor krijgen zij een geordende samenleving
terug.

John Locke: niemand is verplicht tot betaling van belasting maar samenwerking tussen
de overheid en burgers loont voor zover het daarmee mogelijk wordt voorzieningen tot
stand te brengen die voor ieder voordelig zijn.

Instrumentalisering van het belastingrecht: het belastingrecht wordt dan niet gebruikt
om belastingopbrengsten te genereren maar om economische keuzen van burgers en
bedrijven te beïnvloeden. Bijvoorbeeld een lager belastingtarief voor groene auto’s.

Bevordering economische groei en werkgelegenheid
1. Investeringsaftrek, art. 3.40 Wet IB 2001
Op de belastbare winst mag een bepaald percentage van de in bedrijfsmiddelen
geïnvesteerde bedragen in mindering worden gebracht. (daadwerkelijke
mindering)
2. Vervroegde afschrijving, art. 3.31 jo. 3.34 Wet IB 2001
Een deel van de aanschafprijs van de bedrijfsmiddelen mogen eerder ten laste van
de fiscale winst worden afgeschreven dan strookt met de werkelijke waarde
mindering door slijtage en economische veroudering. (uitstel van
belastingheffing).

Bevorderen zelfstandige ondernemers:
- fiscale oudedagsreserve, art. 3.67 Wet IB 2001;
- zelfstandigenaftrek, art. 3.76 Wet IB 2001;
- MKB-winstvrijstelling, art. 3.79a Wet IB 2001.

,Inkomstenbelasting
- Wordt geheven van natuurlijke personen;
- Wet IB 2001 bevat het materiele recht voor deze heffing;
- Formeel belastingrecht te vinden in de AWR, AWB & invorderingswet 1990;
- Het betreft een directe belasting.

Boxenstelsel
Box 1: inkomsten uit werk en woning;
Art. 3.1. Wet IB 2001 geeft een opsomming van wat hier allemaal onder valt.

Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang;
Aandeelhouders die 5% of meer belang hebben in het geplaatste kapitaal van
aandelenvennootschap.

Reguliere voordelen uit aanmerkelijk belang
Aftrekbare kosten -/-
Belastbare reguliere voordelen =
Vervreemdingsvoordelen +
Voordelen uit aanmerkelijk belang =
Resterende persoonsgebonden aftrek -/-
Inkomen uit aanmerkelijk belang =
Verliezen uit aanmerkelijk belang -/-
Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang =

Art. 2.12 Wet IB 2001: de belasting op het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang
bedraagt 25%.

Box 3: inkomen uit sparen en beleggen.
Art. 2.13. Wet IB 2001: de belasting op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen
bedraagt 30%.

Box 3 staat bekend om de vermogensrendementsheffing. H et vermogen aan het begin
van het kalenderjaar -/- het heffingsvrije vermogen, daarover wordt geacht dat er een
rendement wordt behaald van 4%. Dit rendement wordt belast tegen 30%. Er wordt dus
met andere woorden 1,2% geheven over het belastbare vermogen op het peilmoment
(30 x 0,04%)

Wat er werkelijk aan rendement is genoten doet er niet toe.

Buitenlands belastingplichtige: mensen die niet in Nederland wonen maar wel Nederlands
inkomen genieten. Zij worden in de belastingheffing betrokken op grond van het
bronbeginsel: inkomen van Nederlandse oorsprong of uit inkomensbronnen die in
Nederland liggen.

Objectieve belastingplicht (wanneer is de belastingplichtige ook belasting schuldig?:
1. Belastingplichtige moet in een bepaald jaar 1 of meer positieve belastbare
inkomens hebben, box 1, 2 of 3;
2. Het over die belastbare inkomens berekende bedrag aan verschuldigde
inkomstenbelasting moet het gezamenlijke bedrag van de heffingskorting
overtreffen, art. 2.17 lid 1 Wet IB 2001.
3. Werknemers zijn alleen inkomstenbelasting verschuldigd voor zover het nog niet is
voldaan in de vorm van loonbelasting. Het uiteindelijke op aanslag bij te betalen
belastingbedrag moet meer dan €45 zijn.

Verzamelinkomen, art. 2.18 Wet IB 2001.
Dit is het gezamenlijke inkomen uit de drie boxen -/- daarin begrepen te conserveren
inkomen. Het verzamelinkomen speelt een rol bij de berekening van de aftrekbare

,specifieke zorgkosten, art. 6.17 Wet IB 2001 e.v. en het is de drempel voor de
giftenaftrek, art. 6.39 Wet IB 2001.

Fiscale inkomensbegrip
1. Fuisting: Bronnentheorie
Er is alleen sprake van inkomen bij voordelen die uit een duurzame bron
voortvloeien: winst uit onderneming, salaris, huur. Buiten een bron om verkregen
baten zoals schenkingen, erfenissen, loterijprijzen etc. vormen in deze visie geen
bron van inkomen. Ook waardestijgingen van de bron zijn hier geen inkomen.
2. Schanz: vermogensvergelijkingstheorie
Het inkomen is de groei van het vermogen binnen een bepaald tijdvak,
vermeerderd met wat in dat tijdvak is geconsumeerd. Inkomen is de
vermogenstoeneming die zou zijn bereikt als er geen consumptie was geweest.

Nederland kent hoofdzakelijk de bronnentheorie.

Reële stelsel: er wordt pas belasting geheven nadat de voordelen gerealiseerd zijn.

Bronnen van inkomen:
1. Winst uit onderneming;
2. Loon;
3. Resultaat uit overige werkzaamheden;
4. Inkomsten uit periodieke uitkeringen en verstrekkingen;
5. Inkomsten uit eigen woning;
6. Inkomen uit aanmerkelijk belang;
7. Inkomen uit sparen en beleggen

HR eisen aan bron van inkomen:
1. Voordeel beogen;
2. Voordeel verwachten;
3. Deelname aan het economische verkeer.

Persoonsgebonden aftrek: limitatief opgesomd in art. 6.1. lid 2 Wet IB 2001, de volgorde
staat in art. 6.2. Wet IB 2001: eerst box 1, dan box 3 en als laatste box 2.

Heffingskortingen komen in mindering op de verschuldigde inkomensheffing.

, BELASTINGRECHT WEEK 2: IB BOX 1

Belastbare winst uit onderneming: art. 3.2. Wet IB 2001.

Winst uit 1 of meer ondernemingen
Ondernemersaftrek -/-
MKB-Vrijstellingen -/-
Belastbare winst uit onderneming =

Onderneming is een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, waarmee beoogd
wordt door deelname aan het maatschappelijk verkeer winst te behalen. (de winst moet
wel redelijkerwijs te verwachten zijn)

Objectieve onderneming is een organisatie die op grond van objectieve feiten en
omstandigheden als onderneming valt aan te merken.

Subjectieve onderneming is de persoon voor wiens rekening de objectieve onderneming
wordt gedreven.

Om te bepalen of iets winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden is
moet er een afweging worden gemaakt tussen een aantal factoren:
- commerciële risico;
- winstverwachting;
- duurzaamheid/omvang van de werkzaamheden;
- beschikbare tijd;
- hoe wordt er naar buiten getreden?;
- Aantal opdrachtgevers.
 Neemt iemand met voldoende mate van zelfstandigheid in betekende mate, via een
organisatie van kapitaal en arbeid, deel aan het maatschappelijk productieproces.

De natuurlijke persoon wordt in de inkomstenbelastingheffing betrokken, art. 1.1. Wet
IB 2001.

Ondernemer is de belastingplichtige voor rekening van wie een onderneming wordt
gedreven en die rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende die
onderneming.

Vennoten in een vennootschap zijn ieder voor zich ondernemer en worden daarom ieder
voor hun eigen aandeel in de winst belast, zij zijn tevens aansprakelijk voor het geheel
van de schulden (= verbondendheidseis).

Aandeelhouder is geen ondernemer, hij geniet dividend niet als winst maar als inkomen.

Commanditaire vennoten genieten, als medegerechtigden tot het vermogen van een
onderneming, winst uit onderneming maar zij zijn geen ondernemers. Zij kunnen gezien
worden als quasi-ondernemers.

Ondernemersfaciliteiten
- *zelfstandigenaftrek, art. 3.6. jo. 3.76 Wet IB 2001;
- aftrek verliezen in aanloopfase onderneming, art. 3.10 Wet IB 2001;
- energie-investeringsaftrek, art. 3.42 Wet IB 2001;
- milieu investeringsaftrek, art. 3.42a Wet IB 2001;
- doorschuiving naar ondernemers, art. 3.63 Wet IB 2001;
- *toevoegingen oudedagsreserve, art. 3.67 Wet IB 2001;
- *aftrek speur- en ontwikkelingswet, art. 3.77 Wet IB 2001;
- *meewerkaftrek, art. 3.78 Wet IB 2001;
- startersaftrek arbo, art. 3.78a Wet IB 2001;

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
May 19, 2015
Number of pages
18
Written in
2014/2015
Type
SUMMARY

Subjects

$4.17
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
MRang Universiteit Leiden
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1371
Member since
11 year
Number of followers
741
Documents
71
Last sold
4 months ago

Student Leiden Universiteit!

4.0

226 reviews

5
77
4
74
3
68
2
1
1
6

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions